Groen! biedt topsporters rechtzekerheid
Wanneer bekend raakt dat een aantal spelers van AA Gent ook al twee streepjes achter hun naam hebben voor het onzorgvuldig invullen van hun verblijfsgegevens, haalt dit nauwelijks het nieuws. De storm rond de where-abouts is, zowel bij de media als bij de politiek, duidelijk gaan liggen, maar de situatie voor de topsporters is daarmee niet opgeklaard.
In de luwte werkten Elisabeth Meuleman Bart Caron ondertussen wel een voorstel van decreet uit dat de sporters meer rechtszekerheid moet bieden.
Het voorstel steunt op drie belangrijke pijlers:
- Er komt een automatisch waarschuwingssysteem bij twee overtredingen van de regelgeving.
- De sportfederaties worden verplicht zelf een beroepsprocedure te organiseren.
- De federaties en bonden krijgen de opdracht mee hun sporters te informeren en te ondersteunen bij hun invullen van hun verblijfsgegevens.
Er is een grote maatschappelijke consensus dat doping in de sport krachtig moet worden bestreden. Dat beoogt ook het decreet medisch en ethisch verantwoord sporten. Door dat decreet stemde Vlaanderen haar wetgeving af op de regels van WADA, dat is de World Anti Doping Agency.
In de regelgeving is voorzien dat topsporters verblijfsgegevens (de zgn. whereabouts) moeten invullen. Dat is bedoeld om dopingcontroles mogelijk te maken, immers de controleurs moeten weten waar de topsporters zich bevinden. Ze moeten immers dagelijks beschikbaar zijn voor een dopingcontrole of een preventieve gezondheidscontrole.
In de WADA-code staat dat drie keer fout invullen van de verblijfsgegevens of drie gemiste controles of een combinatie ervan gelijk staat aan één tot twee jaar schorsing. Het Doping Tribunaal was streng en schorste op basis van deze regels onlangs Yanina Wickmayer en Xavier Malisse voor een jaar.
De sportverenigingen kunnen op basis van artikel 34 van dit decreet zelf de procedure bepalen. In principe kunnen zij een behandeling in eerste en in tweede aanleg organiseren. Ze hebben echter gekozen om de procedure tot de eerste aanleg te beperken omdat er steeds een beroep mogelijk is bij het Internationaal Sporttribunaal.
Naar aanleiding van de sancties t.a.v. de twee tennissers is het aangewezen om in dit decreet toch een 'binnenlandse' behandeling in tweede aanleg te voorzien en derhalve de sportverenigingen te verplichten dit aldus te organiseren. Dit doet echter niets aan de beroepsprocedure bij het Internationaal Sporttribunaal, wat trouwens verplicht is op basis van de WADA-code.
Daarnaast wordt via dit voorstel van decreet een actievere ondersteuning van de elitesporter voorzien. Er wordt een bepaling ingevoerd die stelt dat als de bevoegde administratie vaststelt dat een elitesporter twee opeenvolgende keren de verblijfsgegevens fout heeft ingevuld of niet heeft bezorgd, de elitesporter hiervan door de administratie in kennis wordt gesteld. De wijze waarop dit dient te gebeuren wordt door de regering bepaald.
Tevens wordt bepaald dat de sportverenigingen de elitesporters, die bij vereniging zijn aangesloten, moeten informeren over de bepalingen van dit decreet en hen ondersteunen bij implementatie ervan, in het bijzonder bij het verstrekken van hun actuele verblijfsgegevens aan de administratie.
Contact: Bart Caron -