geschiedenis
Ontstaan van de beweging Anders Gaan Leven (de jaren '70)
Agalev was al een partij voor het dit zelf besefte. De politieke partij Agalev werd immers geboren in de schoot van de apolitieke Anders Gaan Leven-beweging. De eerste Agalev-mandatarissen werden zelfs verkozen voor het feitelijke oprichtingscongres.
Vanaf de vroege jaren ’70 trachtte jezuïet-leraar Luc Versteylen zijn leerlingen aan het Borgerhoutse Xaveriuscollege warm te maken voor de zachte waarden in herlevings- en zelfverbeteringsgroepen rond de Brouwerij van Viersel. Van meet af aan is duidelijk dat Agalev méér wil dan opkomen voor natuurbehoud. Vanuit sociologisch standpunt sluit Agalev aan bij de postmaterialistische generatie: ze pleit voor samenhorigheid, toen nog ‘stilte’ en ‘soberheid’ genoemd, en andersglobalisering. Hoewel de beweging zich in de eerste jaren vooral tot de eigen leden richtte, werd al in 1971 een kleine uitgeverij op poten gezet. Daarbij passen de groenen hun eigen principes ook in de praktijk toe: het bescheiden propagandamateriaal wordt gedrukt op kringlooppapier.
Vanaf 1973 treedt Anders Gaan Leven steeds meer naar buiten. Ze zet zich af tegen de gevestigde orde en normen. Ze verzamelt al snel de voorstanders van basisdemocratie, wereldvrede, verdraagzaamheid en interculturalisme, vrouwenrechten, holebirechten, rechten van zwakke weggebruikers en sociale gelijkheid onder haar vleugels en richt haar pijlen op overconsumptie, atoomwapens en kernenergie. Eén van de eerste initiatieven naar de buitenwereld toe zijn de Groene Fietsers en Red de Voorkempen. Bekende acties zijn de acties tegen het Duwvaartkanaal in 1973 en de ware volkshype Spaar Je Hectare. Daarvoor richten de meest geëngageerde leden binnen Anders Gaan Leven ‘aktiegroepen’ op en beginnen zich beter te organiseren. De meer eco-filosofisch georiënteerde leden komen samen in ‘dagelijkse doeningen’ en ‘reflektiegroepen’.
naar boven
Oprichting van de politieke partij Agalev (1979)
De geboorte van de politieke partij Agalev volgt enkele jaren na die van haar franstalige tegenhanger Ecolo. In 1974 en 1976 neemt Anders Gaan Leven nog niet deel aan de verkiezingen in eigen naam, maar steunt ze welbepaalde kandidaten op de lijsten van traditionele partijen. Deze kandidaten beloven rekening te houden met de maatschappelijke verzuchtingen, maar vergeten na de verkiezingen al snel hun beloften. Het wordt duidelijk: als de groenen hun eisen politiek willen verankeren, zullen ze het zelf moeten doen.
Binnen de partij woedt op dat ogenblik nog volop het debat of Anders Gaan Leven een politieke partij moet worden of een maatschappelijke beweging blijven. Er is bijvoorbeeld heel wat weerstand vanuit de milieubeweging om zich politiek te ‘bezoedelen’. Maar de trein staat op de sporen en het vertrek is onafwendbaar. Vanaf 1979 dient Anders Gaan Leven op diverse plaatsen lijsten in onder de verkorte naam Agalev.
De eerste resultaten zijn erg matig. Het Landelijke Beraad van Anders Gaan Leven richt daarom een Agalev Werkgroep op om mensen uit de nieuwe sociale bewegingen en mensen met politieke ervaring aan te trekken. Met succes, want bij de Europese verkiezingen van 1979 breken de groenen eindelijk door met 2,3 procent van de stemmen. Niet slecht voor een partij zonder middelen en zonder bekende koppen. Dit vertaalt zich vooralsnog niet in zetels, maar twee jaar later verdubbelen de groenen zowaar hun score. Bij de vervroegde verkiezingen van 1981 haalt Agalev meer dan vier procent van de stemmen binnen en heeft plots drie verkozenen in het nationale parlement en één provincieraadslid in Oost-Vlaanderen.
De schokgolf die dit binnen de Belgische politiek teweegbrengt, is enorm. Vooral de verkiezing van het provincieraadslid had een hoge symboolwaarde. Sinds 1932 is geen enkele niet-traditionele partij immers nog in een provincieraad geraakt. Socialisten en christen-democraten hopen hun graantje mee te pikken door groene programmapunten over te nemen en een deel van de kiezers te recupereren, maar slagen er niet in de kiezer te overtuigen.
Het onverhoopte succes van Agalev overtuigt de meeste groenen van de ingeslagen koers. Er wordt een partijstructuur op poten gezet. In maart 1982 houdt de partij in Tielrode haar stichtingscongres en in mei 1982 congresseert men in Hasselt over de beginselverklaringen. In oktober 1982 zijn er gemeenteraadsverkiezingen waar Agalev het alweer erg goed doet: op sommige plaatsen haalt Agalev al méér dan 10 procent, grotendeels ten koste van de christen-democraten. De groenen zijn definitief en spectaculair gelanceerd.
Vanaf dit ogenblik zijn er drie verkozenen die zich fulltime met de realisatie van het groene gedachtegoed kunnen bezig houden. Ze verzamelen een kleine professionele staf rondom zich. Agalev laat zich in die tijd vooral gelden als zweeppartij die de klassieke partijen het vuur aan de schenen wil leggen op het vlak van ecologische en sociale vraagstukken. Waar de grote partijen ideologisch in ademnood zitten, presenteren de groene een nieuw globaal-maatschappelijk project dat door de kiezers fel gesmaakt wordt. De groenen geloven in de maakbaarheid van de maatschappij. Ze willen een einde stellen aan de ecologische roofbouw op onze planeet en de doorhol-economie en tegelijk de economische groeidrang ombuigen tot een duurzame economie, zowel in het westen als in de zogenaamde Derde Wereld. Anderzijds trachten ze de gemeenschapsgerichte zelfontplooiing en de basisdemocratie te bevorderen. De partij scoort in de beginjaren vooral goed met lokale kernafvalbetogingen, verzet tegen lineaire belastingen en concrete voorstellen rond afvalrecyclage. Voorts borrelen voortdurend ook nieuwe - meer theoretische - ideeën op uit de groene bron: ecotaksen, een basisinkomen voor allen, referenda rond democratisering van de Europese instellingen en allochtonenstemrecht. De keerzijde van deze dialoogcultuur is dat sommige discussies nooit beëindigd worden. De partijstructuur is niet aangepast om op korte termijn op een besluitvormingscultuur over te schakelen en aan het beleid deel te nemen.
naar boven
Bloei en groei van Agalev (de jaren '80)
In de tweede helft van de jaren ’80 bouwt Agalev rustig verder aan haar programma en weet zich uitstekend te profileren tijdens de massale betogingen tegen de kernwapens. Op milieuvlak zet de partij de toon met haar verzet tegen illegale stortingen op de Hoge Maey en tegen de aanleg van de LNG-terminal te Zeebrugge. Volgens de groenen zijn de economische en ecologische risico’s te hoog. Verder pleit Agalev steeds volop voor een versterkte Europese samenwerking en geeft met het eerste Europese congres van de Groenen alvast het goede voorbeeld. Op electoraal gebied lijkt Agalev geen enkele inspanning te moeten doen om verkiezing na verkiezing te winnen. Dat blijkt ook uit de verkiezingsuitgaven: groene kandidaten geven slechts een fractie uit aan propagandamateriaal in vergelijking met de concurrenten. Personencultus staat dan ook haaks op de oorspronkelijke partijwaarden. De groenen halen eerder stemmen als team en met principiële argumenten. In het bijzonder de decumulregeling en rotatieplicht slaan aan bij de kiezers. De groene verkozenen engageren zich volgens deze regels ertoe om zo weinig mogelijk verschillende politieke mandaten te combineren en om geen enkel mandaat langer dan twee termijnen te bezetten. Bovendien doen de groenen niet mee aan het Vlaams-nationalistische opbod tussen de andere partijen: voor Agalev houden de echte problemen niet op aan de grens. Ook politieke ‘carrièristen’ zijn bij Agalev aan het verkeerde adres: de verplichte partij-afdrachten van mandatarissen zijn dermate hoog en de combinatie van een mandaat met een voltijdse baan of een vrij beroep wordt zodanig ontmoedigd dat een flinke dosis offerbereidheid vereist is bij het volbrengen van een groen engagement.
Leden uit allerlei organisaties uit het middenveld staan mee aan de wieg van Anders Gaan Leven: Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu, Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze, Amnesty International, Artsen zonder Grenzen, Oxfam, Vrouwenoverlegcomité, Elcker-Ik, Bond Van Vormings- en Ontwikkelingsorganisaties. Nochtans trachten de groenen nooit een eigen maatschappelijke zuil op te bouwen. Ze zijn immers ontstaan als reactie tegen de tekortkomingen van de traditionele verzuiling en willen niet in dezelfde val lopen.
Daardoor positioneert Agalev zich als een typische links-libertaire, anti-autoritaire kaderpartij. Zo’n partij dankt zijn succes niet aan bureaucratische georchestreerde massa-acties zoals betogingen en stakingen, maar van kleine ludiek-provocerende, mediatieke prikacties. Kenmerkend zijn de kleine professionele staf die van onderuit aangestuurd wordt door lokale groepen, terwijl de inhoudelijke lijn wordt uitgezet door werkgroepen van vrijwilligers. Op ethisch vlak positioneert de partij zich als progressief met een groot zelfbeschikkingsrecht voor het individu. De politieke kerntaken worden gedragen door weinig schouders maar dragen de sympathie weg van velen. Zo moeten de groenen bij gemeenteraadsverkiezingen erg veel moeite doen om overal voltallige lijsten in te dienen met kandidaten die ook daadwerkelijk willen verkozen worden. Er komt zelfs een heuse witte vlekken-strategie aan te pas om in elke gemeente een Agalev-groep te activeren.
Rond 1985 schommelt het ledenaantal lang rond de 1.000. Door een actieve ledenzorg stijgt dit stelselmatig bij elke verkiezing tot een niveau van 2 à 3.000 omstreeks 1989 (in 2005 is dat ongeveer 6.500). Dat blijft weinig in vergelijking met het aantal groene kiezers, minder dan 1 procent. Bij de traditionele partijen bedraagt die ratio ongeveer 10 procent. Bovendien is de band met de kiezer vrij los en indirect. De groene kiezers en leden zijn méér dan gemiddeld kritisch. Agalev moet hen bij elke verkiezing opnieuw overtuigen en knokken voor elke stem. Rond de kern van Agalev-leden trachten de groenen meer sympathisanten te bereiken en de basis te verbreden. Hoewel die situatie perfect overeenkomt met vergelijkbare partijen in het buitenland en met de hele sector van de nieuwe sociale bewegingen bleef de ambitie toch op termijn uit te groeien tot een stabiele, middelgrote partij.
Vanaf het begin bekleden vrouwen volop de belangrijkste plaatsen binnen de partij-organen en op de verkiezingslijsten. Die trend wordt verder gezet door vrijwillig en eerder dan de klassieke partijen het ritssysteem toe te passen. Binnen de partijraden leggen de groenen de lat voor zichzelf even hoog: overal moeten vrouwen en mannen evenveel vertegenwoordigd zijn. In dezelfde periode organiseren de jongeren zich apart als Jong-Agalev, allereerst onder de Leuvense studenten. Zij richten zich vooral op thema’s die jongeren en studenten wakker houden en proberen zo een nieuw publiek aan te spreken.
naar boven
Het dipje van 1995
In de eerste helft van de jaren ’90 moet Agalev enkele bittere pillen slikken. Vanuit de oppositie steunt de partij de staatshervorming van de Sint-Michielsakkoorden. In ruil krijgen de groenen een taks op wegwerpdrankverpakkingen, maar de trouweloze coalitiepartijen hollen die wetgeving later volledig uit tot er niets meer van overblijft.
In 1995 zijn er ook verkiezingen. De traditionele politieke klasse baadt in een erg negatieve sfeer van omkoperij omwille van de Agusta-affaire. Agalev trekt daarom met het thema “propere handen” naar de kiezer, maar die laatste geeft zijn stem liever aan de underdog, de gekwetste SP.
Tot ieders verbazing verliest Agalev terrein. De groenen beseffen dat ze zich beter moeten organiseren als ze willen blijven opboksen tegen de traditionele partijen en de toenemende verrechtsing. Het sein voor de broodnodige professionalisering is gegeven: het personeel wordt efficiënter ingezet en de communicatie oogt moderner. De partij positioneert zich progressief, tegen onverdraagzaamheid. In het programma komen levenskwaliteit en solidariteit voorop te staan. Agalev schiet opnieuw uit de startblokken en het vernieuwde enthousiasme slaat aan bij de kiezers.
naar boven
De regeringsdeelname (1999-2004)
De opeenvolgende crisissen in de landbouwindustrie en aanslagen op de voedselveiligheid geven Agalev in 1999 nog een duwtje in de rug. De partij haalt een historische score van méér dan 11 procent bij de federale, Vlaamse, Brusselse en Europese verkiezingen en respectievelijk vijftien, twaalf, één en twee zetels. Ecolo doet het minstens even goed en de groenen worden uitgenodigd voor formatiegesprekken over de nieuwe federale en regionale regeringen. In juli schaart het congres zich achter regeringsdeelname, een gok die de partij bijna fataal zou worden. Agalev krijgt in de federale regering bevoegdheid over onder meer leefmilieu, volksgezondheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en ontwikkelingssamenwerking. In de Vlaamse regering zijn de groenen onder meer verantwoordelijk voor leefmilieu, landbouw, welzijn en gelijke kansen, en ook ontwikkelingssamenwerking.
Een eerste keer mee regeren is niet altijd gemakkelijk, maar de groene ministers kunnen een mooi palmares voorleggen. Op federaal niveau wordt beslist tot de uitstap uit de kernenergie, komt er een strengere wet op de verkeersveiligheid, wordt het voedselagentschap opgericht, wordt het huwelijk opengesteld, komt er een wet op de patiëntenrechten, komt er een antidiscriminatiewet, komt er een regularisatie van mensen zonder papieren en komt er eindelijk een wettelijke verankering van een groeipad naar de 0,7% voor ontwikkelingssamenwerking. Op Vlaams niveau wordt voluit gekozen voor duurzame en biologische landbouw, komt er een grote oppervlakte aan natuur- en bosgebied bij, komt er een baanbrekend akkoord met de zorgsector als antwoord op de ‘witte woede’, komen er maatregelen voor meer kwaliteit van leven (zoals tijdskrediet), komt er een serieuze versnelling in het milieubeleid (onder meer op het vlak van bodemsanering en duurzaam waterbeleid), komt er ruime aandacht voor milieu en gezondheid, komen er nieuwe instrumenten voor mensen met een handicap (zoals het Persoonlijk Assistentie Budget, PAB).
naar boven
De nederlaag van 2003
Het jaar 2003 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Agalev. De federale regeringsdeelname wordt onvoldoende bevonden door de kiezer en de partij zakt bij de federale verkiezingen van 18 mei overal onder de kiesdrempel van 5 procent. Ze haalt geen enkele zetel en verliest haar partijdotatie. Die neergang kan niet alleen verklaard worden door de dioxinebonus van 1999 en de groenen buigen deemoedig het hoofd. Ze beseffen dat ze hun focus te veel op symbooldossiers gelegd hebben en vaak slecht communiceerden. Dat werd hen evenmin in dank afgenomen door de coalitiepartners, die weinig collegiaal met de groenen omspringen.
Maar Agalev krijgt weinig tijd om zich te herpakken: in 2004 staan er in Vlaanderen, Brussel en Europa alweer verkiezingen op het programma. De politieke leiding neemt de verantwoordelijkheid voor de nederlaag op zich en maakt plaats een nieuwe generatie. Jos Geysels geeft de fakkel door aan Dirk Holemans, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Agalev. Maar die laatste kan de rust niet onmiddellijk herstellen. Agalev blijft in de Vlaamse regering, maar wisselt wel haar ministers. Enkele voormalige parlementsleden lopen over naar andere partijen. De achterblijvers putten dan weer moed uit het succes van andere groene partijen in Europa en de oprichting van de Europese Groene Partij.
naar boven
Een nieuwe impuls: omvorming tot Groen! (2003)
Na een korte chaotische periode in de zomer van 2003 neemt Vera Dua het roer over van Dirk Holemans en brengt de rust terug in het groene kamp. De zware klap voor de groenen heeft nog meer positieve gevolgen: honderden nieuwe leden melden zich aan. Zij weigeren het waardevolle groene project verloren te laten gaan. Een meerderheid ziet nog een mooie toekomst voor een zelfstandige koers van het groene ideeëngoed. Intussen wordt er driftig getimmerd aan een nieuw inhoudelijk project. De sleutelwoorden van deze vernieuwde missie zijn “solidariteit, langetermijn en grenzen”.
Om de vernieuwing volop duidelijk te maken voor de buitenwereld kiest men ook voor een nieuwe naam die meer gelijkenis vertoont met die van de andere Europese groene partijen, kortweg Groen!. Op het congres van november 2003 wordt het partij-jargon nog meer gemoderniseerd: Dua mag zich als eerste groene ‘voorzitter’ laten noemen in plaats van ‘politiek secretaris’. Alle partij-organen worden grondig vernieuwd, de structuur gestroomlijnd en een nieuwe lading jong talent wordt klaargestoomd voor de opvolging. Voor het eerst mogen de groene verkiezingskandidaten ook persoonlijke affiches gebruiken. Ook enkele andere oude principes sneuvelen om efficiënter te kunnen werken. Desalniettemin blijft de uiteindelijke beslissingsmacht bij het ledencongres liggen: Groen! blijft de basisdemocratische kaart trekken en een actief vrijwilligersbeleid uitbouwen. Participatie en transparantie zijn geen loze begrippen bij de groenen.
naar boven
De verkiezingen van 2004 en daarna
De campagne voor de verkiezingen van 13 juni is een van de belangrijkste ooit uit de geschiedenis van de groene partij. Zal Groen! zich kunnen herstellen na de zware klap van 2003? Zal Groen! zonder noemenswaardige financiële middelen een professionele campagne kunnen voeren? Zal er met andere woorden een groene partij blijven? En Groen! kiest voor een gerichte campagne. Met als inzet “Vera zoekt… 280.000 mensen” worden alle creatieve en weinig kostende middelen ingezet voor een dynamische campagne. Groen! spreekt duidelijk haar kiezers aan met de verkiezingsslogan “De bal ligt in uw kamp”. Het is een zeer spannende campagne, maar op de avond van de verkiezingen blijkt dat Groen! het duidelijk gehaald heeft: voor het Vlaams Parlement haalt Groen! 7,6% van de stemmen, voor het Europees Parlement 7,99%. Na de verkiezingen beslist de partij om in de oppositie te gaan.
In de periode na de verkiezingen van 2004 keert de rust een beetje weer in de partij. Ondanks het feit dat de financiële en personele gevolgen van de nederlaag van 2003 nog zwaar doorwegen, wordt er keihard gewerkt aan de versterking van de partij met het oog op de volgende jaren. Er wordt sterk geïnvesteerd in inhoud met congressen in 2005 en 2006. Er wordt verder intensief samengewerkt met de Europese Groene Partij. En ondertussen zijn de voorbereiding volop bezig voor de lokale verkiezingen in oktober 2006 en de federale verkiezingen in het voorjaar van 2007.
Het resultaat van 2006 bevestigt dat Groen! na de klap van 2003 terug op de politieke kaart staat. Met ruim 300 vertegenwoordigers in gemeente-, districts, OCMW- en provincieraden behoudt Groen! een stevige lokale verankering. Het topresultaat van 2000 herhalen bleek net te hoog gegrepen. Een aantal groepen verliest daardoor haar zetel in de raad. Maar globaal genomen is Groen! hiermee lokaal even sterk als in 1994. Bovendien weten de twee groene burgemeesters, Willy Minnebo (Zwijndrecht) en Ingrid Pira (Mortsel) een verrassend sterk resultaat neer te zetten, wat beiden een nieuwe ambtstermijn oplevert.
De federale verkiezingen van 2007 brengen Groen! weer in Kamer en Senaat. De behaalde score van 6,3% levert vier kamerleden, één rechtstreeks verkozen senator en één gemeenschapssenator op. Samen met Ecolo, dat haar zetelaantal in de Kamer verdubbelt (van 4 naar 8), zit er weer een sterke ploeg ecologisten in de Kamer.
Na de verkiezingen komt Mieke Vogels als voorzitter aan het hoofd van de partij. Tussen 2007 en 2009 komt de partij, die nu weer in alle parlementen vertegenwoordigd is, terug in rustiger vaarwater. Er wordt geïnvesteerd in een verdere versterking van het programma, met onder meer het Horizoncongres. De verkiezingscampagne van juni 2009 wordt op gang getrokken met een sterke focus op de groene economie. Midden in de zware financiële en economische crisis die de wereld treft, groeit de aandacht voor groene oplossingen. Wat groene partijen al vele jaren zeggen, wordt stilaan ook door de anderen aanvaard. De peilingen zijn goed voor de groene partijen van dit land. Groen! haalt uiteindelijk een behoorlijke score van 6,77% voor het Vlaams, 7,90% voor het Europees, en 11,20% voor het Brussels Parlement. Die uitslag bevestigt dat de partij de donkere jaren na 2003 achter zich kan laten, en is tegelijk een aanzet om de volgende jaren de partijwerking te versterken om bij volgende verkiezingen nog sterker te kunnen wegen op de politieke machtsverhoudingen.
Groen! heeft op dit moment, naast vijf kamerleden en twee senatoren (waarvan 1 gemeenschapssenator), ook 1 Europees, 7 Vlaamse en 2 Brusselse parlementsleden. Na de verkiezingen trad de partij ook toe tot de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar er met Bruno De Lille een groene staatssecretaris is.
In oktober 2009 duidde een congres van de partij Wouter Van Besien en Björn Rzoska aan als nieuwe voorzitter en ondervoorzitter. Zij volgden daarmee Mieke Vogels op aan het hoofd van Groen!. Terwijl maakt de partij zich klaar voor de volgende jaren, die ongetwijfeld weer erg boeiend zullen zijn.
naar boven
(Bijgewerkt tot september 2010)
met dank aan Toon Toelen en Stefaan Colaes - valt onder GNU-licentie