05 nov 2013

Europese Rekenkamer: Foutenpercentage besteding Europese Begroting loopt op tot 4,8 procent

De Europese Rekenkamer stelde vandaag in de anti-fraudecommissie van het Europees Parlement haar “Jaarverslag over het begrotingsjaar 2014” voor. Het kan terecht betiteld worden als een heus Blunderboek. Voor het negentiende jaar op rij geeft de Europese Rekenkamer geen volledige goedkeuring over de besteding van de Europese begroting.

Het aantal ontdekte fouten liep op van 3,8 procent in 2011 naar 4,8 procent in 2012. Dat betekent dus dat in bijna 1 op 20 door de Europese Rekenkamer uitgevoerde controles er onregelmatigheden vastgesteld werden. Geëxtrapoleerd naar de totale omvang van de begroting -138.6 miljard euro in 2012- betekent dit dat voor zowat 6.7 miljard euro bestedingsdossiers fouten bevatten.

Bart Staes: ”Dit is onaanvaardbaar en koren op de molen van de eurosceptici. Onzorgvuldig financieel beheer kan onder geen beding goed gepraat worden. Het verslag van de Rekenkamer is dan ook een oproep tot actie”.
Het vastgestelde foutenpercentage moet wel correct gelezen worden: het gaat niet om 4,8 procent fraudegevallen. De Europese Rekenkamer geeft zeer duidelijk weer om welk soort fouten het gaat. In 29 procent van de gevallen gaat het om een niet-correcte toepassing van de openbare aanbestedingsprocedures. In 22 procent van de gevallen gaat het om uitbetaling van subsidies aan projecten of eindbegunstigden die geen recht hadden op het uitgekeerde geld. Bij 21 procent van de gevallen ging het om vraag tot terugbetaling van kosten die niet met de juiste documenten gestaafd konden worden en in 17 procent van de gevallen werden er foute declaraties gedaan bij de vraag om landbouwsubsidies.

Grondfout ligt bij de nationale administraties

Tachtig procent van alle Europese gelden worden beheerd door de Europese Commissie in samenwerking met de administraties van de lidstaten. Het is dan ook wraakroepend dat de Europese Rekenkamer vaststelt dat de lidstaten bij de overgrote meerderheid van de ontdekte fouten - 91 procent!- voldoende informatie hadden om de fout zelf te ontdekken. Dat betekent dat de nationale administraties alle informatie in handen hadden om niet tot uitbetaling van de Europese gelden over te gaan. Uitschieters zijn de administraties en beleidsterreinen Regionaal Beleid, Energie en Transport, goed voor 42 procent van het aantal ontdekte fouten. In 56 procent van de gevallen wisten die administraties dat er fouten gemaakt werden. In de sector Tewerkstelling en Sociale Zaken loopt dat percentage zelfs op tot 67 procent.

Het is duidelijk dat steeds meer lidstaten de Europese Begroting zien als een enorme melkkoe. In tijden van soberheid en besparingen worden de Europese middelen nog louter beschouwd als ”een welgekomen extraatje”. Dat geld wordt steevast met minder zorg en verantwoordelijkheid besteed.

Aan de schandpaal nagelen

Uit het Rekenkamerverslag blijkt ook dat een beperkt aantal lidstaten verantwoordelijk is voor 80 procent van de gemaakte fouten. Spanje, Roemenië en Slovakije worden met naam genoemd. De antifraude commissie van het Europees Parlement besliste dan ook om de ministers van Financiën van die drie lidstaten uit te nodigen voor een confrontatie en gesprek over deze ontoelaatbare praktijken in hun landen.

Teruggevorderd geld daadwerkelijk wegnemen van de overtreders

Schokkend is ook de vaststelling dat de Europese Commissie weliswaar goede pogingen onderneemt om onterecht uitgekeerde Europese middelen terug te vorderen van de lidstaten die in de fout gaan, maar dat het geld dat teruggevorderd werd onverminderd gebruikt mag worden voor andere projecten in dezelfde lidstaat. Een broekzak/vestzak operatie dus, die het gesjoemel met Europese middelen voor de lidstaat in kwestie volkomen risicoloos maakt.

Actieplan nodig

Bart Staes: ”Europees besteed geld is geld van de Europese belastingbetaler. En dat moet goed besteed worden. De door de Europese Rekenkamer gepubliceerde ”Oproep tot actie” kan niet zonder gevolg blijven. Vooreerst moet de Europese Commissie tegen begin 2014 de antifraude-commissie van het EP een concreet actieplan voorleggen. De Commissie moet een duidelijk overzicht bieden van de lidstaten die duidelijk in gebreke blijven en blijkbaar geen of onvoldoende controle uitoefenen op de besteding van Europese gelden. Gelden die onterecht uitbetaald worden, moeten teruggevorderd worden en kunnen niet langer in het betrokken land besteed worden. ”

”Voorts moeten de Ministers van Financiën jaarlijks een ”Verklaring van goed Bestuur” afleveren waarin ze jaarlijks aangeven welke Europese gelden naar hun land vloeiden, in welke beleidsterreinen dat geld besteed werd, aangegeven werd dat er voldoende interne controle werd georganiseerd op de besteding van de middelen en de garantie wordt gegeven dat het foutenpercentage zo goed als nul is. Wanneer er nadien toch fouten vastgesteld worden kan de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken administratie vastgesteld worden. Ook dat is Naming en Shaming”, aldus Groen-parlementslid Bart Staes.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK