05 jan 2012

Geen nieuwe besparingen, wel meer ondersteuning voor De Lijn

Binnenkort wordt Vlaanderen door Europa veroordeeld tot een boete omdat we er maar niet in slagen onze luchtkwaliteitsnormen te halen. De daggrens voor de fijn stof waarden wordt op 15 meetposten meer dan 35 keer per jaar overschreden en ondertussen dieselen we verder.

Tot nader order blijft de Vlaamse regering in haar mobiliteitsbeleid uitgaan van het STOP-principe (= Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Privé vervoer). NVA verwerpt dit STOP-principe, Groen! daarentegen niet. Het decreet basismobiliteit garandeert een minimum aanbod aan openbaar vervoer buiten de stedelijke gebieden en belbussen kunnen worden ingezet om de blinde vlekken te bedienen.

Vandaag kost De Lijn ons 790 miljoen EUR per jaar. Dat komt overeen met een bedrag van 120 EUR per Vlaamse inwoner. In aanloop naar de volgende besparingsronde kijkt de Vlaamse regering overduidelijk naar De Lijn wanneer ze denkt daar nog maar eens 50 miljoen EUR te saneren. Dit betekent op korte termijn minder dienstverlening, minder verbindingen en duurdere bustickets. Jan Peumans mag als ex-werknemer bij De Lijn zeker zijn mening hebben over de verdere financiering van De Lijn. Hij mag die zelfs bekend maken maar hij mag als voorzitter van het Vlaams parlement niet spreken namens het ganse parlement zonder de fracties te hebben geraadpleegd.
Groen! heeft nooit het ‘gratis’ verhaal bejubeld. Met de bus rijden kost nu eenmaal geld, veel geld en de chauffeurs werken niet gratis. Buitenlandse voorbeelden leren ook dat een goed openbaar vervoer niet persé een gratis openbaar vervoer is, integendeel. Het moet geen beleidsprioriteit zijn om voor 1,60 EUR zich van de Kempen naar de kust te verplaatsen met de bus. Ambtshalve meer dan 100.000 gratis abonnementen versturen naar 65-plussers is ook niet de kerntaak van De Lijn. Maar het is wel een opdracht van de gemeenschap om de financieel zwakkeren ook een basisrecht mobiliteit te garanderen. Daarom blijft Groen! wel voorstander om mensen met het Omnio-statuut gratis openbaar aan te bieden.
Het verhaal van de te lage kostendekkingsgraad (15 % in Vlaanderen, 60 % in de omgeving Keulen) is deels terecht maar is slechts één aspect van het openbaar vervoersaanbod. In de beheersovereenkomst met de Lijn is trouwens een traject uitgetekend om deze kostendekkingsgraad te verhogen over een periode van 5 jaar. De Lijn bereikt een hogere kostendekkingsgraad zonder in te boeten op comfort en dienstverlening. De randvoorwaarde op het vlak van het tariefbeleid - buiten de jaarlijkse indexering zullen de gemiddelde tarieven van De Lijn niet stijgen - bepaalt mee de marge waarbinnen deze doelstelling kan worden gerealiseerd.
De Lijn legt in 2011 een strategisch plan voor waarbij er verschillende scenario’s; uitgewerkt worden met betrekking tot een kwantitatief groeipad voor de kostendekkingsgraad. Hierbij wordt minstens het scenario bekeken waarbij een jaarlijks groeipad van gemiddeld 0,5% vooropgesteld wordt. Voor de verschillende maatregelen moet hierbij duidelijk aangegeven worden welke effecten dit heeft op de verschillende doelstellingen binnen deze beheersovereenkomst en meer specifiek op de hierboven vermelde randvoorwaarden.
De Lijn streeft naar efficiëntieverhoging in de algemene werking. Zij hanteert het principe van het zuinig beheer, stimuleert kostenbewustzijn bij al haar medewerkers en zoekt actief naar efficiëntiewinsten in haar interne processen.
Tegelijk is de huidige discussie over de lage kostendekkingsgraad een stok om de hond te slaan, een drogreden om gebaseerd op korte termijninzichten het openbaar vervoer te fnuiken.
Willen we minder files en meer propere lucht dan zullen we het openbaar vervoer moeten aanmoedigen in plaats van af te bouwen. Dan zullen we ervoor moeten zorgen dat bussen meer instaan voor het woon-werk-verkeer, wat nu nog altijd ondermaats is. Dan zullen we op korte termijn moeten investeren in die plekken waar het collectief vervoer wel rendeert zoals in stedelijke en randstedelijke gebieden.
Als we door een duurzaam mobiliteitsbeleid het STOP-principe werkelijk willen vorm geven dan zal de Vlaamse overheid haar investeringen moeten richten op de realisatie van de vrije busbanen, verkeerslichtenbeïnvloeding en een goede halte accommodatie. Pas dan promoten we het openbaar vervoer als volwaardig alternatief voor de auto. Pas dan kunnen we ook meer werk van de modal-shift waarbij de auto wordt geruild voor het openbaar vervoer. Pas dan leveren we via onze mobiliteit een bijdrage in de strijd tegen de klimaatopwarming en de luchtvervuiling. Dan ook zorgen we ervoor dat niet alleen de autobezitters recht hebben op een verplaatsingsgedrag!
Het is dus niet alleen door de kostendekkingsgraad te verhogen dat we werk maken van een duurzaam mobiliteitsbeleid. We moeten vooral investeren in een robuust en kwaliteitsvol penbaar vervoersaanbod.
Besparen doen we veel beter in de dure investeringen voor de ‘missing links’. Bijkomende weginfrastructuur doet Vlaanderen alleen nog verder dichtslibben en de financiering ervan zal de Vlaamse begroting nog vele jaren belasten.”

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK