13 feb 2012

Energiebeleid gaat over democratie en ethiek

In een studie over de energieprijzen maakt de energieregulator Creg brandhout van het energiebeleid van de afgelopen jaren. Vergeleken met onze buurlanden worden onze gezinnen en Kmo's geconfronteerd met te hoge energieprijzen. De totaalprijs die de residentiële verbruiker betaalt voor zijn elektriciteit is veel hoger dan in Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Een gemiddeld gezin betaalt voor elektriciteit 756 euro per jaar. Enkel een Duits gezin moet meer ophoesten. Voor de gasprijzen krijgen we een gelijkaardig plaatje. Enkel in Nederland betaalt een residentiële gebruiker een hogere eindprijs dan bij ons.

Hoe is het zover kunnen komen? De politieke verantwoordelijken van de jongste jaren misten visie en postuur. Bovendien worden energiebeslissingen in dit land nog afgestemd op de machtscentra van de vorige eeuw: de gemeenten, Suez-Electrabel en hun grootste klanten. Burgemeesters willen hoge dividenden van de distributienetbeheerders voor nieuwe pleinen, sporthallen en cultuurcentra. Een donderspeech van Gérard Mestrallet op de receptie van een zakenkrant volstaat voor de traditionele partijen om de nucleaire bijdrage met 250 miljoen te verlagen ten opzichte van hun eigen wetsvoorstellen.

De advocaten van Suez bezorgen de ministers meer angstzweet dan een algemene staking. En die advocaten dragen lang niet altijd een toga. Door de interessante tarieven voor de grote energiegebruikers geniet Electrabel de steun van de Belgische industrie. Zo is er het consortium Blue Sky. Electrabel, GDF-Suez, en zes grote ondernemingen (Aperam, Arcelor Mittal, Aurubis Belgium, Sol Feluy, Solvay en Umicore) hebben zich daarin verenigd. De bedrijven krijgen niet toevallig voordelige trekkingsrechten in Doel 1, Doel 2 en Tihange 1. Wie zal zich met man en macht verzetten tegen de sluiting van de oudste kerncentrales of een hogere nucleaire taks, denkt u? Inderdaad, die zes grote en mondige ondernemingen met goede contacten in de Wetstraat.

Advocaten van de consument

De Creg daarentegen werpt zich op als de advocaat van de consument en de nieuwe marktspelers. Niet toevallig vraagt de energieregulator duidelijkheid over de kernuitstap en een hogere bijdrage van de nucleaire sector. ‘De nucleaire bijdrage dient opgetrokken te worden tot 1,2 miljard voor 2012 en in de verdere toekomst dient het systeem bestendigd en versterkt te worden tot concurrentie mogelijk is', luidt het op pagina 11 van de studie bij de belangrijkste aanbevelingen.

Ook Groen en Ecolo leggen de lat op een taks van 1,2 miljard, een noodzakelijke maatregel in het kader van de begrotingscontrole. Suez-woordvoerders relativeerden vorige week trouwens zelf de impact van de bijdrage van 550 miljoen. Dankzij de fiscale aftrekbaarheid en de trekkingsrechten van onder andere de Blue Sky-klanten komt het voor hen neer op een bijdrage van 250 miljoen netto, een fractie van de nucleaire woekerwinsten.

Maar de hoge elektriciteitsprijzen kennen vele oorzaken. Ze worden ook verklaard door de nettarieven en de vele toeslagen en heffingen. De pistes om daar iets te doen komen vaak genoeg aan bod in de diverse parlementen. Nu is het zaak om knopen door te hakken. Met beperktere marges en een slimmere ondersteuning van groene stroom houden we de distributienettarieven voortaan wel in de hand. De Elia-tarieven kunnen ook gedrukt worden: door Elia een beperkte eigen productiecapaciteit voor hun reserves te gunnen en de toeslagen voor de windmolenparken op de Noordzee te financieren met de nucleaire taks in plaats van via de factuur.

De nucleaire taks kan ook geïnvesteerd worden in capaciteitsvergoedingen voor Steg-centrales, zodat die rendabeler en minder duur worden. En we kunnen het niet over prijsbeperking hebben zonder te verwijzen naar het potentieel aan energiebesparing, eigenlijk de enige manier om energiefacturen structureel, sociaal en ecologisch te drukken. Energie wordt immers nooit meer goedkoop. Daar hoeft men niet populistisch over te doen. Een blik op de leeftijdspiramide van de Belgische elektriciteitscentrales leert ons dat er flink geïnvesteerd zal moeten worden.

Wetten, geen deals

Een ander energiebeleid voeren gaat in essentie ook over ethiek, democratie en transparantie. ‘Moi, mon instrument c'est la loi, et non pas le deal', zei staatssecretaris voor Energie Olivier Deleuze (Ecolo) bij zijn aantreden in de zomer van 1999. Meer dan tien jaar later is dat nog steeds de vraag, een vraag over de rol van verkozen politici in een globale markteconomie met sterke en sluwe spelers. Is de politiek nog in staat om multinationale ondernemingen in de pas te laten lopen? Laten we de geld- en lobbymachines uit Parijs hun ding doen of moeten ze functioneren met respect voor de consumenten en Kmo's?

Ook de regionale regeringen krijgen huiswerk van de energieregulator. Maar de Creg-studie is toch vooral een nieuwe wake up call voor Di Rupo I. In plaats van te speculeren over een indexsprong moet de klassieke tripartite de strijd tegen de energie-inflatie opvoeren. Energieprijzen bepalen immers de competitiviteit en koopkracht en dus ook de politieke toekomst van de index. Het lot van de index ligt in de handen van Johan Vande Lanotte, de echte minister van Energie in deze regering. Ofwel geeft hij het startschot van een nieuw energietijdperk, ofwel geeft hij de rechterzijde in de regering de wind in de zeilen in haar strijd tegen de index.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK