Gezin

Elk kind heeft recht op de best mogelijke thuis. De overheid kan daarvoor enkele belangrijke randvoorwaarden vervullen. Zorgen voor voldoende geld, steun en tijd. Zodat kinderen de nodige ademruimte hebben. En zodat ouders de ouders kunnen worden die ze zelf willen zijn.

Het kan niet dat bijna één op de vijf kinderen in ons land in armoede leeft. Ieder kind moet kunnen opgroeien in een gezin zonder financiële zorgen. Daarom willen we dat gezinnen met een laag inkomen meer steun krijgen. Hen geven we via de kinderbijslag ietsje extra, terwijl andere gezinnen blijven rekenen op een basisbedrag. We herverdelen ook via de belastingbrief, die we vereenvoudigen en eerlijker maken. Gezinnen voor wie enkele euro's aan het einde van de maand een wereld van verschil maken, geven we op die manier een beslissend duwtje in de rug.

Een gezinsbeleid heeft natuurlijk meer troeven dan louter financiële steun. We moeten gezinnen meer slagkracht geven om zich goed te kunnen organiseren. Kinderopvang is daarbij onmisbaar – zonder de vermaledijde wachtlijsten die vele ouders kopzorgen geven. We mikken op de beste zorgen voor onze kinderen, met kleine kleuterklasjes en brede scholen, een sterk en divers jeugdwerk, een woonomgeving met groen en open ruimte om te ravotten.

De momenten die ouders en kinderen kiezen om samen door te brengen, zijn veel waard. Dat kan geen geld ter wereld vervangen. We blijven dus resoluut inzetten op een loopbaan die het evenwicht tussen werk en gezin vereenvoudigt, met meer autonomie voor werknemers. Dankzij een vernieuwende mix van verlofsystemen, zoals ouderschapsverlof, tijdskrediet en zorgverlof, worden ouders baas over eigen tijd. De werkweek passen we aan aan het gezinsritme, met een vlottere overgang tussen voltijds, deeltijds, telewerk of glijdende uurroosters

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK