Mogen we nog ademen?
In een interview van maandag in De Standaard had minister van milieu, natuur en cultuur Joke Schauvliege de kans om het Vlaams beleid inzake milieu en klimaat toe te lichten. "Anders mogen we niets meer, zelfs niet meer ademen", waarmee ze haar eerste antwoord afsloot, getuigt in elk geval van weinig ambitie. Toegegeven, ik hield ook even mijn adem in.
Bij de eerste vraag over de nodige afbouw van uitstoot van broeikasgassen antwoordde de minister prompt dat Vlaanderen in de eerste plaats moet investeren in projecten in ontwikkelingslanden. Dit is nu net de klassieke denkfout waar klimaatspecialisten, milieuorganisaties en derdewereld-NGO's, zoals 11-11-11, al jaren voor waarschuwen: het is in de eerste plaats in eigen land of regio dat de reductie van CO2-uitstoot moet gerealiseerd worden. Wij, de westerse industrielanden, zijn de grote vervuilers, laat ons nu ook het elementaire fatsoen hebben om het probleem aan te pakken. Projecten om te bebossen, ontbossing tegen te gaan en CO2-reducties te bekomen in de ontwikkelingslanden zijn nodig en goed, maar ze mogen geen aflaten zijn voor de rijke landen om hun reducties door te schuiven naar de toekomst en de volgende generaties met het probleem op te zadelen. Tegen 2050 zal volgens klimaatwetenschappers de uitstoot met maar liefst 90 % moeten afnemen om de opwarming van de aarde te kunnen afremmen; dit kan alleen gehaald worden indien Vlaanderen nu onmiddellijk sterk investeert in groene technologie en innovatie. Als de rijke landen nu alle goedkope reductiemogelijkheden opkopen, blijven op termijn alleen de duurdere opties voor de ontwikkelingslanden over. Dit zou gewoonweg egoïstisch zijn vanuit Vlaanderen.
Daarbij is het belangrijk om ook een zekere zelfgenoegzaamheid te doorprikken. Vlaanderen zou niet méér hoeven te doen dan Europa volgens de minister, maar volgens de meest recente klimaatrapporten blijkt het Europees engagement om 20 % minder broeikasgas uit te stoten tegen 2020 onvoldoende. Klimaatwetenschappers stellen dat 40 % reductie tegen 2020 noodzakelijk is. Voor een minister die volgend jaar Europees voorzitter van milieu wordt, is gelatenheid inzake klimaatbeleid niet op zijn plaats. Het interview in deze krant was een uitgelezen kans om duidelijke krachtlijnen en doelstellingen te formuleren vanuit Vlaanderen naar de wereldklimaattop in Kopenhagen eind december en het Europees voorzittersschap volgend jaar toe. Om het met de favoriete woorden van de minister-president te stellen: quod non.
Het verdere interview bleef spijtig genoeg steken in platitudes, zoals "ik geloof in overleg, niet in het conflictmodel", doorverwijzingen naar collega-ministers en wat oplapwerk. Van dat laatste getuigt onder meer het idee dat de minister lanceerde om bijvoorbeeld naaldbomen aan te planten die een kleefstof bevatten en zo fijn stof kunnen vasthouden. Dit zijn redeneringen van de jaren '70: eerst vervuilen en dan een fractie van die vervuiling opruimen. De problemen moeten natuurlijk aan de bron worden aangepakt: de uitstoot van fijn stof dient te verminderen, net zoals ook de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen naar omlaag moet.
Wat meer ambitie, zelfbewustzijn en de wil om Europees een voortrekkersrol te spelen in plaats van achter in het peloton te blijven hangen, zou Vlaanderen niet misstaan. Daarom een warme oproep aan de minister om te investeren in een goed klimaat- en milieubeleid, zodat we in de toekomst inderdaad nog kunnen... ademen.
Contact: Hermes Sanctorum -
Deel