13 feb 2012

Groen vraagt slim structureel beleid voor zware beroepen

Langer werken is al te vaak een slogan die geen rekening houdt met de concrete situatie van de mensen op de werkvloer, vindt Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt. Langer werken moet werkbaar zijn, dat wordt door de pensioenhervorming uit het oog verloren. Het protest van een aantal beroepsgroepen confronteert de regering nu met dit enorme hiaat in haar hervorming. Een wetsvoorstel van Groen en Ecolo wil enkele dringende knelpunten met betrekking tot zware beroepen (o.a. brandweerlui) oplossen. Maar we willen ook verder gaan. Om te vermijden dat we in een eindeloze discussie belanden over wat nu wel en niet een zwaar beroep is, is een slim structureel beleid nodig. Groen doet een voorstel voor een eerlijk pensioenbeleid dat gebaseerd is op het aantal gewerkte jaren en op de levensverwachting per beroepsgroep.

1 .Brandweerlui

Groen heeft samen met Ecolo een wetsvoorstel ingediend om de pensioenleeftijd voor brandweerlui van 62 jaar naar 60 jaar terug te brengen. Daarmee hoopt Groen dat ook deze beroepscategorie de pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarden van voor de hervorming kan behouden. ”Het is een zwaar beroep én brandweerlui staan in voor onze veiligheid,” beargumenteert Wouter De Vriendt.
Met het wetsvoorstel voegt Groen de beroepscategorie toe aan de drie uitzonderingen die de regering zelf al had voorzien, met name de militairen, de politie en het rijdende personeel van de NMBS. ”Volgens de regering zijn deze uitzonderingen nodig omdat deze personen instaan voor de veiligheid, maar dat is een argument dat ook, en niet in het minst, van toepassing is op de brandweerlieden,” zegt Wouter De Vriendt.

2. Andere zware beroepen

Behalve deze beroepscategorieën zijn er nog meer beroepen voor wie langer werken in de praktijk niet vanzelfsprekend is. In hetzelfde wetsvoorstel vraagt Groen-Ecolo de regering om zoals voorzien in de wet van 12/08/2000 een lijst op te stellen van zware beroepen in de openbare sector, zodat men zich niet telkens over een aparte beroepscategorie moet buigen. ”Dit gaat enkel over de overheidssector, maar toch zijn we benieuwd welke invulling de regering geeft aan datgene waar ze zich bij wet toe verplicht heeft. De pensioenhervorming treft mensen in zware beroepen onrechtvaardig hard,” aldus De Vriendt.
Onder druk van het sociale protest zou de regering toegevingen doen voor een aantal zware beroepen. Zo zou het recht op 4/5de landingsbanen vanaf 50 jaar worden behouden en het brugpensioen op 58 jaar na 35 loopbaanjaren mogelijk blijven. ”Dit is positief, maar de lijst van de zware beroepen wordt heel beperkt ingevuld: het gaat over werk in ploegen, onderbroken diensten, nachtarbeid en bouw. Een meer sluitende aanpak ontbreekt,” verklaart De Vriendt. ”Wat bijvoorbeeld met de 60-jarige poetsman met versleten rug die na een loopbaan van 38 jaar wordt afgedankt wegens te traag bevonden, wat met de 59-jarige ziekenhuisverzorg(st)er die na een loopbaan van 36 jaar het zware hef- en tilwerk niet meer kan opbrengen en wat met de havenarbeider die na 39 jaar labeur in weer en wind fysiek op is? De pensioenhervorming van de regering Di Rupo-Vanackere biedt weinig soelaas voor hen. Een meer fundamentele discussie over belastend werk ontbreekt.

3. Levensverwachting als objectief criterium?

Is het dan een oplossing om te streven naar een afgebakende lijst met zware beroepen voor wie uitzonderingen mogelijk zijn, zowel als zelfstandige, werknemer of ambtenaar? Een lijst van zware beroepen is geen sinecure: want wat is zwaar werk en wat is het niet? In principe gaat het over zowel fysiek als psychisch belastende beroepen die resulteren in: 1)een verslechterde gezondheid (eventueel pas op langere termijn) 2) moeilijkheden om dezelfde job in hetzelfde beroep te blijven uitoefenen 3) productiviteitsverlies door beroepsgerelateerde ziekte of handicap en 4)vroegtijdige sterfte. In de uitwerking echter, bijten onderhandelaars zich keer op keer stuk op deze vraag. Het lijkt onvermijdelijk een emotioneel zwaar beladen discussie. Lobbying en procedureslagen om de lijst met zware beroepen in deze of gene zijde te beïnvloeden zijn haast onvermijdelijk. In Nederland bijvoorbeeld probeerde men in de aanloop van het Pensioenakkoord initieel een flankerend beleid uit te werken met een regeling voor de zware beroepen. Uiteindelijk werd dit achterwege gelaten vanwege onuitvoerbaar, en werd de pensioenleeftijd lineair opgetrokken tot 67 jaar.

Groen is dan ook benieuwd hoe de regering het concept ”zwaar beroep” in de openbare sector zal invullen, maar doet de volgende suggestie. ”We zien mogelijkheden die tot op vandaag te weinig onderzocht werden,” aldus Wouter De Vriendt. Eén van de meest tegen de borst stuitende onrechtvaardigheden in onze huidige maatschappij, zijn de grote verschillen in levensverwachting, onder meer tussen beroepsgroepen. Bovendien schuilt hier een zeer grote onrechtvaardigheid in het huidige pensioensysteem. Want wie jarenlang in een zwaar beroep heeft gewerkt en daardoor vroegtijdig sterft, zal in totaal veel minder pensioen trekken dan anderen. Puur verzekeringsmatig is er dus een grond om te stellen dat deze personen recht zouden hebben op een vervroegd pensioen (niet te rekenen in pensioenleeftijd, maar in aantal gewerkte jaren zie volgend voorstel).

De levensverwachting is een objectief vast te stellen criterium dat moeilijke onderhandelingen in grote mate kan vermijden. Inspiratie kan gezocht worden bij andere types verzekeringen die ook levensverwachting per risicoprofiel hanteren”, zegt Wouter De Vriendt. Voor de toekenning van ons huidig pensioen houden de sociale zekerheidsinstellingen al gegevens over onze loopbaan bij. Wanneer deze databanken verder aangevuld en versterkt worden, is een wetenschappelijk gefundeerde analyse van de levensverwachting voor verschillende beroepsgroepen enkel nog een kwestie van politieke wil.

4. Schaf de vaste pensioenleeftijd af en reken enkel nog met gewerkte jaren

Een flexibele pensioenleeftijd komt tegemoet aan de problematiek van de zware beroepen. Groen stelt daarom voor om de vaste pensioenleeftijd af te schaffen. ”Enkel het aantal gewerkte jaren moeten tellen”, vindt Wouter De Vriendt. ”Dat is het eerlijkste. In het huidige systeem kan de universitair geschoolde bediende die op zijn 22ste begon te werken na 40 jaar met vervroegd pensioen, maar de bouwvakker die op zijn 16de begon pas na 44 jaar. Dat is niet logisch.”
Dit is wel degelijk belangrijk, want in de generatie geboren vóór 1960 begon nog een kwart van de beroepsbevolking tussen de leeftijd van 16 en 18 te werken. Bovendien beginnen vooral de laagst opgeleiden -die ook in de zware beroepen terechtkomen- het vroegst te werken: 51% van de laagopgeleiden begon tussen 16 en 18 aan de loopbaan, terwijl dit slechts 2% van de hoogst opgeleiden was. Een vaste pensioenleeftijd is daarom erg onrechtvaardig, en treft disproportioneel de mensen in zware beroepen.

5. Langer werken werkbaar maken

Ten slotte moet er ook voldoende aandacht zijn voor het werkbaar maken van het werk zelf. Hier kan het sociale overleg een heel belangrijke rol spelen en kan onder meer ingezet worden op het versterken van de multifunctionele inzetbaarheid van werkenden (via opleiding en training), aan de ondersteuning en begeleiding van personen die vanuit een zwaar beroep naar een lichtere functie of job willen doorschuiven, aan de beschikbaarheid van dergelijke job (bijvoorbeeld mentorbanen) en aan stelsels die de geleidelijke afbouw van de loopbaan mogelijk maken (deeltijds pensioen en landingsbanen). ”Vanuit die optiek is het onverklaarbaar dat tijdskrediet, loopbaanonderbreking en landingsbanen net worden afgebouwd en minder mee tellen voor de pensioenberekening dan voorheen. Immers, enkel een meer gespreide arbeidsloopbaan kan langer werken in de praktijk doenbaar maken”, vindt Wouter De Vriendt. Zeker op het einde van de loopbaan is een werkbare job cruciaal om aan de slag te blijven.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK