29 jun 2012

Burundi en Rwanda na 50 jaar onafhankelijkheid: aan uitdagingen geen gebrek

Volgende week vieren Burundi en Rwanda hun 50e onafhankelijkheidsverjaardag, een reden tot feest. Ook prins Filip en minister Reynders zakken af naar Bujumbura om de festiviteiten bij te wonen. Op het terrein blijven de uitdagingen na 50 jaar onafhankelijkheid echter groot, zéér groot.

Na hoopvolle ontwikkelingen in het vorige decennium gaat de situatie in Burundi opnieuw bergaf. Na de verkiezingen van 2010 - die door de oppositie geboycot werden - lijkt het eenpartijsysteem weer helemaal terug van weggeweest. De nasleep van deze verkiezingen werden gekenmerkt door politieke moorden langs beide kanten, en verschillende oppositieleiders moesten het land ontvluchten. Sindsdien ontbreekt elke vorm van politieke dialoog, en neemt de frustratie bij de verschillende oppositiepartijen elke dag toe. Een heropflakkering van gewapend geweld is in deze context een reële dreiging, een vreedzame aanloop naar de verkiezingen van 2015 onwaarschijnlijk.

Bij het gebrek aan politieke oppositie bevindt de civiele maatschappij zich in de vuurlinie van de regering. Het middenveld wordt door de machthebbers gezien als onderdeel van de oppositie, en wordt met dezelfde wapens bestreden. Activisten en journalisten worden in toenemende mate geconfronteerd met intimidaties, arrestaties, onrechtmatige opsluiting en moordcomplotten. Het gerechtsapparaat - dat volledig afhankelijk is van de regering - dient daarbij als handig instrument.

Daarmee lijkt de machthebbende CNDD-FDD in Burundi steeds meer een voorbeeld te nemen aan buurland Rwanda. Daar houden president Kagame en zijn partij al meer dan een decennium het land in een ijzeren greep, en wordt de politieke oppositie en een kritisch middenveld systematisch de mond gesnoerd. De internationale gemeenschap kijkt daarbij vaak de andere kant op: anders dan Burundi slaagde de Rwandese overheid er wel in om een efficiënt overheidsapparaat op te stellen en de corruptie in te dijken, waardoor het land een aantrekkelijke ontwikkelingspartner is.

Deze tolerantie komt (terecht) onder druk te staan nu steeds duidelijker wordt dat de Rwandese overheid zich opnieuw mengt in de rebellie in Oost-Congo. Sinds het heropflakkeren van de strijd tussen het Congolese regeringsleger en verschillende rebellengroeperingen zijn daar meer dan honderdduizend gezinnen op de vlucht geslagen, en dreigt opnieuw een humanitaire crisis. Na Human Rights Watch en MONUSCO bevestigt nu ook de VN Expertengroep dat de Rwandese overheid steun heeft verleend aan de rebellie in de vorm van wapen- en troepenleveringen, en een vrijhaven voor Ntaganda en zijn strijders op Rwandees grondgebied. Verder levert het rapport "overweldigend" bewijs dat verschillende hooggeplaatsten binnen de Rwandese regering - zoals minister van Defensie James Kaberebe, stafchef Charles Kayonga en generaal Jacques Nziza - persoonlijk bij zijn betrokken.

Minister Reynders weet dus goed wat doen wanneer hij volgende week naar Burundi afreist. In de eerste plaats is het belangrijk dat de politieke dialoog tussen regering en oppositie hervat wordt, en dat het middenveld en de media de nodige vrijheid krijgen om hun rol te vervullen. Als één van de grootste donoren kan ons land zeker doorwegen op dit vlak. We verwachten dan ook van onze ministers dat hij deze problematiek aankaart tijdens zijn bezoek, en concrete toezeggingen krijgt van de Burundese overheid.

De situatie voor Rwanda ligt wat anders, daar is België maar goed voor 7% de totale ontwikkelingshulp. Het is dan ook nodig om de VS en het VK - de twee belangrijkste bilaterale partners van het land - aan boord te krijgen om Kagame onder druk te zetten de Rwandese inmenging in Oost-Congo stop te zetten. Onze minister moet dus niet enkel zelf een duidelijk standpunt innemen rond deze kwestie, maar ook actief werken om de VS en het VK mee te krijgen in dit verhaal.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK