20 sep 2012

Eva Brems verwijt Minister Reynders slecht bestuur in het subsidiedossier 11.11.11.

Minister Reynders is niet van plan om 11.11.11. te betalen voor het observeren van de Congolese verkiezingen van 2011, in tegenstelling tot wat Minister Vanackere in het parlement beloofde.Dat bleek woensdag in de commissie Buitenlandse Zaken waar Eva Brems de Minister ondervroeg. Minister Reynders verschuilt zich achter procedurele bezwaren, hoewel 11.11.11. geen schuld trof in de vertraging die het aanvraagdossier opliep. Ondanks haar expliciete vraag hiertoe, weigerde de Minister te vertellen of hij beroep zou aantekenen bij de Minister van Begroting. De Minister weigert zijn nek uit te steken voor de NGO die vertrouwen had in de uitspraken van de vorige minister van Financiën en de emails die het van de ambtenaren van Buitenlandse Zaken kreeg. zich generlei te willen inspannen om de NGO, die een belangrijke partner van zijn Administratie is, tegemoet te komen.

Hieronder een uittreksel uit het verslag van de commissievergadering.

Vraag van Eva Brems

De Congolese verkiezingen op 28 november 2011 werden door duizenden buitenlandse en Congolese waarnemers geobserveerd. Ook het Belgische Parlement had zich volop geëngageerd met een uitgebreide missie. Voormalig buitenlandminister Vanackere beloofde een subsidie van 200.000 euro aan de ngo’s; die zich inspanden om de verkiezingen te observeren in alle hoeken van het land. Hij verklaarde op 8 november 2011 in de Kamer dat hij, naast de Belgische bijdrage voor de Congolese verkiezingen in multilateraal verband, via de dienst Conflictpreventie en Vredesopbouw verschillende ngo-projecten inzake verkiezingswaarneming zou ondersteunen.

  • Het Carter Center en Cenco ontvingen inmiddels de hen beloofde bedragen, doch 11.11.11 niet. Hoeverklaart de minister dat?

  • De niet-uitbetaling zou te wijten zijn aan het feit dat de aanvraag niet tijdig op de ministerraad werd geagendeerd. De vraag is dan natuurlijk hoe dit komt en of dit aan de organisatie zelf te wijten is. Klopt het dat de organisatie alle procedures correct heeft gevolgd en de aanvraag tijdig heeft ingediend, maar dat de behandeling vertraging opliep omdat zij werd gebundeld met andere aanvragen waarvan er één formeel niet in orde was?

  • Klopt het dat net die vertraging leidde tot een negatief advies van de Inspectie van Financiën?

  • Is het waar dat 11.11.11 per mail eerst een positief advies kreeg?

  • Is hoger beroep mogelijk bij de minister van Begroting tegen het negatieve advies van de Inspectie? Zal de minister beroep aantekenen of niet?

  • Zal hij eventueel iets anders ondernemen opdat de toegezegde subsidies alsnog bij 11.11.11 en CNCD terechtkomen?

  • Hoe zullen dergelijke situaties in de toekomst worden vermeden?

(...)

Antwoord van Minister Didier Reynders

Het verheugt me dat de heer Dallemagne het over een andere ngo gehad heeft, die zich in een totaal andere situatie bevindt, en ik zal u zeggen waarom dat zo is. Ongeacht het belang dat men aan bepaalde organisaties hecht, mag men niet vergeten dat de overheid meer is dan een geldkraan. Ze moet beslissingen nemen en ze uitvoeren.

Ik ben na de verkiezingen in Congo minister van Buitenlandse Zaken geworden. Op dat ogenblik heb ik vastgesteld dat tal van projecten met betrekking tot vredesopbouw, preventieve diplomatie en conflictpreventie die waren voorgelegd aan de ministerraad, in 2011 waren goedgekeurd zonder dat die dossiers waren vastgelegd of vereffend. Volgens de begrotingswetgeving vervallen de niet-vastgelegde kredieten echter op het einde van het jaar. Het totale budget voor die projecten bedroeg zes miljoen euro, wat 20 procent van de in 2012 beschikbare kredieten vertegenwoordigt.

Om de beslissingen van de ministerraad van 2011 na te komen heeft men het nodige gedaan opdat die dossiers ten laste van de kredieten 2012 zouden vallen, terwijl ze eigenlijk hadden moeten worden aangerekend op de begroting 2011. Dat geldt onder meer voor het dossier-Verbatim waar u naar verwees.

Tijdens het begrotingsconclaaf van april 2012 werd er besloten een miljoen euro te besparen op de basisallocatie preventieve diplomatie, zowel wat de vastlegging als wat de vereffening betreft.

Ondanks de restricties werd het nodige gedaan opdat de verbintenissen van de ministerraad onder mijn voorganger zouden worden nagekomen. Daardoor zijn andere projecten, die gefinancierd hadden kunnen worden met kredieten voor 2012, in de problemen gekomen.

11.11.11 en CNCD hebben op 1 juli 2011 een aanvraag ingediend voor de financiering van hun waarnemersmissie bij de verkiezingen in Congo, die op 28 november 2011 plaatsvonden. Op 8 november 2011 heeft mijn voorganger de bijdrage van België aan het project van 11.11.11 en CNDC aangekondigd in de Kamer. De Inspectie van Financiën heeft op 22 november 2011 een positief advies gegeven.

In tegenstelling tot de andere projecten, werd dit project niet voorgelegd aan de ministerraad. Daar de mogelijkheid niet meer bestond een krediet in te zetten voor 2011, werd een nieuw advies gevraagd aan de inspecteur van Financiën, dat er kwam op 22 mei 2012. Dat advies was negatief omdat het niet meer ging om een subsidie voor de uitvoering van een in 2012 te realiseren project, maar over een voorstel tot schenking ten laste van de budgettaire kredieten van 2012 maar ten voordele van in 2011 beëindigde activiteiten.

Toen ik aantrad was het project al gerealiseerd en mijn diensten hebben het advies gewoon gevolgd. De Inspectie baseerde zich op de legaliteit van de uitgaven, zoals bepaald in de wet van 22 mei 2003. Het advies volgen leek me de enige juiste keuze.

Er zijn nog vele andere verkiezingswaarnemingsprojecten geweest, maar die werden allemaal aan de ministerraad voorgelegd. Bijgevolg konden die projecten wel in 2011 ingezet en verrekend worden. Het ging onder meer over 500.000 euro voor het Carter Center, dat misschien wel het belangrijkste verslag over de verkiezingen heeft opgesteld.

De Nationale Episcopale Conferentie van Congo kreeg 540.000 euro. Het ondersteuningsprogramma voor de electorale levenscyclus leverde het UNDP twee miljoen euro op.

De democratische procedure in de DRC blijft in elk geval een prioriteit.

De wijziging van de procedure zal klaar en duidelijk zijn. Ik zal de ngo’s; erop wijzen dat wij zonder een duidelijk beslissing van de ministerraad niet zullen meedelen of er al dan niet een financiering is.

Over het dossier van 2011 herhaal ik dat ik in december 2011 in Goma was, zonder dat er een beslissing was van de ministerraad over een dergelijk project. In 2012 heb ik een negatief advies gekregen van de Inspectie van Financiën. Als minister heb ik uiteraard een groot respect voor de wet.

Repliek van Eva Brems

Helaas blijkt uit dit antwoord dat wat wij in de pers lazen, correct is: 11.11.11-CNCD valt niets te verwijten. Het is blijkbaar een soort loterij: de ene organisatie heeft geluk, want de ministerraad heeft op tijd over een financiering beslist, de andere heeft gewoon pech. Bovendien is er geen enkele manier om hierover informatie te krijgen vooraleer een organisatie uitgaven doet. Dit is slecht bestuur en ontmoedigt de mensen uit het middenveld die zich nog voor internationale solidariteit willen inzetten.

In ons land is het middelveld zo goed als volledige afhankelijk van subsidies. Deze ngo’s; zijn op het terrein actief en hebben een waakhondfunctie. Ze moeten geld krijgen van een regering die ze tegelijkertijd moeten kunnen bekritiseren. Dat is delicaat. Wat de minister voorstelt, is het verankeren van de onzekerheid: zolang er geen beslissing is genomen, is er geen zekerheid. Daardoor krijgen organisaties het signaal dat ze van de minister afhangen, dat hen een gunst wordt verleend die altijd kan worden geweigerd. Dat is gevaarlijk in een democratie.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK