05 dec 2012

Een armoedeplan als lege doos

Alle armoedeparameters staan in het rood. Zeker bij onze kinderen en jongeren. In de afgelopen dagen bleef het echter opvallend stil bij staatssecretaris voor Armoedebestrijding Maggie De Block (Open Vld). Toch is het naar aanleiding van de publicatie van de nieuwe armoedecijfers door de Universiteit Antwerpen zinvol om na te gaan welke instrumenten de federale overheid inzet om armoede tegen te gaan. Het tweede Federale Armoedeplan 2012 van eind september vormt het kader, als het ware de beleidsnota van Maggie De Block.

Ontluisterend
Het vorige Armoedeplan uit 2008, werd in een rapport door het Rekenhof van mei 2012 de grond ingeboord. Het Rekenhof stelde op pagina 34 van zijn rapport: "De regering heeft noch de te halen doelstellingen, noch de uit te voeren activiteiten, noch het toegekende budget om die maatregelen te realiseren gepreciseerd. Die maatregelen zijn zodoende weinig dwingend en moeilijk te evalueren." In slechts 8 van de 59 maatregelen van het plan wordt een raming gespecificeerd van het jaar waarin ze moeten worden gerealiseerd (pagina 34).

Verder wijst het Rekenhof erop dat bij de goedkeuring van het armoedeplan een driemaandelijkse rapportering aan de ministerraad was voorzien. Het netwerk van armoedeambtenaren, dat instaat voor de opvolging, heeft echter sinds september 2010 niet meer vergaderd. Het Rekenhof stelt op pagina 48 "dat het eerder uitzonderlijk is dat het plan op systematische en gestructureerde wijze wordt opgevolgd door de betrokken administraties". Niet verwonderlijk dus dat de rapportering over de opvolging aan de ministerraad sinds december 2009 volledig is stilgevallen.
Het Rekenhof schetste in haar belangrijk rapport een ontluisterend beeld van hoe onze federale regering tussen 2008 en 2012 met de strijd tegen armoede is omgegaan. Toen ik op 17 juli in de Kamer een reactie vroeg aan Maggie De Block, beloofde ze de bekommernissen en aanbevelingen van het Rekenhof ter harte te nemen bij de opmaak van het volgende Federale Armoedeplan. Wij gingen na in hoeverre dit geen loze beloftes waren.
Eerst het goede nieuws. Het nieuwe armoedeplan bevat dubbel zoveel actiepunten als het vorige, 118 in plaats van 59. Maar opnieuw zijn ze amper meetbaar, meestal zeer vaag en ongedefinieerd in tijd en budget.

Zes voorbeelden
Actiepunt 15: "Een betere afstemming van de verschillende statuten bij OCMW-uitkeringen op de hedendaagse realiteit van personen in armoede." Hoe definieer je "beter"? Tegen wanneer?
Actiepunt 16: "De nieuwe berekening van overheidspensioenen mag geen pensioen opleveren dat onder een te bepalen niveau ligt." Welk niveau?
Actiepunt 19: om het fenomeen van werkende armen tegen te gaan, "wordt een verhoging van minimumsalarissen onderzocht". Tegen wanneer? Met welke bedragen?
Actiepunt 39: "Er zal een actieplan kinderarmoede opgesteld worden." Een plan dient niet om een ander plan aan te kondigen, zo kunnen we bezig blijven. En wat is de deadline hiervoor?
Actiepunt 47: "Enveloppe kinderarmoedebestrijding binnen de middelen socio-culturele participatie die aan de OCMW's ter beschikking worden gesteld zal men trachten te verhogen." Tegen wanneer? En 'trachten' is niet voldoende, van een plan armoedebestrijding mag men concrete verbintenissen verwachten.
Actiepunt 59: "Een project wordt opgezet om leefloners op het einde van een art.60-traject extra te begeleiden zodat ze de overstap naar de arbeidsmarkt kunnen zetten." Dat is inderdaad een heel terechte en belangrijke bekommernis, maar hoe ziet die extra begeleiding eruit? Daar wordt niets over gezegd.
Bovendien beslisten de meerderheidspartijen in het regeerakkoord om 40 procent te besparen op de welvaartsenveloppe in 2013 en 2014. Er is dus 40 procent minder overheidsgeld beschikbaar om de nu al lage uitkeringen te koppelen aan de evolutie van de welvaart. Nochtans liggen veel uitkeringen nu al onder de armoedegrens.

Activering op maat

Het is niet onze bedoeling om mensen levenslang een uitkering te geven. Werk is en blijft de beste remedie tegen armoede. Net daarom moeten we bereid zijn om te investeren in een duurzame activering op maat, de weloverwogen ontwikkeling van individuele competenties, en de zoektocht naar een passende job voor elke werkzoekende. Al dan niet op de reguliere arbeidsmarkt. Maar het kan lang duren vooraleer mensen in armoede in staat zijn om die stap te zetten. Ondertussen zijn uitkeringen boven de armoededrempel nodig. Groen is de enige partij die een wetsvoorstel heeft ingediend om dat te realiseren. Gezien de budgettaire context kunnen we de uitvoering hiervan faseren, maar voorlopig ontbreekt de politieke wil om er nog maar aan te beginnen.

Armoede ondermijnt de toekomstkansen van zoveel mensen, gezinnen en kinderen. Met een armoedeplan als lege doos is het niet verwonderlijk dat de armoedecijfers rood kleuren. Zolang dat niet verandert, is de verontwaardiging van de traditionele regeringspartijen CD&V, sp.a en Open Vld over de armoedecijfers hypocriet. Wie als beleidsmaker keer op keer de kans laat voorbijgaan om een krachtig armoedebeleid uit te tekenen, verliest het recht op verontwaardiging. Verontwaardiging zonder beleid is te vrijblijvend.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK