14 jun 2013

De burger voorop

Stel je voor, je slaat de krant open en leest de koppen: 'Amerikaanse chloorkippen overspoelen Belgische markt’, 'bedrijf sleept lokale overheid voor rechter wegens strenge milieueisen’, 'Belgische filmindustrie doodgeknepen door Amerikaanse overmacht.’ Het zijn maar een paar krantenkoppen die ons te wachten staan als Europa in het vrijhandelsakkoord zwicht voor de Amerikaanse druk.

Morgen, vrijdag 14 juni, beslist de Raad van Ministers - de Europese lidstaten dus - over het onderhandelingsmandaat dat eurocommissaris Karel De Gucht krijgt namens de Europese Commissie om met de Obama-administratie te onderhandelen over een soort eengemaakte markt. Wat grote zorgen baart is de onduidelijkheid waarover Washington en Brussel precies zullen onderhandelen. Wie onderhandelt er en hoe transparant gebeurt dit? Hoe groot is de inspraak van de lidstaten? En wat staat er voorop: de bescherming van de burger of vrije baan geven aan winstbejag? De eerste berichten die naar buiten sijpelen, voorspellen weinig goeds.

De hoera-stemming van sommige hierover is dan ook totaal misplaatst. Niet alleen is de vooropgestelde groeiverwachting (0,27 à 0,48%) peanuts, de onderhandelingen stevenen af op een race to the bottom op vlak van consumenten-, werknemers, en milieubescherming maar ook eigen ondernemingen en industrieën dreigen te worden overspoeld door Amerikaanse mastodont-industrieën waartegen het moeilijk concurreren is. Denk bvb aan de gevolgen voor de cultuur- en audiovisuele sector. Zonder overheidssteun zouden films als The Broken Circle Breakdown of Hasta la vista! of een reeks als Quiz me quick of Salamander amper nog gemaakt kunnen worden omdat de afzetmarkt te klein is. Nog meer dan vandaag zou onze markt beheerst worden door Amerikaanse muziek, film enz. Terwijl de culturele industrie vandaag 4,5% van het bruto binnenlands product (bbp) van de Europese Unie vertegenwoordigt en ongeveer acht miljoen personen werk biedt. Dit mogen we niet zomaar te grabbel gooien.

De Amerikaanse kwaliteitseisen liggen stukken lager dan de Europese normen. Op vlak van voedselveiligheid bvb kan er veel meer dan bij ons. Gekloond vlees, groeihormonen en antibiotica in het vlees, chloorkippen, … de normen ter bescherming van de gezondheid van de consument zijn veel slapper dan bij ons. Het voorzorgsbeginsel waarop onze wetgeving is gestoeld, is in de States een rekbaar begrip.

Ook op andere vlakken dreigt de bescherming van de burger te worden uitgehold. De internationale arbeidsorganisatie (ILO) heeft een aantal basiswetten opgesteld ter bescherming van de werknemer waaronder bvb het recht op staken, tegen kinderarbeid, geen dwangarbeid… De VS en China zijn de enige staten die deze wetten niet onderschrijven. Als we gaan naar een eengemaakte markt, hoe zit het dan met de bescherming van de werknemers hier? Amerikaanse bedrijven die minder inspanningen moeten leveren, dreigen onze ‘eerlijkere’ producenten uit de markt te prijzen met als gevolg: meer druk om de bescherming van de werknemer af te zwakken.

En zo zijn er nog heel wat andere bijzonder verontrustende elementen zoals bvb de bescherming van investeerders via een instrument van conflictregeling, het Investor-State Dispute Settlement (ISDS). Hiermee wordt een essentieel onderdeel van de democratie onderuit gehaald. Bedrijven mogen dan elke overheid/wet aanklagen die een bedreiging vormt voor de gedane investeringen. Stel u voor: de multinational Dart Energy boort naar gas in het steenkoolbekken van Limburg en er vinden aardverschuivingen plaats, net zoals in Nederland al meerdere keren is gebeurd. De Belgische staat wil dat de boringen stoppen want de belangen van de omwonenden worden geschaad. Wel, door het ISDS, wordt het mogelijk dat België dan aan Dart Energy een schadevergoeding moet betalen. Het gevolg is dat vele parlementen geen beperkende wetgeving meer durven stemmen, uit angst voor de grote sommen die staten moeten ophoesten als ze de eigen wetgeving toepassen. Of anders gezegd: beschermingsmechanismen voor de burger worden onbetaalbaar.

Onze overheden proberen nog enigszins een vuist te maken tegen bedrijven die alleen maar uit zijn op snel winstbejag, in Amerika daarentegen is het bedrijf koning, de consument vazal. De gezondheid van de omwonenden of consumenten, duurzame producten, respect voor het leefmilieu, is in Amerika minder van tel. Sinds in 1986 de strijd om de wereldmarkt is ingezet, bepalen bedrijven in toenemende mate zelf welke wettelijke voorschriften rond veiligheid voor mens en milieu ze willen volgen en welke niet. De burger, vertegenwoordigd door haar politieke vertegenwoordigers, blijft er met lege handen achter. In Europa hebben we andere keuzes gemaakt. Op ons continent is het welzijn van de burger ook belangrijk en die moet beschermd worden.

Daarom roepen we commissaris De Gucht (open VLD) op om de Amerikaanse druk te weerstaan zodat onze burgers hier niet bekaaid vanaf komen. Onze Europese economie is groter dan de Amerikaanse. Waarom zouden we onze hoge standaarden niet opleggen aan de VS in plaats van omgekeerd? De burger verwacht moedige politici in plaats van slippendragers. Er is geen economische reden en geen maatschappelijk draagvlak om de maatregelen ter bescherming van de Europese burger uit te hollen.

>> Klik door naar onze Q&A: vraag en antwoord - het vrijhandelsakkoord

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK