Het recht op wettelijke veiligheid

door Luckas Vander Taelen (Vlaams parlementslid) op 14 april 2010 in "Veiligheid en justitie"

De Schaarbeekse juwelier die maandag zijn overvallers achterna liep en op hen schoot, was niet in staat van wettelijke zelfverdediging. Dat is overduidelijk, want op het moment van de feiten was zijn leven niet in gevaar en had hij dus niet meer het recht zich te verdedigen. De enige die op dat ogenblik het vuur had mogen openen om de daders een halt toe te roepen was de politie. Hierover kan geen discussie of enige dubbelzinnigheid bestaan; dat zijn de regels van de rechtstaat. Een burger mag zich niet zomaar in de plaats stellen van de rol die wettelijk aan de overheid is voorbehouden. Dat burgers het recht in eigen handen nemen,mag nooit getolereerd worden, hoe groot het onrecht ook lijkt.

Toch laait het debat hoog op en dat hoeft niet echt te verwonderen. Op korte tijd waren drie juweliers het slachtoffer van zeer gewelddadige hold-ups. Ik kan me levendig voorstellen dat de derde in de rij toegaf aan primaire gevoelens van wraak. Trop is nu eenmaal teveel en redelijkheid wil wel eens totaal verdwijnen in extreme situaties. Toen ik ooit in mijn eigen huis ’s nachts te maken kreeg met overvallers, waren het ook niet de grote principes van de rechtstaat die spontaan bij me opwelden. Integendeel. Mijn verontwaardiging over een dergelijke brutale aanval op mezelf en mijn familie, maakte dat ook ik, net als de juwelier in Schaarbeek, de jonge gangsters achterna snelde, in de ijdele hoop hen te overmeesteren. Ze waren sneller dan ik en gelukkig was ik niet gewapend; misschien zou ik anders net dezelfde reflex gehad hebben als die juwelier en geschoten hebben.

Ten overvloede : had ik het gedaan, dan was ik even schuldig geweest als de juwelier uit Schaarbeek dat nu is. En had ik heel terecht mezelf moeten verantwoorden voor een rechtbank. Er kan geen sprake van zijn dit soort gedrag te vergoelijken; als men het geweld van de daders wil veroordelen, dan kan men ook het schieten van de juwelier buiten een staat van wettelijke zelfverdediging niet verdedigen. Het is een argument van morele wederkerigheid dat ik graag gebruik in discussies over de doodstraf : als men moorden immoreel vindt, dan kan men onmogelijk het legaal ombrengen van mensen goedpraten. Er kan geen sprake zijn van twee maten en twee gewichten. Weg met de doodstraf dus.

Maar aan dat soort argumenten hebben de Brusselse juweliers weinig. Die beginnen zich wel zeer onveilig te voelen en hebben vooral het gevoel dat ze niet langer kunnen rekenen op enige bescherming van de overheid. Wie de middelen heeft, zal overwegen om bewaking in te huren. Wie het minder breed heeft, koopt zich waarschijnlijk vandaag nog een wapen. En dan kan het morgen weer verkeerd aflopen.

Als er dan al discussie mogelijk is over de limieten van het recht op wettelijke zelfverdediging, kan er geen twijfel bestaan aan het recht op wettelijke veiligheid. Als de Brusselse overheid echt wil dat er iets veranderd, dan zullen er een aantal ingrijpende maatregelen moeten genomen worden op het vlak van het veiligheidsbeleid. Het zal niet van zelf gaan, het zal zijn tijd duren voor de effecten zichtbaar zijn en aan simplistische slogans hebben we niets. Daarom is het alleszins positief te noemen dat de minister-president van het Brusselse Gewest dadelijk een pleidooi heeft gehouden om meer politie in het straatbeeld te krijgen. Dat is een begin. En een sterk contrast met de onverantwoordelijke uitspraken van de burgemeester van Brussel, die in het begin van dit jaar een gewapende overval met kalashnikovs afdeed als een fait-divers. Het valt te vrezen dat dit soort verklaringen bijgedragen hebben tot een gevoel van straffeloosheid bij criminelen.

Het is nu wel heel hoog tijd dat alle betrokken instanties snel samen zitten en nadenken hoe de veiligheid in de hoofdstad vergroot kan worden. En dat zal niet gebeuren door politiepatrouilles in een camionette door de Nieuwsstraat te laten rijden, zoals ik vorige week nog zag. En over het efficiënt gebruik van de politie had ik zo ook mijn vragen toen ik zag hoe drie agenten anderhalf uur lang moesten wachten op de komst van een depaneuse om een auto weg te slepen. Zo kan je natuurlijk blijven zeggen dat er niet genoeg politie in Brussel is.

De Brusselse burgemeesters hebben onlangs gepleit om meer agenten in te zetten op belangrijke punten en hen niet langer te overladen met administratieve taken of gevangenenvervoer. Voor mij hadden ze daar meteen nog mogen bijzeggen dat het massaal mobiliseren van politie bij Europese topontmoetingen, thuismatchen van Anderlecht of concerten in Vorst-Nationaal niet bevordelijk is voor de veiligheid in de andere delen van de stad op die momenten : het is algemeen bekend dat inbrekers of sackjackers dan niet te veel hoeven te vrezen voor politiepatrouilles.

En dat is dan meteen een pleidooi voor een gewestelijk politiebeleid. Het hele debat over een al of niet één gemaakte politiezone dat een tijd geleden opflakkerde, is daar geheel aan ondergeschikt. Het komt er op aan dat de Brusselse burgemeesters eindelijk toegeven dat het Hoofdstedelijk Gewest het zich niet meer kan permitteren een visie op veiligheid, preventie en repressie te versnipperen. Het valt te hopen dat Charles Picqué als “verhinderd” burgemeester van Sint-Gillis de politieke moed zal hebben om zijn voormalige collega’s hiervan te overtuigen.

Ik woon meer dan vijf jaar in Vorst. Nog nooit heb ik het genoegen gehad om wandelende of fietsende politieagenten te mogen ontwaren in mijn buurt. Nochtans is dat één van de basisvereisten om de veiligheid in een wijk te vergroten : er elke dag bij voorkeur dezelfde agenten te laten patrouilleren.. Lokale champetters hoeven geen karikaturen te zijn uit de strips van Kwik en Flupke. Beter dan in camionetten opgesloten patrouilles, kunnen moderne wijkagenten een band opbouwen met de buurt en de bewoners en zijn ze snel op de hoogte als er iets fout loopt. Nabijheidspolitie : ongeveer iedereen is het over eens dat dit oud idee nog steeds een goed idee is. Het wordt wel tijd om het nu eindelijk eens in de praktijk om te zette.

Met een slogan als Zero Tolerance zullen we er niet komen. Natuurlijk zou het helpen als het voor iedereen duidelijk zou zijn dat alle wetsovertredingen altijd en overal bestraft zouden worden. Maar het is geen leger Robocops die ons daarbij zal helpen. Wie de veiligheid in Brussel wil vergroten, moet nu opkomen voor een goed doordachte reorganisatie van de politie met een beleid dat gewestelijk bepaald wordt en lokaal uitgevoerd wordt. En met de herwaardering van Champetter 15...

Contact: Luckas Vander Taelen -

Deel Deel
Luckas Vander Taelen

Vlaams Volksvertegenwoordiger
Gemeenschapssenator