06 apr 2011

Eensgezind de bühne op?

Maandag was een mooie dag in het Vlaams parlement. Mooi omdat de kunstensector, in al zijnverscheidenheid, een startdag organiseerde over de nieuwe ronde van het Kunstendecreet. Desector stelde er zijn landschapstekeningen voor. En er kwam het heuglijke nieuws dat elke eurodie de overheid in de kunsten investeert, liefst anderhalve euro uit de samenleving genereert. Alsmooi toetje kregen we het Charter, een afsprakennota vol mooie intenties, opgesteld door het velden onderschreven door de minister. De administratie presenteerde daarbovenop een draaiboekom het geheel nog professioneler te ondersteunen. En de minister vertelde hoe zij de rondeaanpakt en met welk budget.

Allemaal goed nieuws, zo lijkt het. Maar is dat wel zo? Ik deed een beroep op de koffiepauze en
de achterafreceptie. Het zijn wondermooie momenten, waarop de tongen los komen. Zelf hoef je
niet zoveel te zeggen, luisteren des te meer.

Doodknuffelen
Eerst het meest verderfelijke, maar ook het geniaalste onderdeel van haar verhaal: Schauvliege
wordt goede vriendjes met de sector. De kunstenwereld die haar bij haar aantreden zo aan de
schandpaal nagelde, wordt nu aan de borst gedrukt. Of doodgeknuffeld? De theatrale
eensgezindheid van de kunstensector, kritische eigenzinnigaards van nature, baart me zorgen. Ik
heb liever een militante belangenbehartiger, een kritische wetenschapper, een naar liefde
hengelende of een boze minister. Debat moet er zijn, discussie over de grond van de zaak en over
het geld.

Joke Schauvliege benadert deze subsidieronde als een koele notarisklerk, een beheerder die zal
letten op de cijfers en op de correcte afhandeling van de procedures. Dat is haar goed recht, maar
van een minister van Cultuur verwachten we ook inhoudelijke insteken, niet op dossierniveau, wel
over kwaliteit, over noodzaak, over artistieke lijnen en prioriteiten. Die kwamen er niet. Ze had het
over geld, over procedures en een piepklein beetje over inhoud.

De minister geeft de indruk, meer dan haar voorganger, rekening te houden met de adviezen van
commissies, 'respect' noemt ze dat. De commissies moeten tot één ranglijst komen, waarop ze
haar beslissing zal baseren. Klinkt mooi op het eerste gezicht, maar door een gebrek aan eigen
keuzes schuift Schauvliege de hete aardappel door naar de Adviescommissie. Die krijgt een
monsterlijke verantwoordelijkheid: oordelen of ze toneelgezelschap x achter danscompagnie y zet
op de ranglijst. Appelen achter citroenen. Schauvliege maakt zo van de Adviescommissie een
superarbiter. Dat is nooit de bedoeling geweest. Verdelingsvraagstukken vergen moed, daar moet
de politiek dus over beslissen.

De Adviescommissie krijgt trouwens wel de beulenopdracht, maar niet het laatste woord. De
minister beslist finaal. Alle achterpoortjes voor vriendendiensten afsluiten, kan immers ook niet de
bedoeling zijn, lijkt het wel. Net nu in het Charter wordt opgeroepen om niet meer aan
(subsidie)lobbying te doen. Hmm.

Met de kaasschaaf
Heeft Schauvliege dan echt geen visie? Ze stelt toch zeven aanbevelingen voor? Ja, maar wollig,
bol van mooie intenties, in alle richtingen uitwaaierend. Geen zinnig mens kan iets hebben tegen
samenwerking of clustering met andere spelers, tegen duurzaamheid, tegen aandacht voor de
individuele kunstenaar, tegen maatschappelijke inbedding.

Hoe dan ook, de koele cijferaar in Joke Schauvliege haalt het. Er is 98 miljoen euro beloofd, maar
daar ging de kaasschaaf twee keer over zodat er nu 93 miljoen euro naar de meerjarige werking
van organisaties gaat en 3 miljoen naar projecten. Een scheefgegroeide situatie dus. Schauvliege
stelt vanaf 2012 jaarlijks 87 miljoen euro ter beschikking voor de meerjarige werkingen, een daling
met 11 miljoen.

En dan spreken we nog niet over de overgeslagen indexsprongen van de laatste vijf jaar, toch
goed voor dik 10 procent waardeverlies. Samen is dat een feitelijke daling van 20 procent. Dat ze
10 procent van het totale bedrag wil vrijmaken voor projectsubsidies kunnen we wel toejuichen,
maar dat dit alleen moet komen van hen die deze ronde niet overleven, is een brug te ver. Ze
noemt geen bedrag, maar wil wel de begrafeniskosten helpen betalen van de organisaties die
deze ronde niet overleven.

Je verwacht van een minister van Cultuur dat ze 'betrokken' is, dat ze strijdt voor cultuur en bij
haar collega's opkomt voor de kunstenaars. Niks van dat alles. Als de conjunctuur verbetert, mag
de culturele wereld daar toch ook wat van meegenieten, zou ik hopen. Joke Schauvliege weet
blijkbaar nu al dat er geen heropleving komt, toch niet voor de cultuursector.

Ze wil versnippering en onderfinanciering tegengaan. Dat zal de selectie nog veel harder maken.
Er zijn vandaag 296 organisaties die meerjarige subsidie krijgen. Daarvan zullen er 40 à 60
sneuvelen. Struggle for life. Voor veel organisaties komt er geen verlichting, maar gaat het licht uit.
Ik vind dat de minister keuzes moet maken, over het budget, maar ook en vooral over schaal en
omvang van de verschillende disciplines. Mag de historische voorsprong van het toneel wat
afgebouwd worden ten voordele van bijvoorbeeld het sociaal-artistiek werk of de kunsteducatie?
Zijn er dan geen keuzes te maken over de rol van kunstencentra, over ontwikkelingen in de dans,
de beeldende kunst? Ze kan zich daarvoor perfect baseren op de landschapstekeningen. Niks
daarvan.

Het is een geniale numero van Joke Schauvliege. Koeken bakken met de sector, schijnbaar
luisteren, maar de echte verantwoordelijkheid ontlopen.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK