10 nov 2015

Europees Blunderboek: Foutenpercentage besteding Europese begroting bedraagt 4,4%

De Europese Rekenkamer stelde vandaag in de anti-fraudecommissie van het Europees Parlement haar “Jaarverslag over het begrotingsjaar 2014” voor. Het kan terecht betiteld worden als een heus Blunderboek. Voor het eenentwintigste jaar op rij geeft de Europese Rekenkamer geen volledige goedkeuring over de besteding van de Europese begroting.

Het aantal ontdekte fouten bedraagt nu 4,4 procent. Dat is een lichte verbetering tegenover 2013 toen het 4,5 procent was. Maar het is aanzienlijk hoger dan het kleinste percentage ooit: 3.3 procent in 2009. Dat betekent dus dat in bijna 1 op 20 door de Europese Rekenkamer uitgevoerde controles er onregelmatigheden vastgesteld werden. Geëxtrapoleerd naar de totale omvang van de begroting, 142,5 miljard euro in 2014 of 285 euro per burger, betekent dit dat de bestedingsdossiers voor bijna 6,27 miljard euro aan fouten bevatten.

Europees parlementslid Bart Staes (Groen): “Dit is onaanvaardbaar en koren op de molen van de eurosceptici. Onzorgvuldig financieel beheer kan onder geen beding goed gepraat worden. Het verslag van de Rekenkamer is dan ook een oproep tot actie”.

Het vastgestelde foutenpercentage moet wel correct gelezen worden: het gaat niet om 4,4 procent fraudegevallen. Het betreft een schatting van het geld dat niet uitbetaald had mogen worden, omdat het niet in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving werd gebruikt. De Europese Rekenkamer geeft zeer duidelijk aan om welk soort fouten het gaat. In 40,9 procent van de gevallen gaat het om zogenaamde "niet-subsidiabele kosten in de kostendeclaraties". In 27,27 procent gaat het om een niet-correcte toepassing van de openbare aanbestedingsprocedures. In 20,45 procent van de gevallen werd een onjuiste opgave gedaan van arealen door landbouwers. De overige 11,36 procent betreft "niet-subsidiabele projecten, activiteiten en begunstigden en administratieve fouten voor natuurlijke hulpbronnen".

Het Rekenkamerverslag geeft geen schatting van het werkelijke fraudepercentage. Wel wordt mee gegeven dat op 1200 gecontroleerde verrichtingen er 22 omwille van een vermoeden van fraude voor verder onderzoek naar de anti-fraude eenheid OLAF werden gestuurd.

Basis probleem ligt bij de nationale administraties. Tachtig procent van alle Europese gelden worden beheerd door de Europese Commissie in samenwerking met de administraties van de lidstaten. Het betreft Regionaal beleid en stadsontwikkeling (Regionaal en Cohesiefonds), Sociaal en Werkgelegenheidsbeleid (Sociaal Fonds), Natuurlijke hulpbronnen ( Landbouwgarantiefonds, Fonds Plattelandsontwikkeling, Visserijfonds en LIFE-programma voor milieu). Staes: "Het is dan ook wraakroepend dat de Europese Rekenkamer voor het vierde jaar op rij vaststelt dat de lidstaten bij de overgrote meerderheid van de ontdekte fouten voldoende informatie hadden om de fout zelf te ontdekken."

Dat betekent dat de nationale administraties alle informatie in handen hadden om niet tot uitbetaling van de Europese gelden over te gaan. Uitschieters zijn de administraties en beleidsterreinen Plattelandsontwikkeling, Milieu, Klimaatactie en Visserij. Het foutenpercentage bedraagt hier 6,2 procent. Indien de lidstaten hun werk goed hadden gedaan, dan was het geschat foutenpercentage daar slechts 2,9 procent geweest.

Staes: "Want ook op de beleidsterreinen Regionaal Beleid en Stadontwikkeling beschikten de nationale autoriteiten over voldoende informatie om de fouten te ontdekken. Hadden ze hun werk goed gedaan dan was het foutenpercentage verminderd van 6,1 procent naar 2,8 procent. In de sector Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid zouden serieuze controles door de lidstaten leiden tot een vermindering van het foutenpercentage van 5,6 procent naar 2,8 procent!"

AAN DE SCHANDPAAL NAGELEN

Uit het Rekenkamerverslag blijkt dat een beperkt aantal lidstaten verantwoordelijk is voor 80 procent van de gemaakte fouten. Staes: "Het cynische is dan dat vervolgens 'Europa' de schuld krijgt van gemors met belastinggeld. De Antifraude commissie van het Europees Parlement moet dan ook de ministers van Financiën van de lidstaten uitnodigen voor een confrontatie en gesprek over deze ontoelaatbare praktijken in hun landen. De politiekee verantwoordelijkheid moet liggen waar ze ligt."

België haalt ter zake geen goed resultaat, blijkt uit pagina 63 Rekenkamerverslag. Op 7 gecontroleerde EFRO-dossiers (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) bevatten er 4 één of meer fouten. Vier op vier van de gecontroleerde landbouwdossiers bevatte 1 of meer fouten, terwijl 8 op de 11 gecontroleerde dossiers inzake cohesie- en natuurlijke hulpbronnen ook fouten bevatten.

NIET ALLEEN CONTROLEREN OP KWANTITEIT MAAR OOK OP KWALITEIT

Het is duidelijk dat steeds meer lidstaten de Europese Begroting nog steeds zien als een forse melkkoe. In tijden van soberheid en besparingen worden de Europese middelen vaak beschouwd als “een welgekomen extraatje”. Vreemd genoeg wordt dat geld steevast met minder zorg en verantwoordelijkheid besteed. De Europese Rekenkamer stelt duidelijk dat bij het gedeeld beheer de lidstaten er vooral op uit zijn het hen toegekende geld te besteden, ongeacht de kwaliteit van de projecten. Staes: "Die praktijk moet verdwijnen. De EU is er niet om zomaar eender welk project te financieren, maar moet erop toezien dat de bestede middelen een meerwaarde bieden. "Value for money" moet een leidend begrip worden. Dat blijkt ook uit de controles door de Rekenkamer."

Of zoals Vítor Caldeira, president van de Europese Rekenkamer zei: "De EU moet haar geld beter investeren. Zij moet ervoor zorgen dat haar investeringen beter aansluiten op haar prioriteiten, dat er eenvoudiger regels worden vastgelegd om resultaten te behalen en dat middelen doelmatiger worden beheerd."

ACTIEPLAN NODIG

Staes: "De Europese Commissie moet een duidelijk overzicht geven van de lidstaten die in gebreke blijven en blijkbaar geen of onvoldoende controle uitoefenen op de besteding van Europese gelden. Gelden die onterecht uitbetaald worden, moeten nog adequater teruggevorderd worden en kunnen niet langer in het betrokken land besteed worden. Ik ben erg blij dat Commissaris Georgieva toezegde meer druk te zetten op de lidstaten door effectief geld terug te vorderen daar waar ze in de fout gingen."

“Ik roep de Commissie op inderdaad serieuze druk te zetten op de lidstaten om tot actie over te gaan. Idealiter moeten de Ministers van Financiën jaarlijks een “Verklaring van goed Bestuur” afleveren, zoals enkele lidstaten al doen. Daarin geven ze aan welke Europese gelden naar hun land vloeiden, in welke beleidsterreinen dat geld besteed werd, aangegeven wordt dat er voldoende interne controle werd georganiseerd op de besteding van de middelen en wordt de garantie gegeven dat het foutenpercentage zo goed als nul is. Wanneer er nadien toch fouten vastgesteld worden kan de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken politicus vastgesteld worden. Ook dat is "Naming en Shaming". Wellicht is het de enige manier om de lidstaten ertoe te dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen.”, aldus Staes.

Staes wijst er tot slot op dat de tekst van deze persmededeling grotendeels een kopie is van de mededeling die hij vorig jaar uitstuurde over de uitvoering van de begroting 2013. Alleen de cijfers werden aangepast. "Dit geeft aan dat de situatie niet verbetert. Ik waarschuwde Commissaris Georgieva vandaag dat de oefening volgend jaar over de begroting 2015 cruciaal wordt. De begroting 2015 is immers de eerste begroting waarover de Commissie Juncker de volledige verantwoordelijkheid droeg."

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK