21 jun 2010

De hardwerkende Vlaamse vijftigplusser

Als vijftigplusser ben ik het beu om steeds weer te horen dat mijn generatie, de generatie van de babyboomers, lui en werkonwillig zijn. De ouderen liggen veel te snel op hun luie krent en laten de jongeren opdraaien voor hun pensioenen. Profiteurs zijn we nog net niet maar het wordt wel duidelijk geïnsinueerd. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) bij monde van Pieter Timmermans, speelt de oude truc Verdeel en Heers en tracht zo de generaties tegen elkaar op te zetten.

Dit is niet alleen een verderfelijke redenering, ze is bovendien onjuist. Oudere en jongere werknemers hebben dezelfde belangen. Iedereen wil naast het werk ook tijd over hebben om door te brengen met vrienden en familie en te zorgen voor de kinderen of de zieke ouders. Iedere werknemer vindt het belangrijk dat ook dat de mens achter de werknemer wordt erkend. Die mens heeft heel wat meer bekommernissen dan enkel topprestaties voor het bedrijf of de onderneming te leveren.

Het leven van mensen verandert voortduren en gelukkig maar. Mensen moeten ervoor kunnen kiezen om het werk even op een lager pitje te draaien en gedurende een tijd voorrang te geven aan opvoeden, zorg of bijscholing. Hiervoor werd het tijdskrediet ingevoerd. Tijdens paars-groen werd er zelfs extra ingezet om de federale tijdskredieten aantrekkelijker te maken door een Vlaamse aanmoedigingspremie. Dit is een mooi voorbeeld van de toepassing van de Maddensdoctrine, maximaal gebruik maken van de eigen bevoegdheden om aan meer werknemers de mogelijkheid te geven hun loopbaan op eigen maat uit te bouwen.

Daarenboven is het tijdskrediet ook essentieel in het debat rond langer werken. Heel wat vijftigplussers willen graag langer aan de slag blijven maar kunnen het tempo niet aan. Kiezen voor tijdskrediet of brugpensioen is vaak een gedwongen keuze omdat de werkdruk onhoudbaar is geworden of omdat onze arbeidsmarkt te weinig flexibel is. Denk maar aan de verpleegster die al 30 jaar elke dag zieke patiënten verzorgt. Of bouwvakkers die dagelijks kilo’s; en kilo’s; zand en stenen moeten verslepen. Een andere minder belastende job of een aangepaste eindeloopbaanregeling kan veel vijftigplussers wel op de arbeidsmarkt houden. In het Wittewoede-akkoord dat ik als Welzijnsminister met de zorgsector afsloot in 2000 kregen vijftigplussers extra verlofdagen. Door het iets lagere werkritme konden ook deze mensen toch aan de slag blijven

Het VBO danst in haar aanval op het tijdskrediet op twee benen. Enkele maanden terug maande het VBO werknemers van bedrijven in moeilijkheden aan een dag per week minder te gaan te werken en ondertussen hun tijdskredieten op te nemen. Brugpensioen of tijdskrediet, het mag blijkbaar alleen als het de werkgever uitkomt.

Pieter Timmermans gaat trouwens zeer ver in zijn betoog om met de vijftigplussers de vloer aan te vegen en de generaties uit elkaar te spelen. Hij stelt dat het tijdskrediet moet voorbehouden worden voor ouders met jonge kinderen. Zijn stelling is dubbel fout. Voor jonge ouders werd het ouderschapsverlof ingevoerd. En vijftigplussers doen heel wat meer dan luieren.

Vijftigplussers behoren tot de sandwichgeneratie en combineren zorg voor hun hoogbejaarde ouders vaak met (deeltijdse) opvang voor hun kleinkinderen. Welk volume aan zorg en opvang ze opnemen, is helaas nooit berekend. Het is wel duidelijk dat zonder de inzet van deze vijftigplussers de wachtlijsten in de kinderopvang nog langer zullen worden. Zonder hun hulp zullen onze ouderen nog sneller naar de veel duurdere ouderenvoo
rziening moeten verkassen. Meer en langer werken zonder rekening te houden met het leven van de mens achter de weknemers zou onze samenleving wel eens duur kunnen uitvallen. Minder mensen zullen dan zelf voor opvang of mantelzorg kunnen zorgen. De overheid zal nog meer middelen moeten investeren in professionele zorg.

Vandaag zijn er ellenlange wachtlijsten in de zorg. Er is onvoldoende geschoold personeel om de zorg te verstrekken. Niet het debat over het al- dan niet beperken van de tijdskredieten moet centraal staan, wel de vraag of de grenzen aan het doorschuiven van zorg en hulpverlening van het familiale en buurtnetwerk naar de professionele zorg- en hulpverlening niet bereikt zijn?

Het debat over tijdkrediet gaat niet alleen over hoe kunnen we met z’n allen langer aan de slag blijven, het gaat ook over welke samenleving willen we. Een samenleving waar enkel betaalde arbeid gewaardeerd wordt of een samenleving die ook mantelzorg, vrijwilligerswerk en sociale verbondenheid beloont. Ik ken alvast heel veel vijftigplussers die hun (deeltijds) werk of tijdskrediet combineren met die extra zorgtaken. Vijftigplussers die zo op hun manier investeren in de solidariteit tussen de generaties.

Mieke Vogels
Vlaams volksvertegenwoordiger
Voormalig minister van Welzijn
Vijftigplusser

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK