29 maa 2011

Eén kind op tien wordt opgevangen in de troonzaal, de andere 9 in de schuur

Kinderen uit de basisschool kunnen voor en na de schooluren voor opvang terecht in een initiatief voor buitenschoolse opvang (IBO) of in de voor- en nabewaking op de school zelf. De voor- en nabewaking op scholen is opvang zonder meer. De IBO’s mikken daarentegen op kwalitatieve opvang, in gebouwen buiten de school. In de praktijk kan maar één kind op tien terecht in een IBO. De andere negen moeten zich letterlijk met 'nabewaking’ tevreden stellen. Dat klopt niet. Mieke Vogels vroeg aan minister Vandeurzen of en hoe hij die scheefgegroeide situatie wil rechttrekken.

Schoolgaande kinderen tussen 3 en 12 jaar komen voor en na de school terecht in een initiatief voor buitenschoolse opvang (IBO) of in de voor- en nabewaking op de school zelf. Wie waar terecht komt, hangt af van het aanbod dat er toevallig in de buurt is. Slechts één kind op tien gaat naar een IBO, de rest blijft op school. Omdat beide initiatieven apart zijn gegroeid, ze anders worden gefinancierd en een aparte voogdijminister hebben, is de situatie vandaag helemaal uit balans.

De voor- en naschoolse opvang in de scholen zelf is organisch gegroeid. Naarmate de vraag van ouders naar buitenschoolse opvang groter werd, zorgden de scholen dat één personeelslid (of meer in een grotere school) werd aangeworven om toezicht te houden op de speelplaats voor en na de schooluren. Die persoon krijgt voor en na de school 30, 40 soms 50 kinderen onder zijn of haar hoede. Als het mooi weer is, kan er buiten gespeeld worden, maar in de winter zitten de kinderen vaak in iets te krappe klasjes bij mekaar.
De IBO’s; daarentegen hebben een heel andere achtergrond. Ze worden gefinancierd door het federale ‘Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten’ - een bevoegdheid van de minister van Arbeid en Tewerkstelling. De gemeenten zorgen voor de infrastructuur. Ook de Vlaamse overheid pompt meer en meer geld in de IBO’s;.

Kind en Gezin voert het toezicht uit en hanteert strenge kwaliteitsnormen: per 14 kinderen is er één begeleider beschikbaar, de kinderen worden opgevangen in een nieuwbouw waar minimum 3,5m² per kind wordt geëist, en die voldoet aan de strenge normen inzake brandveiligheid en hygiëne. Ondanks alle subsidiëring kan slechts één kind op tien terecht in een IBO.
Stilaan groeit het besef dat de dure opvang in aparte gebouwen buiten de school niet haalbaar noch betaalbaar is voor het groeiend aantal kinderen dat buitenschoolse opvang nodig heeft. De regel dat een IBO altijd buiten de school hoort, werkt averechts. Het lijkt een logische oplossing dat IBO’s; hun tenten zouden opslaan in de scholen, en daar de kwaliteit van de opvang verbeteren. Maar dat is buiten rigide regels van Kind en Gezin gerekend. Want een toilet voor leerlingen dat goed bevonden wordt door de schoolinspectie, volstaat blijkbaar niet voor de buitenschoolse opvang. En klaslokalen waar kinderen de hele dag les krijgen, is niet brandveilig genoeg om in te knutselen na schooltijd. Ook inrichtende machten werken soms tegen, omdat ze die schooloverschrijdende samenwerking nog steeds zien als een vorm van concurrentie.

Mieke Vogels vroeg aan minister Vandeurzen in de commissie Welzijn van 29 maart 2011 of en wat hij zou doen om de balans in de naschoolse kinderopvang weer in evenwicht te krijgen. Het antwoord was teleurstellend. De minister zoekt geen oplossing op korte termijn hij wil enkel een overleg opstarten met zijn collega van Onderwijs - en overleggen kan lang duren. Vandeurzen wil alleszins geen versoepeling van de strenge kwaliteitsnormen van Kind en Gezin. IBO’s; die graag op een creatieve manier willen werken met en in scholen krijgen voorlopig geen kans.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK