14 mei 2012

Eurovisie Songfestival en mensenrechten: niets met elkaar te maken?

De 57e editie van het Eurovisie Songfestival vindt dit jaar plaats in Azerbeidzjan, een land waar mensenrechtenschendingen dagelijkse kost zijn. Moeten we de andere kant opkijken, zoals de European Broadcasting Union verkiest. Of moesten we juist gehoor geven aan de oproep tot een boycott? Eva Brems ziet een derde mogelijkheid.

Afgelopen zaterdag is de Herentalse Laura Van den Bruel - bij meeste Vlamingen bekend als Iris - afgezakt naar Azerbeidzjan om ons land te vertegenwoordigen op de 57e editie van het Eurovisie Songfestival. Van 22 tot 26 mei strijken artiesten uit 42 verschillende landen neer in de hoofdstad Bakoe om met de nodige glitter en glamour de eer van hun land te verdedigen. Zonder twijfel zal de overheid van Azerbeidzjan deze gelegenheid gebruiken om het land te promoten als een genormaliseerde, gemoderniseerde staat. Op het internet circuleert zo al een tijdlang een promofilmpje waarin de verschillende deelnemers worden uitgenodigd in de geest van ”openheid, vreedzaamheid en verdraagzaamheid”. In het centrum van Bakoe verrees op korte tijd de Chrystal Hall: een prachtig, modern stadion dat speciaal voor deze gelegenheid gebouw wordt.

Maar achter deze façade vindt men een ander verhaal terug. Azerbeidzjan is niet het gemoderniseerde land dat te zien is in de promofilmpjes, maar een autoritaire staat waar mensenrechten met voeten getreden worden. De pers ligt er aan de ketting, mensen worden illegaal onteigend, en corruptie viert er hoogtij. Elke vorm van protest hiertegen wordt de mond gesnoerd: activisten worden opgesloten en mishandeld, hun advocaten en familie geïntimideerd.

Niets met elkaar te maken? Niet waar!

Het meest schrijnende voorbeeld is de locatie waar heel het gebeuren zal plaats vinden. Om plaats te maken voor het nieuwe stadion, werden 60 gezinnen gedwongen uit hun woning gezet. Ze hadden de keuze: hun woonst verkopen voor een appel en een ei, of hardhandig verwijderd worden door de politie. Velen kozen voor het laatste, en werden midden in de nacht afgevoerd. Bij hun vrijlating daags nadien vonden ze een hoop puin waar eerst hun woning had gestaan, met daarin de brokstukken van hun persoonlijke eigendommen. Zo heeft het Eurovisie Songfestival een rechtstreekse bijdrage mogen leveren aan mensenrechtenschendingen in het land, een twijfelachtige eer.

Een ander pijnpunt is de dubieuze houding van de European Broadcasting Union, de vereniging van openbare omroepen die het Songfestival organiseert. Men zou denken dat een dergelijke vereniging persvrijheid hoog in het vaandel draagt. Dit vermoeden werd ook bevestigd in juli 2010, toen de EBU (in Bakoe of all places) een verklaring ondertekende die oproept tot persvrijheid en recht van meningsuiting. Vandaag de dag valt er van dat engagement nog maar weinig te bespeuren. Dat er in Azerbeidzjan het afgelopen jaar meer dan 50 journalisten werden gearresteerd, geïntimideerd of aangevallen, lijkt voor de EBU geen enkel probleem. De organisatie zou zich immers niet bezig houden met ”politieke aangelegenheden”.

Maar ook onze regering houdt zich opvallend stil. Vorige week besloot onze minister Didier Reynders nog om niet aanwezig te zijn bij het EK voetbal in Oekraïne, uit protest tegen de mensenrechtensituatie in dat land. In vergelijking met Azerbeidzjan is Oekraïne echter een modelstaat. Bovendien is onze overheid via de openbare omroep veel nauwer betrokken bij het Songfestival dan bij het EK. Waarom dan geen gelijkwaardig, krachtig signaal? Na het bezoek van Bourgeois aan Myanmar drong Reynders nog aan op een gecoördineerde aanpak tussen de gewesten en het federale niveau ten aanzien van het buitenland. Is deze situatie hier dan geen uitgelezen kans voor, door cultuurevenementen te koppelen aan goed bestuur en mensenrechten?

Het songfestival als "window of opportunity"

Moet iedereen dan maar beter wegblijven van het Songfestival? Misschien niet. Misschien biedt het zelfs juist een kans om het probleem aan te pakken. In de eerste plaats door garanties te vragen inzake persvrijheid tijdens de vier dagen van het evenement. Dit zou een "window of opportunity" kunnen bieden voor de wereld om kennis te maken met het ”echte” Azerbeidzjan, en niet met het beeld dat door de Azerbeidzjaanse regering gepromoot wordt. Hopelijk vindt de mensenrechtensituatie in het land zo haar weg terug naar de politieke agenda. Maar dan dient de internationale gemeenschap - België incluis - wel eerst voorbij de glamour van het Songfestival te kijken. Zo niet zullen we door onze aanwezigheid de PR-campagne van het regime enkel een handje helpen.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK