Dubbelinterview: 'Mensen zijn echte smaken verleerd'

09 januari 2019

De ene is Vlaams Parlementslid, de ander maakt tv-programma’s. Maar wat Bart Caron en Wim Lybaert gemeen hebben, is een liefde voor eten. Góed eten.

Wim Lybaert is wellicht de bekendste moestuinier van Vlaanderen. In zijn programma Het Goeie Leven gaat hij samen met zes duo’s aan de slag op een wei aan de Oude Abdij van Drongen. Als lid van de commissie voor Landbouw bekommert Bart Caron zich in het Parlement op een ander niveau om varkens, witloof en tomaten. We schuiven aan voor een gesprek over platte lasagne, rode kool en de weg van ons eten naar ons bord.

‘We eten niet meer voor fuel, voor de energie, maar voor fun’, zegt een personage in de Amerikaanse serie Girls. Akkoord?

Wim: ‘Zeker. Ik probeer dat zelf zoveel mogelijk te doen, ik vind het een goede zaak dat we eten voor de fun. Maar de overgrote meerderheid eet omdat ze moeten eten – dat is echt waar, hè. Als ik op reis ga met vrienden, neem ik uren de tijd om te koken. Die mensen appreciëren dat dan enorm, maar zelf gaan ze dat nooit doen.’

Bart: ‘Voor mij is smaak ook een heel belangrijke drijfveer. Ik eet heel graag heel lekker. Dat staat ook in ons partijprogramma: voor de nota landbouwbeleid van Groen heb ik het woord ‘lekker’ in de titel gezet, naast gezond en verantwoord. Lekker eten is fantastisch, een belevenis.’

‘Wist je dat er vandaag meer blikken rode kool verkocht worden dan echte kolen?’

- Wim Lybaert

Wim: ‘Ik denk wel dat de mensen dat een beetje verleerd zijn, echt goed eten.’

Hoe bedoel je?

Wim: ‘Kijk naar de scholen bijvoorbeeld. Man, als ik zie wat voor rommel mijn kinderen daar op hun bord krijgen. Het strafste is: mijn vrouw maakt dan thuis lasagne met allemaal verse groentjes – en dan hebben ze liever die die ze op school krijgen. Want daarvoor moeten ze geen moeite doen: ze proeven daar geen rozemarijn in, ze komen geen krokant worteltje tegen, geen stukje selder. Echte smaken leren kennen kost tijd, maar die moeite moet je doen.’

Bart: ‘Klopt. Weet je, jonge mensen lusten ook geen klassieke muziek, de meesten vinden dat saai en vervelend. Met de jaren verandert dat, ontdekken ze de kwaliteit, de beleveniswaarde, en gaan ze er toch in mee. Dat is een groeiproces, een opvoedingsproces. En is dat niet met smaak en eten niet hetzelfde?’

Wim: ‘Ik vind dat je gelijk hebt, maar bij klassieke muziek doet het er eigenlijk niet toe of je dat nu goed vindt of niet.’

Bart: ‘Hallo man, dat doet er wél toe!’ (lacht)

Wim: (onverstoorbaar) ‘Als je niet van klassieke muziek houdt, doe je daar geen vlieg kwaad mee. Maar met voedsel wel. Heel die industriële landbouw is de wereld zo ongelooflijk om zeep aan het helpen. Ik zie dat ook in mijn moestuin: vroeger werkte ik niet biologisch. Als ik een jaar niet moestuinierde, groeide er ook geen onkruid meer. De hele werking van de bodem was doorbroken.’

Dat de industriële veeteelt een probleem is, weet iedereen nu, door die beelden uit het slachthuis van Tielt.

Wim: ‘Ik was eigenlijk het meest geschokt over die grote verontwaardiging. Alleen de vegetariërs en veganisten hebben het recht om zo op hun achterste poten te gaan staan, vind ik. Als je vlees eet, moet je niet schrikken dat dat gebeurt. Die beesten worden niet doodgekieteld, hè. Mensen willen het gewoon niet weten. Kop in ’t zand.’

‘Ja, we hebben in Het Goeie Leven varkens geslacht. Maar die hebben wel een prachtleven gehad’

- Wim Lybaert

Bart: ‘Dat toont aan hoe vervreemd we zijn van ons voedsel. Iedereen koopt wel eens bereide spaghettisaus in de winkel, dat is hoe we nu eenmaal leven vandaag, maar we vergeten zo de link met de oorsprong van die producten. Hoe dan ook, de toekomst is plantaardig. We eten steeds minder vlees en die tendens is niet te stoppen. Goed voor mens en dier.’

Als je weet waar het vandaan komt, is het dan wel correct om vlees te eten?

Wim: ‘Voor Het Goeie Leven hebben we ook drie varkens opgekweekt. Ik ging die zelf elke dag eten geven op de wei. Ja, we hebben die geslacht, maar die hebben wel een prachtleven gehad. En dat proef je ook.’

Bart: ‘Ik heb als parlementslid veel kwekers bezocht, en die megastallen zijn echt een verschrikking. We hebben het nu over de eindfase, maar alles wat ervoor komt is even gruwelijk: varkens die nooit het daglicht zien, zeugen die amper kunnen neerliggen, zoveel ammoniak in de lucht … Als je je dieren buiten laat lopen, ga je veel beter vlees hebben. Maar het duurt dan wel dubbel zo lang voordat ze dik genoeg zijn om te slachten. En de opbrengst is heel laag: de boer verdient nauwelijks vijf euro aan één dier. Daarom zijn ze wel verplicht om op zo’n grote schaal te werken. Dat model zit helemaal verkeerd.’

Het moet dus anders. Maar gaat het eten voor mij, de consument, dan niet veel duurder worden?

Bart: ‘De prijs die je betaalt voor je biefstuk in de supermarkt, is het tienvoudige van wat de boer er voor krijgt. In de voedingssector zit het verdienmodel niet bij de primaire producent, maar bij de verwerkingsindustrie. De boer heeft geen macht in die keten. Als de prijs aan de primaire bron, bij de boer dus, 10 procent zou stijgen, moet jij 1 procent meer voor je biefstuk betalen. En voor kwaliteit willen mensen ook betalen, daar ben ik van overtuigd.’

Wim: ‘Bart, jij spreekt uit de politiek. Maar voor mij is dat een complex kluwen. Ik kom daar niet uit – niet als consument, en niet als tv-maker. Wat ik denk: schrap die keten gewoon helemaal. Een boer die rechtstreeks aan de consument verkoopt, kan leven van honderd zeugen, heeft een kweker mij gezegd. Dat is wat ik wou laten zien in Het Goeie Leven: de bron van het eten.’

‘Voor kwaliteit willen mensen ook betalen, daar ben ik van overtuigd’

- Bart Caron

Bart: ‘De korte keten, zoals dat heet. Dat verdienmodel wint gelukkig ook aan belang.’

Wim: ‘Tegelijk moeten we het zeggen zoals het is: wij hebben allebei ook het geld om kwaliteit te kopen, hè. Toen ik zei dat vlees duurder moet zijn, kreeg ik bakken kritiek over mij heen: ‘En de arme mensen dan?’ We móeten helemaal geen zeven dagen op zeven vlees eten. Maar wist je dat er meer blikken rode kool verkocht wordt dan echte rode kolen? Als je een echte rode kool koopt, kost dat je anderhalve euro, en je kunt er met acht man van eten.’

Maar je hebt wel twee uur nodig om hem behoorlijk klaar te maken.

Allebei: (joelend) ‘Dat is het, daar zit het ’m!’

Bart: ‘Dat zegt dus ook iets over onze stijl van leven. Hoe we eten, is hoe we leven. Je hebt dat natuurlijk niet altijd zelf in de hand: je moet werken, voor de kinderen zorgen, soms voor ouders. Druk, druk, druk. Dan neem je al eens sneller een bokaal. In alle eerlijkheid, bij ons is dat ook soms zo.’

Wim: ‘Ik heb een kookboek geschreven en aan mijn recept voor rode kool ben je ook twee uur kwijt. Maar het is dan wel de beste kool die je ooit gegeten hebt. Voilà.’

Foto's: Wouter Van Vooren

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK