12 dec 2012

“Kritische bijsturing Kunstendecreet noodzakelijk”

Een kritische bijsturing van het Kunstendecreet is noodzakelijk. “Het Kunstendecreet was en is uitermate nuttig, maar de andermaal moeizame en omstreden toekenning van meerjarige subsidies eerder dit jaar bewijst dat aanpassingen aan het decreet zich opdringen,” meent Vlaams parlementslid en cultuurexpert van Groen Bart Caron. Caron stond in het verleden als kabinetchef van minister van Cultuur Bert Anciaux zelf aan de wieg van het Kunstendecreet.

”Het uitgangspunt van het Kunstendecreet is mooi, en daar mag niet aan geraakt worden,” vindt Bart Caron. ”Maar we mogen ook niet blind zijn voor de pijnpunten, en deze zijn ondertussen genoegzaam bekend. Zo is er het lobbywerk door de organisaties, door bevriende politici, de al dan niet reële zelfbevruchting van de adviescommissies en de schottenloosheid die in de praktijk niet werkt.”

Daarnaast duikt er zo nu en dan de verfondsing op als de ultieme oplossing. ”De verfondsing is niet uit te sluiten voor bepaalde disciplines als popmuziek of individuele kunstenaars,” zegt Caron ”Maar zeker niet te veralgemenen voor alle sectoren. Bij verfondsing spreek je per definitie over welomlijnde vakgebieden en dat staat haaks op die schottenloosheid. Dit zou dan ook bijzonder nefast zijn voor organisaties die expliciet buiten de lijntjes kleuren en zich niet binnen één hokje laten vangen.”

In zijn conceptnota somt Bart Caron niet enkel de pijnpunten op. Hij doet ook concrete voorstellen om het proces van subsidiëring te objectiveren en te stroomlijnen. Een eerste grote opdracht is weggelegd voor de minister. ”De minister moet ruim voor de ronde begint een duidelijke beleidsvisie naar voor schuiven in een nota en zo een kader bieden waarin de adviescommissies de schaarse middelen op een gerichte en billijke manier kan verdelen.” De minister moet zich uitspreken over het toekomstige kunstenlandschap, prioriteiten stellen over bepaalde genres, over de globale verdeling van budgetten, over de noodzaak aan meer kleur of een meer interculturele sector, meer plaats voor individuele kunstenaars,een inhaalbeweging voor achtergebleven disciplines als de beeldende kunst, het sociaalartistiek werk en de kunsteducatie . De commissies zelf moeten nog meer dan nu het geval is uitblinken in expertise. Dat kan bijvoorbeeld door te werken met een wisselende samenstelling afhankelijk van de dossieraanvrager.

Het spreekt vanzelf dat de hele procedure open en transparant moet verlopen. ”Ook de historische voorsprong van gevestigde waarden en sectoren, zoals het toneel, moeten we durven in vraag stellen,” meent Bart Caron.

Ook bepleit Bart Caron de herijking van de grote Vlaamse instellingen. Hij stelt voor de basisinfrastructuur van de kunstensector vast te leggen: een twintigtal grote instellingen, organisaties met een groot symbolisch cultureel kapitaal zoals orkesten, grote kunstencentra, de repertoirehuizen in het toneel, de grote dansgezelschappen en de steunpunten. Zij worden beoordeeld door een internationale commissie. Hun bestaan wordt niet in vraag gesteld, maar als ze niet goed werken wordt de leiding en eventueel het bestuur vervangen. Daarnaast is er een groot middenveld dat om de vier jaar meerjarige subsidies kan aanvragen, en tenslotte zijn er tijdelijke projecten waar de beslissing overgelaten wordt aan de beoordelingscommissies.

Een ander pijnpunt is de huidige afwezige rol van de steden in het beleid. Ze moeten een stem krijgen in de keuzes die de minister maakt. De dialoog tussen de steden en de Vlaamse Gemeenschap moet de regel worden.

Met zijn conceptnota opent Bart Caron nu de discussie. Binnen de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement wil hij zo tot een meer werkbare en transparantere manier van werken komen. Uiteraard zal daarbij ook het nodige overleg met de kunstensector op de agenda staan.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK