18 jul 2012

Aanvullend pensioen is lekke reddingssloep

De tweede pijler zal onze pensioenen niet redden. De regering moet stoppen met dat de mensen wijs te maken. Dat is de enige mogelijke conclusie naar aanleiding van de problemen waarmee pensioenverzekeraars en -fondsen vandaag geconfronteerd worden. Verzekeraars AXA, P&V en Allianz laten het rendement van hun groepsverzekering pensioenen zakken onder het wettelijk gegarandeerde minimumrendement. Eerder bleek al dat verzekeraar Apra in vereffening ging en dat ook de pensioenfondsen te kampen hebben met tegenvallende resultaten. Bijna tegen beter weten in blijven alle traditionele partijen de tweede pijler propageren. Een fundamentele discussie over de risico's van die keuze blijft uit.

Wie kiest voor de tweede pijler, kiest voor een beleggingslogica. Ofwel kies je voor meer veiligheid, maar met een lager rendement. Ofwel kies je voor meer rendement, maar verlies je garanties. In geen enkel scenario zullen gepensioneerden kunnen "rekenen op een aanvullend pensioen dat hun koopkracht garandeert", zoals Open Vld-politici tegen beter weten in blijven hopen.

Premieverhogingen

Kijk naar Nederland, een land dat vaak geroemd wordt voor zijn sterke tweede pijler. De Nederlandse Commissie 'Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen' onder leiding van professor Goudswaard stelt in haar rapport vast dat de Nederlandse pensioenfondsen steeds minder goed in staat zijn risico's op te vangen. Daarom moeten ze premieverhogingen vragen bij de werkgevers. Ook in België moeten werkgevers het gat opvullen als de beurzen tegenvallen en de minimumrendementen niet gehaald worden. Werkgevers voelen de bui al hangen en proberen de extra kosten te verrekenen in de loononderhandelingen met werknemers. Bovendien zijn er door de demografische evolutie steeds minder premiebetalers ten opzichte van ontvangers. Ook kapitalisatie-stelsels voelen met andere woorden de druk van de vergrijzing. Dezelfde commissie concludeert dat "oplossingen gezocht moeten worden in een beperking van de pensioenambitie of in het anders omgaan met risico's, of een combinatie van beide". Vertaald: ofwel krijg je een lager tweedepijlerpensioen, ofwel draag je als gepensioneerde zelf meer risico's in plaats van de verzekeraar, het fonds of de werkgever. Het aanvullend pensioen als garantie op uw koopkracht?

De tweede pijler is verre van gratis. De werknemer ruilt een deel van zijn huidige loon in voor toekomstig pensioen, de werkgever betaalt dat mee en de overheid betaalt twee keer: als werkgever en via de fiscale subsidiëring van de tweede pijler. De bestaande fiscale prikkels verhogen kunstmatig het rendement van de tweede pijler, ten koste van het overheidsbudget. Vaak zorgen ze niet eens voor een verhoging van het spaarvolume in ons land, maar enkel voor een verschuiving binnen het totale spaarvolume naar pensioensparen. Volgens schattingen van professor Pacolet van de KU Leuven gaat trouwens 27% van het pensioenkapitaal verloren aan administratiekosten bij de verzekeraars en fondsen.

Het aanvullend pensioen is mooi meegenomen als de beurzen meezitten, maar de zekerheid over het latere pensioen waar mensen terecht naar hunkeren kan het niet bieden. Laten we ook niet vergeten dat 40% van de werknemers uitgesloten blijft van de tweede pijler en enkel terugvalt op het wettelijk pensioen. Investeren in de eerste pijler is zeker in tijden van financiële crisis des te belangrijker. Het vergt een politieke keuze om een stuk van onze welvaart te herverdelen en te investeren in een voldoende hoog wettelijk pensioen.

Langer werken

Hoe willen we dat betalen? Langer werken, zeker, maar dan wel met voldoende aandacht voor werkbaarheid voor oudere werknemers en een gezonde balans tussen arbeid en gezin. Groen wil daarbij meer uitgaan van het aantal gewerkte jaren, in plaats van ons vast te pinnen op leeftijden. Als we voluit gaan voor voldoende hoge wettelijke pensioenen, dan is er weinig reden om de tweede en derde pensioenpijler nog altijd zo genereus te subsidiëren. De kost van de toegekende fiscale voordelen loopt op tot miljarden euro per jaar. Laat ons beginnen met een maximumplafond in te voeren waarboven de opbouw voor het aanvullend pensioen niet langer fiscaal aftrekbaar is.

Vaak hoor je dat de aanvullende pensioenen nodig zijn omdat het wettelijk pensioen tekortschiet. Maar de erosie van het wettelijk pensioen in een tijdperk van rode beurscijfers werpt de volgende vraag op: zullen we nog een eerste pijler hebben als de tweede pijler het begeeft?

(Dit opiniestuk verscheen op woensdag 18 juli 2012 in De Morgen)

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK