27 nov 2012

Crisis bedreigt millenniumdoelstelling rond moedersterfte

Op 22 november zocht Memisa aandacht voor de hoge moedersterfte in het Zuiden via een evenement in de senaat en bijhorende een foto-en tekententoonstelling. Deze medische NGO zet zich in rond moedersterfte door in ontwikkelingslanden kraamafdelingen met medisch materiaal uit te rusten en door systemen uit te werken die medische ingrepen zoals keizersneden ook betaalbaar maken voor de allerarmsten. Omdat Eva dit initiatief steunt gaf ze haar tijdens het officiële moment in de senaat haar visie op de netelige vraag of het bereiken van de Millenniumdoelstelling rond moedersterfte bedreigd wordt door de economische crisis.

De alom bekende economische crisis roept vele vragen op, vanzelfsprekend ook in de ontwikkelingswereld. Heeft de crisis een menselijke tol als gevolg? Zullen mensen door deze crisis minder in staat zijn om zich uit de armoede op te werken? En staat het bereiken van de Millenniumdoelstelling rond moedersterfte onder druk door de economische crisis? Dit soort vragen stellen is ze beantwoorden, zoveel is duidelijk. De negatieve impact van de crisis op al deze problemen is onmiskenbaar. Het Global Monitoring Report van de Wereldbank legt de vinger op de wonde: alle indicatoren voor menselijke ontwikkeling gaan sneller achteruit in crisistijd dan ze vooruit gaan in goede tijden. Dit is een reden te meer om waakzaam te blijven op maatregelen die de effecten van een crisis verzachten, zoals een stabiele en betrouwbare vorm van ontwikkelingssamenwerking.

Bij het definitief uitbreken van de crisis in 2008 groeide het volume aan hulp nog, en internationale instellingen zoals het IMF en regionale ontwikkelingsbanken zetten eveneens een tandje bij in het licht van de financiële moeilijkheden. Nu zijn we echter vijf jaar later, en we zien al de eerste tekenen van achteruitgang. In het MDG Gap Report van 2012 lezen we dat voor het eerst sinds lange tijd de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking dalen, en dat er bij donoren weinig enthousiasme bestaat om die trend tegen 2015 om te keren. Directe oorzaak is de aanslepende economische crisis, luidt het rapport.

Ook België sluit aan bij die evolutie, het schroefde vorig jaar haar budget voor ontwikkelingssamenwerking terug met 13%. Volgens cijfers van de OESO bengelt ons land daarmee ergens onderaan als een van de slechtste leerlingen van Europa. Ook tijdens de jongste begrotingsrondes zit ontwikkelingssamenwerking in de hoek waar de klappen vallen. Dit soort politieke keuzes is echter niet onvermijdelijk. We noteren bij landen zoals Zweden of Zwitserland zelfs opmerkelijke stijgingen in het budget. Hoe dan ook ziet het er naar uit dat we minder doelstellingen in minder landen zullen behalen.

De vraag is of het behalen van de 0,7% nog wel relevant is. Zijn andere geldstromen niet veel belangrijker? Dat is een legitieme vraag in het bredere debat rond ontwikkeling, maar in de praktijk heeft een daling van ODA concrete gevolgen voor de financiering van specifieke programma’s; die er echt toe doen, rond de bestrijding van moedersterfte bijvoorbeeld. Het leeuwendeel van de overlijdens vindt immers plaats in de armste gebieden, met name in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië. In tegenstelling tot landen met een sterker overheidsbestel elders in de wereld, sterven vrouwen in deze regio’s; voornamelijk door een gebrek aan professionele zorg. Zolang deze landen gevangen blijven in armoede zijn zij immers onmogelijk in staat om zelf in te staan voor een degelijk uitgebouwde gezondheidszorg. Het snijden in budgetten voor ontwikkelingssamenwerking in deze tijden van crisis roept daarom de vooruitgang in de bestrijding van moedersterfte, die sinds 1990 desondanks is gemaakt, een halt toe.

Vanuit het standpunt van de Millenniumdoelstellingen bekeken is dat des te problematischer, want van alle doelstellingen heeft MDG 5 tot nu toe het minst vooruitgang geboekt. Als door de aanhoudende crisis de buitenlandse steun aan de armste landen uitblijft, bestaat voor hen de uitdaging er in om sociale programma’s; in eigen land te beschermen en te versterken. De vraag of dit haalbaar en voldoende zal zijn is terecht, maar uit enkele cases blijkt dat het kan. Volgens IMF en Wereldbank hebben een aantal landen in Sub-Sahara Afrika zoals Congo en Burundi hun budget voor sociale uitgaven verhoogd. Onvoldoende om problemen zoals moedersterfte uit te schakelen, maar toch.

Het mag echter duidelijk zijn dat zoiets geen structurele oplossing is zolang deze landen zich in hun huidige precaire situatie bevinden. De crisis mag geen excuus zijn om onze engagementen op te geven. Er gaapt een kloof van 130 miljard euro tussen effectieve uitgaven in ontwikkelingssamenwerking en de beloftes van donorlanden. Om de VN doelstellingen te halen zou er effectief een verdubbeling van ODA moeten komen. In het politieke klimaat van vandaag is dit een moeilijke zoniet onmogelijke opgave. Toch moeten we er voor ijveren dat we niet verder achteruit glijden, en onze nu al ontoereikende ambities nog verder terugschroeven.

Last but not least bestaat er volgens het Countdown to 2015 initiatief van de Wereldgezondheidsorganisatie een belangrijk instrument om moedersterfte terug te dringen, dat minder geld kost dan het opbouwen van professionele zorg. Zo is empowerment van vrouwen, families en gemeenschappen om basiszorg zelf in handen te nemen en te verbeteren een essentiële pijler in de problematiek van moedersterfte. Overigens is dit bij uitstek een aspect dat organisaties zoals Memisa op het terrein kunnen bijbrengen tijdens hun dienstverlening, crisis of geen crisis.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK