Dubbelinterview: 'Een school moet zin geven om te leren'

08 mei 2018

De toekomst zit op de schoolbanken en Raymonda Verdyck (afgevaardigd bestuurder van GO!, het gemeenschapsonderwijs) en Elke Decruynaere (Groen-schepen van Onderwijs in Gent) stippelen mee de koers uit.

Hoe ziet de droomschool voor jullie kinderen eruit?

Raymonda Verdyck: ‘De ideale school is een veilige en inspirerende omgeving. Ze daagt kinderen uit om heel veel te ontdekken. Overal zien we geëngageerde en gemotiveerde schoolteams bergen verzetten om van hun school een kloppend hart te maken, bruisend van kwaliteit en professionaliteit. Het schoolgebouw maakt dat alles mogelijk en moet dan ook mee zijn met de tijd en alle mogelijkheden bieden.’

‘Een sterke stad heeft sterke scholen nodig en omgekeerd’

- Elke Decruynaere

Elke Decruynaere: ‘Een droomschool is een school waar kinderen hun talenten ontdekken, waar ze uitgedaagd worden door hun leerkracht, waar ze ‘Een sterke stad heeft sterke scholen nodig en omgekeerd’ kunnen spelen in een groene omgeving en waar ze na de schooluren zich verder kunnen ontplooien. Elk kind moet elke dag fluitend naar school kunnen gaan en enthousiast zijn om nieuwe ervaringen op te doen. Maar er moet ook ruimte zijn voor kwetsbaarheid. Je kan een fantastische school hebben, maar als het niet goed loopt tussen leerlingen dan kan dat veel kapotmaken.’

Raymonda: ‘Welbevinden is zo belangrijk. Er wordt vaak gedaan alsof werken aan welbevinden het niveau van het onderwijs naar beneden haalt. Dat is natuurlijk niet correct. Een school moet niet alleen keihard uitdagen, maar moet kinderen vooral zin geven om te leren. Zo heb ik leerkrachten opgeroepen om hun rode balpen weg te gooien. We moeten kinderen niet wijzen op wat ze niet kunnen, wel op wat ze geleerd hebben.’

De meningen daarover lopen ver uiteen. Daardoor werd de hervorming van het secundair onderwijs mossel noch vis.

Elke: ‘Minister Hilde Crevits is meer bezig met discussiëren met haar coalitiepartners dan met noodzakelijke hervormingen door te voeren. Ze moet constant aanvallen afweren, denk maar aan het voorstel van N-VA om de onderwijsgelijkheid af te pakken. Voor mij mag het wel wat ambitieuzer dan het beschermen van de zaken die al goed zijn.’

Hoe moet het nu verder?

Elke: ‘Er beweegt heel wat van onderuit. Scholen slaan zelf de hand aan de ploeg. En daarvoor wil ik minister Crevits wel bedanken. Aan het begin van haar legislatuur sprak ze haar vertrouwen uit in het onderwijs. Dat hadden scholen nodig!’

Raymonda: ‘Ook wij steken niet onder stoelen of banken dat we meer hadden verwacht van de hervorming. De studiekeuze moet uitgesteld worden. Wij willen een getrapt systeem, waarbij leerlingen in de eerste graad zich oriënteren, in de tweede graad een niet-definitieve keuze maken en pas in de derde graad definitief beslissen. De vrijblijvendheid van de hervorming – scholen kunnen zelf kiezen hoe ver ze erin meegaan – is een heel groot risico. Het leidt mogelijk tot segregatie en een concurrentiestrijd tussen scholen en dat brengt de gelijke onderwijskansen in het gedrang.’

Moet er dan geen ruimte zijn voor experiment?

‘Een school moet niet alleen keihard uitdagen, maar vooral zin geven om te leren’

- Raymonda Verdyck

Raymonda: ‘Ik spreek liever over innoveren. We gebruiken methodes en technologieën die het leerproces versterken. Zo zijn er binnen het GO! scholen die met tienerscholen werken. Daar zitten leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar samen met het eerste en tweede middelbaar. De bedoeling is om de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs te verbeteren.’

Elke: ‘Door te innoveren halen we de talenten in de kinderen naar boven. Weg met frontaal lesgeven, weg met één leerkracht voor de klas, weg met steeds stilzitten in de klas, weg met enkel blaadjes invullen! We stappen trouwens steeds meer af van de idee dat leerlingen van dezelfde leeftijd moeten samenzitten. Door leeftijden te mixen, bijvoorbeeld in de kleuterklas, gaan kinderen ook van mekaar leren. Dat is ook het idee achter ruimte geven aan de thuistaal van leerlingen op school.’

Op dat voorstel werd GO! keihard aangepakt.

Raymonda: ‘Nochtans is onze tekst ongelofelijk genuanceerd. In de inleiding staat duidelijk dat we Nederlands als onderwijstaal hanteren. We willen de thuistaal net als positieve component gebruiken om beter Nederlands te leren. Als een klasgenootje iets kan uitleggen in de eigen taal, waarom zou je dat dan bestraffen? Je maakt op die manier het leerproces van het kind makkelijker.’

Elke: ‘Het is jammer dat we niet op een complexloze, kritische manier kunnen debatteren zonder in een kramp te schieten. Herinner je je nog die schooldirecteur die Moederdag anders wilde organiseren? Binnen één dag lag er een varkenskop op zijn stoep. Je moet maar directeur durven zijn in een grootstedelijke context. Sommigen lopen echt op kousenvoeten.’

En we hebben het al zo moeilijk om directeurs en leraren te vinden. Hoe pakken we dat probleem aan?

Elke: ‘Het lerarentekort baart me echt zorgen. In sommige scholen krijgen leerlingen al maandenlang geen les meer omdat ze haast geen leerkrachten vinden.’

‘Als een klasgenootje iets kan uitleggen in de eigen taal, waarom zou je dat dan bestraffen?’

- Raymonda Verdyck

Raymonda: ‘Elk jaar verwelkomen wij drieduizend nieuwe leerkrachten. Da’s tien procent van ons lerarenkorps! Leraar is een prachtig beroep. Door het af te schilderen als kommer en kwel, gaan we geen nieuwe leerkrachten vinden. De waardering van leraren is vaak beneden alle peil. Leerkrachten geven elke dag het beste van zichzelf!’

Elke: ‘Wat me opvalt, is dat directeurs en leerkrachten me zelden aanspreken over het loon. Natuurlijk moeten we hen correct verlonen, maar ze vragen vooral betere omkadering en ondersteuning. Ze willen serieus genomen worden.’

Hoe probeer jij vanuit het lokaal bestuur die ondersteuning te bieden?

Elke: ‘Toen ik schepen werd, kreeg ik van directeurs en leerkrachten het signaal dat ze aan het eind van hun Latijn zaten. Eén van onze directeurs ging voor dakloze gezinnen mee op zoek naar een slaapplaats. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? We hebben in Gent gezorgd voor liefst veertig brugfiguren en een aparte stadsdienst ‘Onderwijscentrum Gent’ die scholen heel concreet ondersteunt. Bovendien gaan maatschappelijke assistenten van het OCMW voortaan langs op school. Veel gezinnen hebben recht op steun zonder dat ze het weten. Het OCMW is heel tevreden met het project, want zij bereiken mensen die ze anders nooit zouden bereiken. Op die manier kunnen we problemen voorkomen.’

Raymonda: ‘Men kijkt vaak naar het onderwijs om maatschappelijke problemen op te lossen. Natuurlijk moeten we problemen oppikken en aanpakken, maar we kunnen dat niet alleen. Kijk bijvoorbeeld naar de ophef over luchtkwaliteit op school. We stimuleren de fiets en het openbaar vervoer en dragen zo ons steentje bij, maar we hebben de overheid nodig om mee maatregelen te nemen.’Elke: ‘Dat is precies onze filosofie in Gent: met de hele stad zetten we onze schouders onder onze scholen. Een sterke stad heeft sterke scholen nodig en omgekeerd.’

Tekst: Wim Vandonck

Foto's: ID/Sien Verstraeten


Vond je dit artikel interessant? Abonneer je op Pit, ons driemaandelijks magazine voor doeners die onze slogan 'het kan anders' elke dag in de praktijk brengen.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK