Zet ‘biobrandstof’ in voor de productie van groene stroom en warmte
Er wordt veel gesproken over groene economie. Alle politici en gevestigde partijen zijn uitgesproken voor. Totdat het tijd wordt om iets te doen. Het fiasco van de biobrandstoffen in Vlaanderen is tekenend. Het is de ultieme afgang na jaren van aankondigingsbeleid door verschillende ministers en partijen. Er werden veel beloftes gedaan, terwijl er onvoldoende duidelijkheid was over de reële milieu-effecten.
De overheid motiveerde een hele rits bedrijven om fors te investeren in nieuwe ecotechnologieën. Hele fabrieken werden gebouwd, nieuwe productieketens werden opgestart. Met Gent Bio-Energy Valley kwam er zelfs een cluster van bedrijven. Veel van die ondernemingen worden nu bedreigd.
De verantwoordelijkheid van de bevoegde ministers is groot. Op dit moment zijn dat PS-minister Paul Magnette, Open VLD-minister Vincent Van Quickenborne en de voor-het-leven-benoemde MR-minister Didier Reynders, maar de grote beloftes werden vooral de vorige legislatuur gemaakt op de ‘superministerraden’ van Gembloers en Raversijde. De liberaal Verhofstadt pakte uit met jobs, de socialist Bruno Tobback met fiscale stimuli en minister Van Brempt met bussen die reden op biobrandstoffen. Enkele maanden later kwam ze op haar stappen terug en verbood het gebruik van biobrandstoffen bij busmaatschappij De Lijn. Yves Leterme als minister-president van Vlaanderen ging ooit nog de Vlaams landbouw redden door massaal in te zetten op energieteelten zonder er rekening mee te houden dat hiervoor in Vlaanderen natuurlijk de ruimte ontbreekt. Kortom, het biobrandstoffendossier is een rammelkar.
Groen! is een koele minnaar van biobrandstoffen. Het label ‘bio’ is misleidend. Het verwijst naar biolandbouw en daar hebben biobrandstoffen helaas te weinig of niets mee te maken. Het bijmengen van biodiesel in gewone diesel of van bio-ethanol in benzine is nog steeds een keuze voor fossiele brandstoffen, met een scheutje bio. De hele hype rond biobrandstoffen vertroebelde de waarschuwingen voor de negatieve impact op de voedselvoorziening en de verregaande ecologische aanspraken van sommige energieteelten van de eerste generatie. Samen met de milieubeweging en ngo’s uit het Zuiden klaagde Groen! aan dat de productie van bijv. palmolie, soja of koolzaad ten koste ging van regenwouden, landroof en zelfs tot slavernij leidde van plaatselijke mensen. Biobrandstoffen mogen geen cynische keuze worden tussen eten of tanken. Biobrandstoffen of bijstook van biomassa mag niet ten koste gaan van mensen of regenwouden. Strenge duurzaamheids- en sociale criteria, en dat zowel voor biobrandstoffen voor voertuigen als voor de inzet van biomassa voor stroom- of warmteproductie, zijn absoluut nodig.
Europa wil dat 10% van de brandstof bestemd voor de transportsector tegen 2020 afkomstig is van biobrandstoffen. Maar de Europese definitie van biobrandstoffen laat helaas allerlei achterpoortjes open. Om uit de impasse te geraken, stelt Groen! voor om vanaf nu de eerste generatie van biomassa/biobrandstof enkel te gebruiken voor de productie van stroom en warmte in centrales of beter nog in warmtekrachtinstallaties en niet voor de productie van biodiesel of bioethanol voor wagens. Op die manier kan het beste energetische en ecologische rendement bereikt worden. De reeds gebouwde installaties kunnen hiervoor ingezet worden en dan zelfs genieten van groenestroomcertificaten.
Tegelijk kan verder onderzoek gebeuren naar de tweede generatie van biobrandstoffen op basis van organisch afval, plantenresten of energiegewassen die groeien op minder vruchtbare gronden zoals de jatropha-plant. En naar de derde generatie biobrandstoffen (bijv. via algen). Maar ook hier blijven strikte garanties nodig wat de ecologische en sociale duurzaamheid van de aangeleverde biomassa betreft . Vormen van indirecte verdringing van voedingsgewassen of van onverantwoorde ruimte-aanspraken moeten vermeden worden.
Op die manier kan de overheid eindelijk duidelijkheid creëren voor de nieuwe biogebaseerde industrie. Om de Europese 10%-doelstelling te halen, moeten Vlaanderen en België dan fors inzetten op verder onderzoek naar de nieuwe soorten van biobrandstoffen. Er groeit overigens een consensus dat de groene auto’s van de toekomst eerder hybride plug-ins of volelektrische wagens zullen zijn die tanken in laadstations met stroom van windmolens. Of op stroom van duurzame biomassa. De halfslachtige keuze voor het bijmengen van kleine percentages ‘biologische’ brandstoffen met fossiele brandstoffen kunnen we dan achter ons laten … of gewoon overslaan.
Contact: Bart Staes -
Deel