14 nov 2011

Er is meer in het bedrijfsleven dan loonkosten alleen

Een bedrijfsvriendelijk klimaat is ook de bekommernis van de groene partijen. Maar niet ten koste van alles en iedereen. Met enige verbazing maakten we kennis met het verlanglijstje van gedelegeerd bestuurder van het VBO, Rudi Thomaes (DM, 9/11/2011). Het VBO waarschuwt voor morrelen aan de notionele interestaftrek, de vennootschapsbelasting of de winstmarges van bedrijven, maar dringt wel aan op de afschaffing van de automatische loonindexering en op langer werken. De lusten voor de bedrijven, de lasten voor de werknemers. Alsof zij het zijn, die schuld hebben aan de bankencrisis.

Mogen we iets meer creativiteit en scherpte vragen in het denken over de competitiviteit van onze economie? Neem nu het debat over de loonkosten. De evolutie van de loonkosten in ons land wordt in het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) vergeleken met het gemiddelde van onze drie buurlanden, maar de mate waarin de loonevolutie van elk van die landen doorweegt hangt af van het BBP. De omvang van het Duitse BBP zorgt er met andere woorden voor dat de erg lage lonen in Duitsland zeer sterk doorwegen in het gemiddelde van onze buurlanden. Moeten wij in België de race to the bottom volgens Duits model volgen?

Eerst een gegeven dat nogal eens over het hoofd wordt gezien: de loonkost telt slechts mee voor één derde in de kostprijs van een product. Loonkosten zijn met andere woorden belangrijk, maar de competitiviteit van onze bedrijven wordt hoofdzakelijk door andere factoren bepaald. Vooral de geringe toegevoegde waarde van onze producten, de afhankelijkheid van dure grondstoffen en onze ondermaatse prestaties op het vlak van innovatie spelen ons parten. Onze economie produceert te weinig producten met een hoge toegevoegde waarde. Omdat we weinig meerwaarde creëren, is het aandeel van de kostprijs van de ingevoerde producten die we nodig hebben in ons productieproces relatief groot. De kostprijs van een product in België wordt voor bijna de helft bepaald door invoerprijzen. Met de stijgende grondstoffenprijzen op de wereldmarkt is dat geen goed nieuws.

Volgens cijfers van de Nationale Bank stegen tussen 2000 en 2010 zowel de loonkosten als de kosten voor grondstoffen. De stijging van de loonkosten (32 procent) bleef echter ver onder de stijging van de grondstofkosten (155 procent) en de energiekosten (188 procent). Een efficiënt en duurzaam gebruik van grondstoffen, maar ook de creatie van meer toegevoegde waarde zodat het aandeel van de grondstoffenprijzen in het productieproces zakt, is voor onze bedrijven van groter nut dan een provocatief debat over de loonindexering.

Om meer producten met een hogere toegevoegde waarde te creëren, moeten we onze kenniseconomie versterken. In België bleven de investeringen in onderzoek en ontwikkeling in 2009 op hetzelfde lage peil als het voorgaande jaar, namelijk 1,96 procent van het BNP volgens de berekeningen van de CRB. Onze buurlanden bouwden intussen hun voorsprong verder uit van 2,35 naar 2,47 procent. Ook de inspanningen van werkgevers inzake opleiding van personeel blijven hangen op ongeveer 1,07 procent van de totale loonmassa. De doelstelling die de sociale partners eind jaren negentig overeen kwamen, was 1,90 procent.

Wanneer ons land goed weerstand kon bieden aan de economische recessie van 2009, hebben we dat te danken aan de automatische loonindexering. De koopkracht van de Belgen en de binnenlandse vraag bleven immers op peil en dat was goed nieuws voor onze bedrijven en KMO’s;. De automatische loonindexering opblazen draagt vooral bij tot het vergroten van de winstmarges van werkgevers. Om onze economie daadwerkelijk competitiever te maken, zijn andere maatregelen nodig.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK