08 mei 2012

Besparing op budget Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) is niet logisch

Het budget voor de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) daalt in de begrotingsaanpassing 2012 van 489 miljoen euro met 32,6 miljoen euro naar 456,4 miljoen euro. Centrale vraag: hoe is het mogelijk dat meer dan 32 miljoen euro bespaard wordt op een sociale maatregel waarvan we weten dat ze eigenlijk nog onvoldoende gekend is bij de mensen die er recht op hebben? De besparing lijkt in tegenstelling met wat in het regeerakkoord-Di Rupo I staat: “Om te vermijden dat ouderen hun rechten niet opnemen of die te laat verkrijgen, zal het recht op de inkomensgarantie voor ouderen sneller worden toegekend.” Als het de regering menens is om de armoede bij ouderen aan te pakken, en om de IGO te versterken en uit te breiden, zou het budget moeten stijgen of op zijn minst gehandhaafd blijven. De groenen stemden daarom tegen de budgetaanpassing pensioenen in de Kamercommissie Sociale Zaken, de meerderheidsfracties keurden ze goed.

Er zijn zo’n 2,3 miljoen gepensioneerden in ons land. 1 op 4 heeft een inkomen onder de armoededrempel. Heel wat ouderen hebben het moeilijk om de eindjes aan mekaar te knopen en moeten rondkomen met een laag pensioen. De IGO is een uitkering, een bijstandsmaatregel, die wordt toegekend aan gepensioneerden die niet over voldoende financiële middelen beschikken. Er wordt daarvoor niet alleen naar het inkomen gekeken, maar ook naar het vermogen. Zo’n 100.000 ouderen krijgen een IGO. Het bedrag voor een alleenstaande ligt op 972,39 euro per maand. Notabene nog steeds net onder de armoededrempel van 973 euro, maar toch een belangrijk sociaal vangnet.

Er wordt echter verondersteld dat heel wat meer ouderen recht hebben op een IGO. De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) onderzoekt op de leeftijd van 65 jaar automatisch als iemand recht heeft op IGO of niet. Maar dit automatisch onderzoek wordt pas sinds 2010 ook uitgevoerd voor de mensen die op vervroegd pensioen gaan (het overgrote merendeel). Voor de meesten die vóór 2010 65 jaar geworden is, is er dus geen automatisch onderzoek geweest. Daarom is de RVP nu ook bezig met een retroactief onderzoek bij alle 65+’ers, maar aan een traag tempo van 300 onderzoeken per maand.

Los van deze automatische onderzoeken kan een gepensioneerde zelf ook de IGO aanvragen bij zijn gemeentehuis, maar het bestaan van de IGO is onvoldoende gekend en de administratieve drempel is vaak te hoog. Daarom zijn mediacampagnes zo belangrijk. De Ombudsdienst voor Pensioenen adviseerde al om zo’n mediacampagne op te starten, en in 2011 besliste toenmalig minister Daerden om een sensibilisatiecampagne op te starten via de OCMW’s; en mutualiteiten. Over de partijen heen was er hierover consensus: we zouden de IGO bekender maken bij de doelgroep van financieel kwetsbare gepensioneerden. De kwestie kon ook op heel wat media aandacht rekenen (oa Peeters en Pichal met een heel praktische insteek hoe de IGO aan te vragen, wie heeft er recht op, etc).

Als huidig Minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (OpenVLD) het zou menen met de strijd tegen de kansarmoede bij ouderen, moet hij van de uitbreiding en versterking van de IGO een prioriteit maken. En dat veronderstelt een stijging van het budget of toch op zijn minst een handhaving ervan. De huidige besparing is niet logisch en betreuren wij. De bevolking levert een inspanning door langer aan de slag te blijven, maar de zekerheid over een menswaardig pensioen in ruil krijgen ze niet. Dat is niet rechtvaardig, en bovendien in strijd met het regeerakkoord.

Ik zal in de komende weken bijkomende parlementaire vragen stellen en de regering aansporen om meer aandacht te hebben voor maatregelen tegen armoede bij gepensioneerden, zoals een versterking van de IGO.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK