02 apr 2014

Decreet Natuur- en Bos: je kan niet meer doen met minder middelen

De nieuwe regelgeving voor natuur en bos is een slechte zaak voor de Vlaamse natuur. Het is naïef te veronderstellen dat we meer gaan kunnen doen met minder middelen. Bovenal is het institutionaliseren van de scheiding tussen natuur en landbouw nefast. Dat bracht ik naar voor tijdens de commissie Leefmilieu waar het decreet besproken werd.

Amper 7 procent van Vlaanderen is natuurgebied. Op Europees vlak bengelen we daarmee helemaal onderaan. Die natuurgebieden zijn er bovendien slecht aan toe. Het volstaat om de INBO rapporten te lezen.

Groen heeft geen problemen met de integratie van bos- en natuurbeheerplannen, zeker niet. Groen is ook niet tegen de openstelling van de subsidiemogelijkheden voor privé partners. Eigenlijk bestond die mogelijkheid reeds en privé partners kunnen een wezenlijke bijdrage aan natuurbeheer leveren, zonder twijfel.

Maar kunnen we meer doen met minder middelen? Wij denken van niet. Ook de Inspectie Financiën (IF) heeft daar zijn bedenkingen bij.

Het decreet formuleert een ruimere opdracht, maar voorziet geen financiële middelen. De vrees bestaat dat dit zal leiden tot een uitverkoop van overheidspatrimonium. Daarnaast valt te vrezen dat het zal leiden tot een gebrekkig beheer - ook bij de overheid.

Van een nieuw decreet mag men verwachten dat we vooruitgang boeken, dat we beterschap creëren, dat we achterstanden wegwerken.
Dit lijkt met dit decreet niet het geval te zijn, integendeel.

De vrees bestaat dat we met dit decreet zelfs de “standstill” niet bekomen maar er effectief op achteruit zullen gaan. En wanneer de natuur erop achteruit gaat, gaan we er met zijn allen op achteruit want natuur dat zijn onze ‘commons’, zeg maar onze gemeenschappelijke goederen.

Zo mist dit decreet de kans om eindelijk werk te maken van een globale biodiversiteitsagenda waarbij de basisnatuurkwaliteit fors moet verbeteren en de natuur buiten de groengebieden er ook op vooruit gaat: denk maar aan de bermen, oevers, overheidsgronden, waterkwaliteit, Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS), tijdelijke natuur, de problematiek van de bijensterfte.

Dit decreet haakt ook niet aan bij het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON). Zowel het Regeerakkoord als de beleidsnota van de minister spreken van de realisatie van 150.000 ha natuurverweving- en verbindingsgebieden. Hiervan werd slechts 4.000 ha gerealiseerd.

Dit decreet mist ook de kans om aan te haken bij PDPO III en de opdracht voor een gezonder en mooier buitengebied, voor een betere agro-biodiversiteit. De scheiding tussen natuur en landbouw hypothekeert dat we in globo meerwaarden creëren op het platteland.

We integreren milieu- en bouwvergunning in de omgevingsvergunning, we integreren het bos- en het natuurbeheerplan, we integreren de MER en de RUP maar we institutionaliseren de scheiding tussen landbouw en natuur met alle gevolgen van dien voor het ruime buitengebied. Wat met de poldergraslanden? De Programmatorische Aanpak Stikstof blijft steken in goede voornemens. Dat is waarschijnlijk het volgende dossier waarvoor Europa ons op de vingers zal tikken.

Het decreet bevat nog andere onduidelijkheden. De wijze waarop toegankelijkheid nu wordt georganiseerd stuit op verzet van de privé-eigenaars. Er blijft onduidelijkheid over het beheer door de overheid. En zoals de Inspectie Financiën al opmerkte zal dit decreet niet zorgen voor snellere procedures en is het het zoveelste decreet waarin onduidelijk is of de middelen die voor de realisatie ervan nodig zijn, wel beschikbaar zullen zijn.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK