18 mei 2016

Groen wil omwonenden laten meegenieten van windmolens

Groen komt met een eigen plan om het draagvlak voor windmolens in Vlaanderen te vergroten. Als je de omwonenden rechtstreeks laat profiteren van de voordelen die windmolens opleveren, zal er minder protest rijzen, is het idee. Vlaams parlementslid Johan Danen legt het idee neer in een voorstel van decreet in het Vlaams Parlement.

Er werden vorig jaar 68 windmolens geplaatst in Vlaanderen en tegen nagenoeg elke turbine werd beroep aangetekend, was vorige week te horen bij Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege. “Om het aandeel van windenergie in de totale elektriciteitsproductie te verhogen, moet de overheid het draagvlak bij omwonenden verhogen. Betrek zoveel mogelijk mensen bij de geplande projecten en laat hen ook delen in de financiële baten", zegt Vlaams parlementslid Johan Danen.

Burgers moeten via het aandeelhouderschap in een energiecoöperatie mede-eigenaar kunnen worden van windturbines waarvan ze ook de stroom kunnen afnemen. "Wanneer een coöperatieve windturbine stroom kan leveren voor bijvoorbeeld 1.500 gezinnen, dan moet het ook de bedoeling zijn om hierbij 1.500 gezinnen te betrekken, te beginnen in de directe omgeving van het project. Dan worden ook de baten van het project gelijkmatig verdeeld en kan met de meerwaarde een lokale werking rond energietransitie opgestart worden."

We zien dat veel projecten voor windmolens zich vastrijden in procedureslagen. Joke Schauvliege gaf vorige week zelfs toe dat bijna elke windmolen in een procedure vastzit. Daar is een oplossing voor: als je de mensen van bij het begin betrekt, en hen ook financieel mee laat genieten van de voordelen, kan je veel makkelijker steun krijgen”, legt Groen-parlementslid Johan Danen uit.

Met dit fast-lanedecreet willen we de nieuwe energieminister een voorzet geven. “Een snelle procedure, een fast lane, om extra windenergie te voorzien, is absoluut nodig om de ambities voor hernieuwbare energie te halen”, legt Johan Danen uit.

Klimaatdoelstellingen

Bij de klimaattop in Parijs vorig jaar gaf Vlaams minister-president Geert Bourgeois aan dat hij gaat voor meer windturbines op land in Vlaanderen. Zo wil hij er mee voor zorgen dat Vlaanderen de aangescherpte doelstellingen op vlak van hernieuwbare energie haalt (10,5%). In 2014 haalde Vlaanderen 5,7%. De minister-president wil het aantal windturbines in Vlaanderen laten stijgen tot 500, of zelfs 600 windturbines. Eind 2015 staan er volgens de Vlaamse Wind Energie Associatie in Vlaanderen 386 windturbines, een geïnstalleerd vermogen van 814.9 MW, voldoende om zowat 490.000 gezinnen te voorzien van groene stroom[1].

Daarvan zijn volgens de Vlaamse federatie van burgercoöperaties voor hernieuwbare energie REScoop Vlaanderen slechts 16 coöperatieve windturbines. Dat staat voor 4,1% van de windturbines in Vlaanderen, met een geïnstalleerd vermogen van 34 MW, waarmee zowat 45.000 gezinnen voorzien worden van coöperatieve groene stroom. Het aantal commerciële windturbines stijgt merkelijk sneller dan het aantal coöperatieve windturbines, wat een invloed heeft op het draagvlak bij de bevolking.

“Om de versnelling in windenergie te doen, is het nodig om het draagvlak bij omwonenden en bij de bevolking te vergroten. Betrek zoveel mogelijk bij de geplande projecten en laat hen ook delen in de financiële baten. Geef aan goede informatie, antwoord op terechte vragen, relativeer bepaalde aspecten en neem onnodige bezorgdheid weg, zegt Danen.

Participatie betekent ten eerste er in samenwerking met de lokale overheden inspraak georganiseerd wordt tijdens het plannings en vergunningstraject.

Bij rechtstreekse participatie kunnen burgers via het aandeelhouderschap in een energiecoöperatie mede-eigenaar worden van windturbines waarvan ze ook de diensten (stroomlevering) kunnen afnemen. Van belang is dat de deelnemende burgers hun coöperatie controleren op een democratische wijze en dat de coöperatie openstaat voor iedereen. Wanneer een coöperatieve windturbine stroom kan leveren voor bijvoorbeeld 1500 gezinnen, dan moet het ook de bedoeling zijn om hierbij 1500 gezinnen te betrekken, te beginnen in de directe omgeving van het project. Dan worden ook de baten van het project gelijkmatig verdeeld en kan met de meerwaarde van het project een lokale werking rond energietransitie opgestart worden.

Windenergie verzandt dikwijls in procedures

Tijdens de commissiezitting van 13 januari 2016, kaartte Johan Danen de problematiek aan van de windturbines die zowel een bouw- als milieuvergunning hebben, maar die simpelweg – om wat voor reden dan ook – niet gebouwd worden. Minister Schauvliege gaf toen aan dat ‘wij allemaal vinden dat het niet kan’, maar verder gebeurde er niets. Een bijkomend probleem is dat deze gronden meestal gecontracteerd zijn, ook na het verlopen van de vergunningen. Op 10 mei gaf de minister zelfs toe dat bijna elke windmolen in een procedure vastzit.

Hoe mensen warm maken voor windenergie

Uit onderzoek blijkt dat de steun van omwonenden voor windenergieprojecten groter is dan gedacht. Dat bleek bijv. uit een onderzoek van de Hogeschool West- Vlaanderen te Brugge (HOWEST). Vier studenten van deze hogeschool ondervroegen 800 mensen over wat ze denken van de windmolens in hun woonbuurt. Ze gingen daarvoor naar Izegem, Ieper, Kortrijk en Brugge. Maar liefst 60 procent van de omwonenden is voorstander. Eens de turbines effectief zijn geplaatst, neemt dat nog toe met bijna 10 procent. Overigens, bij de Vlaamse milieu-inspectie meldt men dat men bijzonder weinig klachten binnenkrijgt eens windturbines geïnstalleerd zijn. Ruimer opgezette studies in opdracht van de Franse en de Waalse overheid in het verleden kwamen tot soortgelijke bevindingen[2].

Het Waals Gewest gaf ooit een sterke brochure uit met een overzicht van alle geruchten en vooroordelen rond windenergie en de argumenten die daartegen ingebracht kunnen worden[3].

Windrechten

De opstellers van dit decreet gaan er van uit dat eigenaars van gronden geschikt voor het opstellen van windturbines, wel hun grond kunnen verpachten, maar in feite de windkracht zelf niet kunnen verkopen. Wind is een “gemeen goed” en behoort niet toe aan de toevallige grondbezitter. Temeer daar het windpotentieel dat geoogst wordt alsook de impact van een windproject zich uitstrekt over een veel groter gebied. Het is volgens de indieners van dit decreet aan de overheid om windrechten toe te kennen, zodat de windkracht op elke geschikte locatie ten volle benut wordt.

Het toekennen van wat in feodale tijden “windrechten” genoemd werd, komt in onze moderne tijd dus niet toe aan de toevallige grondeigenaar, maar aan de overheid en de gemeenschap. Bij de toekenning van windrechten geldt niet het aloude molenaarsprincipe ‘wie eerst komt, eerst maalt’. In een tendering procedure kunnen concurrerende voorstellen voor dezelfde zone ingediend worden. Het moet de bedoeling zijn dat het beste voorstel het recht krijgt om de wind te oogsten.

Op deze wijze kan ingegaan worden tegen de ontsporing die nu wordt vastgesteld op het terrein door de zogenaamde ‘windrush’[4], waarbij projectontwikkelaars tegen mekaar opbieden om opstalrechten voor geschikte gronden te verwerven. Geschikte locaties zijn immers schaars, en worden hoe langer hoe schaarser. In sommige contracten zouden volgens de vereniging van hernieuwbare energie – coöperatieven Rescoop pachtvergoedingen tot 30.000 €/jaar geboden worden. Een recht van opstal van max. 5.000 € per jaar zou een veel redelijker vergoeding zijn[5]. 5000€ is ook het bedrag dat het VEA opneemt in haar OT-berekening ter bepaling van de waarde van de GSC ter ondersteuning van windturbines op land. Deze rush ging ten koste van het draagvlak bij omwonenden voor dergelijke projecten. Want de kwaliteit van het project kwam dikwijls maar op de laatste plaats. Voor de indieners van dit decreet dient de windoogst (de opbrengst van de uitbating van de windturbine(s), op een eerlijke manier verdeeld worden onder grondeigenaars, maar ook onder omwonenden en gebruikers die participeren in het windenergieproject. En een deel van de opbrengst kan ook gaan naar een omgevings- of landschapsfonds om milderende maatregelen te betalen of aan landschapsontwikkeling te doen.

Vanuit een visie op windkracht als gemeen goed, is het immers logisch dat aan omwonenden/burgers een principieel recht verleend wordt om rechtstreeks te participeren in het windproject. Zodat de windbaten ook lokaal verdeeld worden. Projectontwikkelaars kunnen plannen indienen waarin ze een zo groot mogelijke participatie van omwonenden en/of gebruikers kunnen voorstellen. Dat kan gaan tot 50% van de eigendomsaandelen. In Wallonië specifieert het cadre de référence dat elk nieuw windproject voor 49,9% opengesteld moet worden voor participatie van de bevolking (24,9%) en de gemeente (24,9%). In Oost-Vlaanderen deed men het voorstel om per windpark 20% open te stellen voor rechtstreekse participatie[6]. Geert Bourgeois, toen nog minister bevoegd voor Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur, schorste echter dit besluit.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK