13 nov 2012

Folterpraktijken in Ivoorkust nog steeds niet van de baan

Op zes november kreeg het parlement bezoek van een omvangrijke Ivoriaanse delegatie. Naar aanleiding van dit bezoek vond in de schoot van de commissie Buitenlandse Betrekkingen een gedachtewisseling plaats tussen de Ivoriaanse parlementsvoorzitter Guillaume Soro en de commissieleden. Ondanks de huidige groeicijfers heeft het land de burgeroorlog van 2002-2007 niet definitief verteerd, getuige daarvan de crisis in 2010-2011 tussen toenmalig president Laurent Gbagbo en de huidige leider Alassane Ouattara. In het licht van martelpraktijken die recent plaatsvonden in militaire kampen vond Eva Brems het dan ook belangrijk om Soro te vragen hoe de Ivoriaanse regering werk maakt van verzoening.

Soro is geen onbesproken figuur in de Ivoriaanse politiek. Ondanks zijn jonge leeftijd (40) gaat hij al geruime tijd mee in het politieke landschap. Als Christen uit het noorden was Soro tijdens de burgeroorlog Secretaris-Generaal van de ‘Forces Nouvelles de Côte d’Ivoire’ (de rebellenbeweging). In 2007 sluit Gbagbo een politiek compromis. Als deel van dit akkoord wordt Soro gepromoveerd tot eerste minister. Na de presidentsverkiezing in 2010, waarin zowel Gbagbo als Ouattara de overwinning opeisen, kiest Soro de kant van Ouattara. Een goede keuze zo blijkt: zijn medestander uit het noorden wint het pleit en houdt Soro aan als eerste minister. In maart 2012 dient hij zijn ontslag in, om enkele dagen later parlementsvoorzitter te worden.

Tijdens het onderhoud met de commissie uitte Brems haar bezorgdheid over het feit dat de laatste verkiezingen in december 2011 geboycot werden door de oppositie (aanhangers van Gbagbo), en dat er nog weinig zicht is op structurele verzoening. Gevraagd naar concrete maatregelen die hij daartoe onderneemt, bleef hij teveel op de vlakte. Wel gaat hij akkoord met de stelling dat het proces van Gbagbo, die momenteel door het Internationaal Strafhof in Den Haag beschuldigd wordt van moord, verkrachting, vervolging en andere inhumane daden, een noodzakelijke voorwaarde is voor gerechtigheid.

Nog wel het allerbelangrijkst was Eva Brems’ interventie rond de recent aan het licht gebrachte martelpraktijken. Uit een publicatie van Amnesty International van 26 oktober blijkt dat meer dan 200 mensen, waaronder leden van de politieke oppositie, illegaal zijn opgesloten en gemarteld in militaire kampen. Ze werden met elektriciteit of gesmolten plastiek bewerkt, sommigen seksueel mishandeld en een persoon stierf zelfs aan de gevolgen van de folteringen. Ook de Fédération internationale des ligues des droits de l'homme (FIDH) en twee lokale mensenrechtenorganisaties hebben deze wandaden inmiddels aangeklaagd. Soro had eerder verklaard een commissie in te stellen om dit te onderzoeken, maar op Brems’ vraag over de samenstelling en onafhankelijkheid ervan, of de voortgang van haar werkzaamheden, bleef Soro het antwoord schuldig.

Het conflict smeult nog duidelijk na, en een duurzame verzoening lijkt vooralsnog niet in zicht. De internationale gemeenschap, die cruciaal was in de overwinning van Ouattara, moet er dan ook op toezien dat de Ivoriaanse machthebbers hier werk van maken. Uit de interpellaties van Eva Brems blijkt dat er nog flink wat werk aan de winkel is. Ook België moet in die internationale gemeenschap de druk hoog houden, zodat de Ivoriaanse regering, van welke strekking ook, niet zomaar ongestraft wegkomt met flagrante mensenrechtenschendingen op politieke tegenstanders.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK