15 jan 2013

Analyse Beleidsnota Buitenlandse Zaken

Op 9 januari stelde minister Reynders zijn beleidsnota voor in de Commissie Buitenlandse Zaken over zijn beleid in 2013. Hieronder vindt u de volledige analyse van Groen (de interventie van Eva Brems in de Commissie). De volledige zitting kan u hier nalezen.

Mevrouw Eva Brems (Ecolo-Groen) is verheugd dat de beleidsnota van de minister concreter is dan de vorige (DOC 53 1964/010), die inhoudelijk louter het regeerakkoord terzake overnam en vooral betrekking had op de economische aspecten van de diplomatie, waarschijnlijk omdat de minister voordien minister van Financiën was.

Hoewel het begrijpelijk is dat het economisch profiel van de diplomaten wordt versterkt om de Belgische bedrijven internationaal meer kansen te bieden, toch mag voor de diplomatie het belang van de sociale en de milieugerelateerde aspecten alsook de mensenrechten niet over het hoofd worden gezien. Het is daarom heel betreurenswaardig dat deze beleidsnota slechts één zin bevat over de mensenrechten, onderaan de prioriteitenlijsten voor België (DOC 53 2586/007, blz. 16).

Mevrouw Brems wenst terzake van de minister een meer voluntaristische, structurele en ambitieuze aanpak, en suggereert de functie van adviseur voor de mensenrechten in te stellen, naar het voorbeeld van de raadgevers in economische diplomatie. In verband met de EU is de spreekster opgetogen dat België ernaar zal blijven streven dat de lidstaten met één stem spreken. Zij wenst dat de minister zowel vóór als na de Europese topontmoetingen zijn standpunten aan de onderhandelingstafel geregelder komt voorstellen in commissie.

Mevrouw Brems betreurt dat het de beleidsnota aan ambitie ontbreekt in verband met Centraal-Afrika, terwijl de regio van de Grote Meren toch een streek is waar België werkelijk het verschil kan maken. Het lid vraagt de minister of hij van plan is over Rwanda een duidelijker standpunt te vertolken, want volgens haar ging een te zwak signaal uit van de onthouding van België bij de stemming over de kandidatuur van Rwanda als niet permanent lid van de VN-Veiligheidsraad.

Voorts wenst de spreekster te vernemen welke West-Afrikaanse landen de minister zal bezoeken tijdens zijn aanstaande economische missie. Zij hoopt dat bij dat bezoek de klemtoon zal worden gelegd op de democratische beginselen. Ook wil zij weten welke stappen België zal ondernemen in het kader van zijn inspanningen om in de Hoorn van Afrika vrede en stabiliteit te bewerkstelligen. Zijn er overigens al stappen ondernomen? Zo niet, zullen de toekomstige interventies dan uitsluitend militair van aard zijn, of zal er ook preventief worden opgetreden?

Over de toestand in Syrië vraagt mevrouw Brems of het door de minister aangehaalde, louter humanitair initiatief betekent dat voortaan wordt afgestapt van het idee voor medische zones of humanitaire corridors? Welke andere initiatieven zal België nog nemen, nu zowat 1 miljoen Syriërs honger lijden? Hoe staat het overigens met de hulpverlening aan de vluchtelingen in de makkelijker toegankelijke buurlanden van Syrië? Wat het Midden-Oosten aangaat, is de spreekster opgetogen dat België de tenuitvoerlegging wenst van de conclusies van de Europese Raad van 14 mei 2012 over het vredesproces. Zij is evenwel verbaasd dat België de EU aanspoort ”om in deze zin berichten aan Washington over te brengen” (DOC 53 2586/007, blz. 10), in plaats van zelf op te treden zoals de EU dat doet wanneer het om financiering gaat. Zij twijfelt bovendien aan de Israëlische bereidheid om tot een oplossing te komen, zeker na de aankondiging van premier Netanyahu dat er een actiever nederzettingenbeleid komt in Oost-Jeruzalem, een stad die hij trouwens heeft bestempeld als de hoofdstad van de Staat Israël. Het lid pleit ervoor niet alleen de uitbreiding van de nederzettingen te veroordelen, maar ook aan te dringen op de stopzetting van de bouwwerkzaamheden en zelfs op de afbraak van nederzettingen. Voorts wenst zij dat België zijn directe of indirecte steun aan de nederzettingen opschort, met name door te weigeren de van de nederzettingen afkomstige producten als Israëlisch te beschouwen. In dat verband vraagt zij naar de plannen van de minister in verband met de economische betrekkingen van België met Israël en met de eventuele verruiming ervan.

Ook wenst mevrouw Brems te vernemen of de minister tijdens zijn aanstaande reis naar het Midden-Oosten de Gazastrook wil bezoeken, en of de mensenrechten en de schendingen van het internationaal recht thema’s; zijn waar de minister het over zal hebben met zijn ambtsgenoten of die aan bod zullen komen bij overleg tussen medewerkers van lagere rang. Zal België Israël verzoeken het Verdrag in verband met de non-proliferatie van kernwapens te ratificeren?

Tevens hoopt de spreekster dat de minister ook nog andere opties zal overwegen dan louter ”te zien of (…) de verstandhouding tussen de Verenigde Staten en Rusland een vooruitgang zal toelaten in het kader van tactische nucleaire wapens” (DOC 53 2586/007, blz.14). Zij beklemtoont dat de Nederlandse Tweede Kamer in het kader van de bespreking van de Rijksbegroting 2013 een motie heeft aangenomen over nucleaire ontwapening in Europa, aangezien ”de dialoog binnen de NAVO en met Rusland niet of nauwelijks vooruitgang heeft gebracht op het gebied van afbouw van de tactische kernwapens in Europa” (motie-Omtzigt))6. Wat de economische diplomatie betreft, hoopt mevrouw Brems dat de criteria inzake ”prestaties en economische cultuur” (DOC 53 2586/007, blz. 14) niet de enige zullen zijn om economische betrekkingen met andere Staten te rechtvaardigen: zij pleit ervoor ook rekening te houden met de stand van de mensenrechten, de democratie, de sociale rechten en het milieu in die landen. De Belgische ondernemingen zouden en eens aan die criteria moeten worden getoetst. De samenhang van de beleidslijnen inzake ontwikkelingssamenwerking heeft voorts maar zin als die ook door het departement Buitenlandse Zaken worden gevolgd.

De spreekster herinnert vervolgens aan de verbintenis van de minister om de nadere regels voor het sluiten van bilaterale investeringsakkoorden aan te passen en vraagt naar de opvolging die aan dat engagement is gegeven. Zij herinnert ook aan het belang van de sociale en milieu gerelateerde clausules.

Met betrekking tot het multilateraal economisch en commercieel beleid stelt de beleidsnota: ”De regering zal haar steun aan het proces van de Doha Ontwikkelingsagenda verderzetten en, meer algemeen, het streven aanmoedigen naar een liberalisering van de handel in diensten en landbouw- en industriële goederen, op een multi- of plurilaterale basis” (DOC 53 2586/007, blz. 16). Het begrip ”plurilaterale” houdt echter in dat elke Staat op vrijwillige basis een dergelijk akkoord kan sluiten, wat in strijd is met de Verklaring van Doha over de fi nanciering van ontwikkeling van 20087. Wat is terzake bijgevolg het huidige standpunt van België en de EU, aangezien die laatste zich daar vroeger sceptisch over heeft getoond?

Mevrouw Brems wenst vervolgens te beschikken over de strategische nota die de minister in verband met de rationalisering van de diplomatieke en consulaire posten ter sprake heeft gebracht.

Zij wijst daarna op een aantal thema’s; en landen die in de nota ontbreken, wat zij betreurt: &mdash de ”Arabische Lente-landen” (Libië, Egypte, Tunesië, Bahrein): quid met de beloftes om het democratiseringsproces te steunen?&mdash de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika): vindt de minister niet dat België dienaangaande een strategie zou moeten uitstippelen?&mdash het klimaatvraagstuk, dat bijzonder dringend en belangrijk is.

Met betrekking tot de begroting van het departement merkt de spreekster op dat de subsidies voor het Koninklijk Instituut voor Internationale Relaties (het Egmont-Instituut) en de International Crisis Group worden verminderd. Het lid vraagt zich af of hun capaciteit inzake analyse en productie daardoor zal worden aangetast. Voor welke ambassades en voor hoeveel voertuigen is het bedrag 750 000 euro voor gepantserde wagens bestemd?

De spreekster sluit af met een aantal verzoeken aan de minister. In de eerste plaats wil ze hem meer in commissie zien, onder meer om sneller een antwoord te krijgen op de hem gestelde actualiteitsvragen. Zij hoopt ook dat België niet bevreesd is om snel standpunten in te nemen, zonder te wachten op een gemeenschappelijk EU-standpunt of een VN-oplossing. Ten derde vraagt zij of de minister in het kader van de Universal Periodic Review (UPR) van plan is de VN-Mensenrechtenraad een tussentijds verslag te bezorgen. Tot slot pleit zij in verband met Centraal-Afrika voor een samenhangend beleid.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK