16 apr 2015

De handelaars in twijfel

Of de berekening van 20.000 extra kankers bij vrouwen door de dioxinecrisis boven elke twijfel verheven is, doet minder ter zake dan het feit dat we alles op alles moeten zetten om zulke kankers te voorkomen.

Twitter is een vreemd medium. In 140 tekens kun je al je kennis etaleren, je kunt er mensen maken en kraken en toch helemaal anoniem blijven.

Toen kankerspecialist Nik Van Larebeke het nieuws uitbracht dat de dioxinecrisis van 1999 vermoedelijk heeft geleid tot 20.000 extra kankers bij vrouwen (DS 14 april) , werd dat hier en daar op Twitter weggezet als een hersenspinsel van een wat excentrieke professor, want onvoldoende bewezen. De toelichting van Europarlementslid Bart Staes (Groen) in Terzake werd dan weer bekritiseerd wegens onwetenschappelijk. Die verwijten komen van de usual suspects, dogmatici van de wetenschap, die met het vingertje klaarstaan om iedereen erop te wijzen dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is, en dat het (waarschijnlijk) niet zo is.

Dat ‘waarschijnlijk’ raakt de kern van het probleem. Wetenschappelijk bewijs, dat velen blind als waar beschouwen, is niets anders dan een berekend risico, gebaseerd op een arbitraire afspraak, namelijk dat we aanvaarden dat het risico dat een gevonden verschil op toeval berust tot 5 procent mag bedragen (de fameuze P-waarde van 0,05). Als er meer dan 5 procent kans is dat de oorzaak van het verschil bij toeval ligt (P-waarde hoger dan 0,05), betekent dat helemaal niet dat er geen verschil bestaat. Wel dat we dat verschil met een experiment niet hebben kunnen aantonen. Misschien omdat het niet correct werd uitgevoerd, omdat de groepen te klein waren, of gewoon ingevolge toeval.

Gevaarlijke dogma’s

Wie steeds opnieuw met het ontbreken van wetenschappelijk bewijs op de proppen komt, maakt vaak de fout van elke beginnende onderzoeker, namelijk de aanname dat ‘afwezigheid van bewijs van verschil’ gelijk is aan ‘bewijs van gelijkheid’. Zulke foute conclusies leiden vaak tot dogmatisch wetenschappelijk denken, een denken dat als het verkeerd gebruikt wordt even gevaarlijk is als elk ander dogmatisch geloof. Dit is geen vrijgeleide om om het even wat te doen, wel een oproep om wetenschappelijk bewijs te gebruiken zoals het hoort: als een zo goed mogelijke benadering van de waarheid, niet als de absolute waarheid.

Als Van Larebeke heeft berekend dat de dioxinecrisis het risico op kanker bij vrouwen met bijna 2 procent heeft doen toenemen en dat dat op ongeveer 20.000 extra kankers neerkomt, dan is mijn reflex niet ‘dit is niet voldoende bewezen’ – want dat is natuurlijk zo, de man geeft het zelf grif toe – maar eerder de gedachte dat elke extra kanker als gevolg van de dioxinecrisis er een te veel is.

Ook al twijfel ik niet aan de goede bedoelingen van de critici die elke gezondheidswaarschuwing in vraag stellen, de geschiedenis heeft geleerd dat die waarschuwingen het meestal bij het rechte eind hadden, tegen de argumenten in van degenen die vonden dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs was.

Handel in twijfel

Denk aan roken en longkanker. Terwijl in de jaren 1930 zelfs artsen roken nog verdedigden, wist men in de jaren 1960 al verduiveld goed dat het gezondheidsproblemen veroorzaakte. Toch heeft het tot het einde van de twintigste eeuw geduurd voor overheden overal ter wereld maatregelen begonnen te nemen om mensen te beschermen tegen de risico’s van roken. Waarom? Omdat er in het begin veel goed bedoelende critici waren die zeiden dat de bewijzen niet sterk genoeg waren, dat het allemaal paniekzaaierij was. De argumenten van die critici werden al gauw overgenomen door minder goed bedoelende lobby’s, die de tabaksindustrie en haar enorme financiële belangen verdedigden. Dat zijn demerchants of doubt, professionele twijfelzaaiers. Door bewuste desinformatie, gericht tegen de wetenschappelijke evidentie die zich begon op te stapelen over het risico op longkanker als gevolg van het roken, heeft de tabakslobby decennialang het pleit kunnen winnen.

Iedereen is het er nu over eens dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen roken en longkanker. Ook asbest, het ‘medicijn’ DES, fijn stof en andere gezondheidsdossiers hebben aangetoond dat het verguisde voorzorgsprincipe perfect verdedigbaar is om politieke beslissingen te motiveren. En ja, af en toe zal het voorzorgsprincipe achteraf onnodig gebleken te zijn, maar dat bleek zelden het geval. Soms zal het inderdaad de markt afremmen. Maar elk te redden mensenleven is er een waarvoor we ons moeten inzetten. Of er nu 10.000 of 30.000 extra kankers bij vrouwen zijn opgetreden door de dioxinecrisis, maakt niet zoveel uit. Wat wel uitmaakt is dat we ze beter hadden kunnen vermijden. Het gaat altijd over iemands moeder, zus, dochter.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van donderdag 16 april

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK