De sluipende verharding van Defensie
In Afghanistan heeft de militaire strategie tot dusver gefaald. Het land heeft nu vooral nood aan een inhaalbeweging die gericht is op wederopbouw en politieke onderhandelingen. 'Onze regering moet het evenwicht tussen de militaire en civiele inspanningen dringend herstellen', vindt Wouter De Vriendt.
Vorige week debatteerde de Kamer over Afghanistan, maar niet alleen De Morgen (DM, 14/01) bleef wat op haar honger zitten. De discussie over Afghanistan miste scherpte en sleepte zich naar het einde toe. De belangrijkste oorzaak is een gebrek aan analyse en aan besef dat de operatie in Afghanistan fout loopt. Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere illustreerde dit door in het debat te pleiten voor "geduld": heb geduld, we zijn op de goede weg. De feiten op het terrein en tal van gezagsdragers spreken dit nochtans tegen. In 2009 vielen volgens de VN-missie in Afghanistan (UNAMA) 2.400 burgerdoden, 300 meer dan in 2008. De taliban zijn militair aan de winnende hand en hebben een permanente controle over minstens 11 van de 34 Afghaanse provincies. De opiumproductie floreert en president Karzai kwam dankzij verkiezingsfraude aan de macht. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon spreekt van een allerlaatste 'window of opportunity' in 2010. De Amerikaanse bevelvoerder Stanley McChrystal geeft toe dat de NAVO de oorlog aan het verliezen is. Maar wanneer onze eigen minister van Defensie Pieter De Crem in Afghanistan komt, ziet hij telkens vooruitgang (Humo, 14 juli 2009). De vraag dringt zich op: wanneer wordt blind optimisme voor kritische reflectie ingeruild? Een erkenning van wat fout loopt, is de eerste stap om beter te doen.
Wederopbouw en ontwikkeling
De militaire operatie in Afghanistan kost de wereld 100 miljard euro per jaar. Dat is meer dan alle ontwikkelingshulp van het Westen aan alle andere landen samen. De VS kondigden een surge aan en sturen 30.000 extra militairen naar Afghanistan. Wij willen zo'n forse inspanning graag op het vlak van wederopbouw en ontwikkeling zien. Velen beseffen dat een militaire quick fix een illusie is, maar toch blijven de budgetten en organisatie voor een civiele surge op zich wachten. Ook de vraag naar een politiek proces met betrokkenheid van de gematigde taliban dringt zich op. Kleinschalige diplomatieke initiatieven krijgen her en der vorm, maar deze hangen nog al te vaak af van de goodwill van de plaatselijke NAVO-commandant. Onderhandelingen moeten de hoogste prioriteit krijgen en door de VN uitgetekend en begeleid worden. Een laatste element van nieuwe strategie reikt Ahmed Rachid in zijn boek De Dreiging van de Chaos aan: een breed regionaal politiek overleg met de buurlanden en de belangrijkste ISAF-landen. We weten immers dat de taliban zich in Pakistan kan schuilhouden, omdat Pakistan weigert om de strijd tegen de taliban voluit aan te gaan. De reden is geostrategisch, want Pakistan heeft weinig belang bij een sterk Westers georiënteerd Afghanistan. Een islamitisch getinte bondgenoot in hun conflict met India komt beter van pas.
Wat is de Belgische reactie op een moment dat de nood aan een bredere strategie erkend wordt? Onder impuls van Pieter De Crem wordt de militaire aanwezigheid in Afghanistan opgetrokken tot zes F-16's en meer dan 600 militairen. In 2010 wordt een recordbedrag van 109 miljoen euro voorzien, terwijl dit in 2009 volgens het Rekenhof nog 76 miljoen euro was. De middelen voor wederopbouw en ontwikkeling daarentegen blijven op 12 miljoen euro geblokkeerd. In 2010 gaat in ons land dus elf keer zoveel geld naar het militaire als naar het civiele. Ter vergelijking: Nederland besteedt maar liefst 89,2 miljoen euro aan ontwikkelingshulp, bijna acht keer zoveel als België. Onze regering moet het evenwicht tussen de militaire en civiele inspanningen dringend herstellen. In het licht daarvan is de vraag van de Amerikaanse ambassadeur Howard Gutman om meer Belgische militairen te sturen teleurstellend en naïef. De militaire strategie heeft tot nu toe gefaald. Afghanistan heeft nu vooral nood aan een inhaalbeweging gericht op wederopbouw en politieke onderhandelingen.
Onder Pieter De Crem vindt een sluipende 'verharding' van de Belgische buitenlandse operaties plaats. Een persbericht van Defensie op 13 januari legt de vinger op de wonde: "België wil in februari en maart zijn militaire contingent uit Kosovo terugtrekken. Het aantal Belgische militairen dat in Libanon deelneemt aan UNIFIL (ontmijning) wordt in de loop van 2010 teruggebracht tot een detachement van ongeveer tachtig militairen. Daar tegenover staat dat de troepen in Afghanistan versterking krijgen." Waarom wil Pieter De Crem de ontmijning in Libanon niet versterken of uitbreiden naar andere landen? België heeft ter zake een grote expertise en er is werk genoeg. Volgens het Landmine Monitor Report 2009 liggen er in meer dan zeventig landen mijnen, goed voor drieduizend vierkante kilometer en 110 miljoen mijnen. Elk jaar worden 2 miljoen nieuwe mijnen gelegd en slechts 100.000 mijnen ontruimd. Een andere optie kan zijn om het Belgische engagement in humanitaire rampgebieden zoals Oost-Congo of Soedan op te drijven. Pieter De Crem doet niets van dat alles en concentreert zijn middelen op de oorlog in Afghanistan. Pieter De Crem toont zich geen minister van Defensie, maar minister van Oorlog.
Jaar van de waarheid
Groen! wil Afghanistan niet loslaten. Indien we halsoverkop onze militairen terugtrekken, laten we de Afghaanse bevolking in de steek en storten we het land in de chaos van een burgeroorlog. Maar 2010 is wel het jaar van de waarheid. Er is nood aan een duidelijke exitstrategie, de forse versterking van de civiele opbouw, een politiek proces van verzoening en regionaal overleg. Dat alles kan de militaire terugtrekking inleiden. Eind januari vertrekt minister van Buitenlandse Zaken Vanackere naar de Londen-conferentie over Afghanistan. En in de tweede helft van 2010 is België voorzitter van de EU. Voor onze regering zijn dit twee belangrijke kansen om een nieuwe Afghanistan-politiek uit te dragen. Wij zijn benieuwd.
Pieter De Crem concentreert haast al zijn middelen op de oorlog in Afghanistan. Hij toont zich geen minister van Defensie, maar minister van Oorlog.
Dit artikel verscheen als opiniestuk in De Morgen van 19/01/2010
Contact: Wouter De Vriendt -
Deel