26 maa 2019

Copyright Directive: Europees parlement kiest voor bescherming van creatievelingen

Het Europees Parlement keurde vandaag het omstreden voorstel voor een nieuwe Copyright-wetgeving goed. Het voorstel haalde het in de plenaire zitting met 348 stemmen voor, 247 stemmen tegen en 36 onthoudingen. “Ik ben tevreden over dit resultaat, hoewel het voorstel nog gebreken bevat. Die gebreken kunnen nog verholpen worden bij de nationale omzetting van deze Europese wetgeving. Het was een moeilijke afweging maar het belangrijkste is dat we duidelijk de kant hebben gekozen van de creatievelingen en niet die van de grote multinationals als Google die eigenlijk enkel grof geld willen verdienen met het originele werk van anderen, zonder daarvoor bij te dragen of aansprakelijk te zijn”, zegt Bart Staes, Europarlementslid voor Groen.

Staes: “Mijn uitgangspunt is dat creatievelingen - auteurs, journalisten, componisten, muzikanten, filmmakers, scenaristen, uitvoerende muzikanten, ... - een absoluut recht hebben op een eerlijke vergoeding, ook op het internet, van hun creativiteit die hun eigendom is. De voorliggende copyrightrichtlijn geeft die creatievelingen nu eindelijk bescherming en een afdwingbaar recht op vergoeding.”

Een complex dossier

Staes: “Dat dit dossier uitermate complex is staat buiten kijf en daarenboven werd het enorm belobbyd van alle kanten. Zo gooide Google al haar beschikbare kanalen in de strijd, waaronder Instagram en YouTube om mensen te desinformeren. Laat ons wel wezen, het internet of YouTube zullen niet verdwijnen. Deze wet maakt de platforms aansprakelijk in plaats van de gebruikers die vandaag aansprakelijk zijn. Platforms zullen simpelweg licenties moeten onderhandelen met de creatieve sector. Dat is exact hetzelfde als wat de horeca, festivals en bedrijven al jaren moeten doen in de fysieke wereld. Het gaat hier om basisrechtvaardigheid, u zou toch ook niet zomaar aanvaarden dat iemand uw huis of auto kraakt?”

Mythes

Er werd veel mist gespuid rond de Copyright Directive door een aantal argumenten te gebruiken die eigenlijk relatief snel van tafel kunnen geveegd worden. Het is ook de logica zelve dat dit gebeurt want de techgiganten zien natuurlijk dat het voor hen ongelofelijk interessant ‘business model’ op het spel staat. Namelijk dat model van massaal veel adverteren en daarmee miljarden genereren,  dankzij de creatieve inhoud van iemand anders en daar rijk van worden zonder enige aansprakelijkheid, dat model is fundamenteel oneerlijk en onrechtvaardig.

Tijd om wat mythes te ontkrachten:

  1. "De kost en extra administratie zal ervoor zorgen dat kleine Europese spelers nog moeilijker met de Amerikaanse giganten kunnen concurreren."

    Wellicht zal net het omgekeerde gebeuren. De kosten zullen op maat zijn van de schaal van het bedrijf(je) in kwestie. De richtlijn creëert de mogelijkheid om ‘content licenties’ te onderhandelen in grote bulk. Dat wil zeggen dat een kleine speler na een onderhandeling potentieel toegang krijgt tot grotere hoeveelheden repertoire. Dat is vandaag niet zo. De creatieve sector heeft de gewoonte (zeker in ons land) om tarieven te onderhandelen op maat van het bedrijf of de sector. Kleine bedrijven worden lagere en redelijke tarieven gevraagd om toegang te krijgen tot hetzelfde repertoire dan de grote platforms. Dat zal tot een democratisering van het verspreiden van inhoud leiden. Vandaag hebben giganten zoals Google een monopolie - Google kreeg vorige week overigens voor de derde maal door de Europese Commissie een monsterboete opgelegd voor monopoliemisbruik - en krijgen kleine startups vaak te maken met geblokkeerde content ten gevolge van copyright inbreuken.
     
  2. "Het zal leiden tot meer administratieve lasten voor bedrijven en platformen"

    Ik ben een groot pleitbezorger van administratieve vereenvoudiging en efficiëntie. Onderhandelingen verlopen idealiter via beheers vennootschappen. Uiteraard niet 1 op 1 want dat is niet haalbaar. Zodra die onderhandeling, mogelijks 1 keer om de vijf jaar, afgerond is, valt de administratie weg.
     
  3. "Herkenningssoftware is onbetaalbaar"

    Waarom is dat vandaag het geval? Omdat de markt gemonopoliseerd is door Google, YouTube en Facebook.

    Deze richtlijn kan hetzelfde effect genereren als toen de markt van de online betaalmogelijkheden plots werd opengegooid. Het is eigenlijk nog maar recent dat kleine bedrijven of zelfstandigen (zelfs particulieren) betaalbare betaalsystemen kunnen integreren in hun eigen platformen of websites. Datzelfde effect gaan we krijgen als het gaat over herkenningssoftware.
     
  4. "Uploaders worden niet beschermd"

    Uploaders worden wel degelijk beschermd. Grote platformen moeten zich verantwoorden waarom ze bepaalde ‘inhoud’ verwijderen. Er geldt een uitzondering voor quoteringen, kritiek, parodieën en karikaturen. Memes, GIF’s en ‘freedom of speech’ zijn gevrijwaard. En ook non-profit platforms zoals Wikipedia, open source platforms en internet serviceproviders.
     
  5. "Artikel 11: De zogeheten ‘Link Taks’"

    Artikel 11 creëert een nieuw recht nl. het aanvullend auteursrecht. Dat nieuw recht kan ad hoc ingeroepen worden door persuitgeverijen voor het online gebruik van hun perspublicaties door online platformen, zoals Google dat wanneer je naar iets zoekt een paar gerelateerde persartikels naar voor schuift met titel, foto en korte inhoud. Dit recht is geldig gedurende 2 jaar na de originele publicatie.

    Artikel 11 en het nieuwe aanvullend auteursrecht zijn niet van toepassing op “private or non-commercial uses of press publications carried out by individuals”. Het delen van een link (hyperlinking) op zich staat volledig vrij. Geen beperking van de vrijheid voor individuen dus! Artikel 11 maakt een uitzondering voor “enkele woorden of zeer korte fragmenten”.

    Achter artikel 11 schuilt een simpele maar niet onlogische filosofie: die van de bescherming van kwaliteitsjournalistiek, de poortwachters van de democratie. Vandaag wordt nog nauwelijks en in elk geval veel te weinig in redacties geïnvesteerd mede omdat advertentiebudgetten worden weggezogen door de Googles van deze wereld. Dat leidt tot besparingen op redacties en dat is zeer kwalijk voor de kwaliteit van de journalistiek.
     
  6. "Artikel 13: De zogeheten ‘Upload Filter’"

    Mensen die tegen Artikel 13 zijn zeggen vaak dat alle platformen hun gehele catalogus aan content zullen moeten scannen om te zien of er iets tussen zit dat het auteursrecht schendt. Ze houden vast aan het idee dat aangezien men niet altijd kan onderscheiden wat nu wel of niet beschermd is dit altijd zal leiden tot het preventief verwijderen van content en dus censuur.

    Dat is onjuist. Artikel 13 zal net nieuwe licentieoplossingen stimuleren waarbij rechthebbenden platformen zullen machtigen om legitieme openbare toegang tot een zo groot mogelijke bibliotheek aan content mogelijk te maken. Dergelijke licenties zullen ook de activiteiten van uploaders dekken, zolang ze niet voor commerciële doeleinden handelen.

    Creatievelingen vertrouwen op collectieve beheersorganisaties die werken als een soort “one-stop-shop” voor het verlenen van licenties. In de praktijk betekent dit dat er meer inhoud beschikbaar zal zijn mét een billijke vergoeding voor de maker.

    Content hoeft niet op grote schaal gemonitord en verwijderd te worden. Het gaat over het gericht verwijderen van beschermd materiaal op basis van informatie die gegeven wordt door de rechthebbende zelf.

    Volgens de nieuwe tekst hoeven services niet elk stuk afzonderlijk te controleren, te begrijpen en actie te ondernemen. Ze hoeven enkel heel specifieke werken te verwijderen door middel van gerichte maatregelen zonder algemene monitoring.


Conclusie

“De voorliggende tekst is een compromis na vele jaren onderhandelen en bevat zeker nog onduidelijkheden en onvolkomenheden. Maar het is een richtlijn die nog moet worden omgezet in nationale wetgeving. En als er in de toekomst rechtszaken worden aangekaart voor het Hof van Justitie, kunnen we erop aan dat de Europese rechters de tekst nooit zo extreem zullen interpreteren als de tegenstanders van de richtlijn nu beweren. Rechters zijn er immers om de verschillende rechten en zeker de grondrechten als vrijheid van meningsuiting en andere burgerrechten zorgvuldig en evenwichtig tegen elkaar af te wegen.

Door het goedkeuren van deze richtlijn wil ik de creatievelingen het begin van rechten geven waar ze zonder meer recht op hebben (en al lang op wachten): een eerlijke en faire vergoeding van hun creatieve arbeid, ook als die op het internet gepubliceerd wordt. Ik neem aan dat de meeste schrijvers van de mails die me gestuurd werden, het niet fijn zouden vinden dat hun huis, hun auto, hun fiets of hun computer ‘gekraakt’ zouden worden. Laat ons dus ook niet langer toelaten de arbeid van creatievelingen te kraken, zeker niet in naam van het zogezegd ‘vrije’ internet”
, aldus Bart Staes.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK