14 sep 2013

Heimwee naar de verzuiling, of toch niet?

Pleidooi voor de erkenning van het nieuwe verenigingsleven

Ik zal het eerlijk bekennen: ik ben, of was (?) een stevige tegenstander van de verzuiling. Omdat de verzuiling mensen die niet vanuit een welbepaalde cocon ontbolsterden, moeizaam of geen kans kregen om te bloeien. Talent, inzet, werkkracht, het was in ons landje minder belangrijk dan je herkomst. De scholen, ziekenhuizen, sociaal-culturele verenigingen tot en met de klassieke politieke partijen rekruteerden hun dienaren uit de eigen zuil. Wie zich daar niet in wilde inpassen, kwam niet echt aan de bak.
Dat is uiteraard een beeld dat ik heb geërfd uit de vorige eeuw. Het is slechts gedeeltelijk geldig, vooral omdat de kiezer, middels de democratie, zich langzaam afkeerde van de traditionele zuilen, en hun bovenbouw, hun timpaan, de traditionele politieke partijen. Op dit anachronisme kom ik straks nog terug. Met evenveel stelligheid heeft de geschiedenis geconcludeerd dat precies diezelfde verzuilde organisaties, vooral deze waarin vrijwilligers een belangrijke rol speelden, uitermate belangrijk emanciperende effecten heeft gehad op de welvaart van de betrokkenen, het onderwijsniveau en het algemeen welbehagen van die groepen in de samenleving die in diezelfde vorige eeuw niet onder de markt hadden. Belangrijk was de participatie van mensen uit die (doel)groepen. Het resultaat mag er zijn: de lower classes uit de lange twintigste eeuw zijn naar het einde van die eeuw 'opgeklommen' en zijn middenklassers geworden. Arbeiders, landbouwers, … mannen én vrouwen. Niemand durft in twijfel trekken dat hun emancipatie versterkt werd door de 'samen'ontwikkeling onder gelijken.
Sinds de jaren '60, niet toevallig de meest welvarende periode uit onze geschiedenis, werden nieuwe groepen gevormd rond nieuwe thema's. Ze hadden als gemeenschappelijk kenmerken dat ze vooral kritisch waren over de al te materialistische benadering van het 'goede' leven, voor de ouderwetse heersende moraal van toen - streng katholiek doch niet meer aangepast aan de postmoderne samenleving - en voor de afgesleten genderrollen. Dierenrechten, seksualiteit, euthanasie, milieubescherming, integratie van nieuwkomers, het zijn slechts de bekendste voorbeelden van deze brede beweging. Ik noem ze verder in dit stuk 'nieuwe thema's'.

Verzuiling: omknelling
En ja, het onvermijdelijke geschiedde. De geëmancipeerde burgers voelden de cocon waarin ze thuis waren als een beklemmend slakkenhuis dat hun vrijheid inperkte. Vrijheid is in de vorige zin trouwens het belangrijkste woord. Meer vrijheid, meer keuzemogelijkheden, meer ruimte voor eigen initiatief … en dus minder groepsgerichte vrijetijdsbesteding, geen dwingend lidmaatschap, minder vrijwilligerswerk waren het lot van veel verenigingen. Het is een anachronisme van de geschiedenis: de verzuilde verenigingen hebben door hun emancipatorisch werk ervoor gezorgd dat ze grotendeels zelf overbodig, of minstens minder belangrijk zijn geworden. Langzaam maar zeker keerden veel mensen zich af, of kozen voor een zwakkere binding met hun originele zuil. Ze blijven er vaak deel van uitmaken, uit utilitaire overwegingen, uit gemakzucht of om professionele redenen. Vooral de totaalaanpak van de oude verenigingen voelde beklemmend aan. Wie engageert zich nog een leven lang in een vereniging die rond zoveel thema's werkt?

Nieuwe lower class
De lower class uit de vorige eeuw is geëmancipeerd. De problemen zijn dus opgelost? Helaas is dat niet zo. Terwijl vele groepen opklommen op de maatschappelijke ladder, is er haast op een haast onzichtbare wijze een nieuwe lage klasse ontstaan. Onder de brede noemer die 'armoede' is, kan je vandaag zowat 15% van onze bevolking situeren. Dat is dus een grote groep. Gekenmerkt door factoren als laaggeschooldheid, langdurige werkloosheid, of in de hand gewerkt door ziekte, handicap of gezinsproblemen, is er een nieuwe onderlaag gegroeid.
De oude verenigingen kunnen de leden ervan maar moeilijk bereiken, wat logisch is gezien hun geschiedenis. Hun leden voelen zich trouwens maar weinig verwant met die nieuwe groepen. Die zijn cultureel zeer gekleurd. Homogeen zijn die groepen zeker niet.
Daarin werken de oude filosofische breuklijnen niet meer. Ontstaan er dan geen verenigingen of zelforganisaties in de schoot van die groepen zelf? Jazeker, er zijn tal van etnisch-culturele zelforganisaties opgericht, geëngageerde burgers richten integratieprojecten en -centra op, bewonersgroepen zijn de drijvende krachten achter buurtwerk en samenlevingsopbouw, personen in armoede richten verenigingen op … Ik vrees echter dat ze een beperkt publiek bereiken.

De oude schema's van de overheid
En hoe gaan overheden hiermee om? Waarderend en stimulerend? Of afremmend? Ik vrees dat de aanpak van de overheid een en ander in negatieve zin activeert. Een eerlijke ondersteuning via bijv. subsidies of infrastructuur is soms aanwezig, maar die is wel zeer beperkt. En de regels die de overheid - hier worden de verschillende overheden bedoeld - oplegt zijn niet aangepast aan de nieuwe praktijken. De overheid gaat specialistisch en verkokerd te werk. Een voorbeeld: wie subsidie krijgt vanuit de middelen van het cultuurbeleid, kan niet werken rond huiswerkbegeleiding of sport, want dat past niet in het culturele vakje. Het is in andere sectoren niet anders. Men vergeet ook in Vlaanderen de subsidiëring nog te veel is geënt op een landelijk georganiseerd verenigingsleven, terwijl de verstedelijking fors is toegenomen. En de voorwaarden en criteria die gehanteerd worden zijn onvoldoende cultuurneutraal.
Terug naar Vlaanderen. Als verenigingen zich rond hun religie formeren - ik bedoel voornamelijk de islam - vallen ze uit de boot. Te vreemd of te afwijkend? Moskeeën en moskeeverenigingen - gelijken die niet op de katholieke verenigingen van 'toen'? - worden met mondjesmaat erkend. Omdat ze niet passen in de postverzuilde samenleving? Het is maar een voorbeeld ….

Liever zelf inspraak organiseren
Ik raakte tot nu één dimensie van de verenigingen niet aan, namelijk dat ze ook als spreekbuis, als megafoon functioneren voor hun leden en deelnemers. Ze versterken meningen en standpunten en roepen op om problemen aan te pakken. Bij de verzuilde verenigingen heeft de zwakke binding met hun zuil de wattage van de megafoon ver onder de geluidsnormen geduwd. Eigenlijk is dit een onwaarschijnlijke paradox in een tijd waarin boekenkasten vol worden geschreven over democratie, burgerparticipatie enz. Merken we niet dat de overheid er alles aan doet om te tonen dat ze wel degelijk haar oor te luisteren legt? Vreemd genoeg doet ze dat meestal niet bij burgergroepen, bij de mensen zelf. Nee, de overheden op alle niveaus, gemeenten, provincies, de deelstaten enz. organiseren de participatie steeds meer zelf. Eén ding valt hierbij sterk op: de burger wordt als individu aangesproken, in het beste geval als 'burger' of als 'consument' van publieke diensten, niet als deel van een groep of van groepen.

Middenveld inpikken?
In het verlengde van deze beweging doet zich een nog veel schrikbarender fenomeen voor. In ruil voor centen moeten bepaalde opdrachten worden uitgevoerd. Weg met de gedachte dat verenigingen hun 'ding' moeten doen, en dus zelf bepalen rond welke inhouden ze werken, zonder bemoeienis van de overheid. De mooie traditie in het jeugdwerk en het sociaal-cultureel werk dat de overheid zich niet inmengt met de inhoudelijke aspecten van de werking, maar financiert op basis van een intrinsieke meerwaarde voor de samenleving, verdwijnt langzaam maar zeker uit beeld. Een open samenleving met een dito democratie subsidieert organisaties die zich kritisch uitlaten over de overheid waar ze geld van krijgt. Zo hoort het. De evolutie gaat in een andere richting: veel verenigingen worden niet alleen met dalende subsidies geconfronteerd, maar krijgen een pak verplichtingen opgelegd. Kijk naar de natuur- en milieubeweging, naar de integratiesector enz. Ze worden utilitair ingezet, in functie van overheidsdoelen. Anders geformuleerd: de overheid wil bepalen hoe het middenveld er moet uitzien en hoe het moet werken.
Het nec plus ultra is de inkapseling, of in de overtreffende trap de nationalisering van delen van het middenveld en hun verenigingen. Daarin dreigen bijv. de armoedeverenigingen, de participatieorganisaties voor personen met een handicap, en zelfs de samenlevingsopbouw terecht te komen. Het strafste voorbeeld is de reorganisatie van de integratiesector. Die is gegroeid uit de civiele samenleving en ondersteund door overheden. Maar nu nationaliseert de Vlaamse overheid deze sector boudweg. Onder de mom van meer efficiëntie en minder versnippering. Is het een operatie die bedoeld is om een bepaalde visie op integratie en inburgering door te duwen, waarbij kritische pottenkijkers niet gewenst zijn? Vreemd genoeg wordt deze evolutie door twee traditionele politieke partijen die deel uitmaken van de Vlaamse regering, ondersteund. Maar ja, het gaat hier niet om organisaties uit hun zuil. Mochten dat wel het geval zijn geweest, je had het horen donderen in Brussel.

Het is een bizarre evolutie. De overheid moet afslanken en minder zelf doen, zich concentreren op haar kerntaken, zo lezen we het dagelijks in interviews met invloedrijke politici en verlichte geesten uit zelfverklaarde expertengroepen. En dus privatiseert de overheid deels basisvoorzieningen zoals spoorwegen, energievoorziening enz. Maar het accapareert tegelijk andere sectoren. De verklaring gaf ik eerder: het gaat om waardegeladen werkterreinen. Daar zit de angel. Sommigen vinden het middenveld effenaf overbodig.

Ruimte maken voor de nieuwe initiatieven
En dus zou een mens krijgen naar de oude verzuiling. Al is die uitspraak niet vrij van enige ironie. In de oude tijden van de verzuiling wisten we tenminste nog waar we aan toe waren. Die verzuiling afbouwen was een sterke drijfveer van geëngageerde mensen, die die zagen als een voorwaarde voor een verdere emancipatie van de 'burgers'.
Een halve eeuw na de opkomst van de nieuwe sociale bewegingen, beken ik dat ik, net als heel veel andere nieuwlichters, een en ander verkeerd heb ingeschat. De verzuiling is teruggedrongen, maar wat er in de plaats is gekomen, is fragiel en instabiel. Dat is geen verwijt, maar een vaststelling. Terugkeren naar de tijd van de oude verenigingen is een illusie. Wat kan er dan wel nog? Er zijn ook en vele positieve ontwikkelingen. Na vele jaren van platte stigmatisering, is de trein op verschillende plaatsen wel vertrokken. Alleen is het weinig zichtbaar. Vandaar een stevig pleidooi voor de grassroots.
Enerzijds moet ruimte gemaakt worden voor initiatieven die vertrekken vanuit een gedeelde identiteit of een culturele gemeenschap. Koesteren van identiteit. Anderzijds moeten we inzetten op gedeelde ruimtes, bruggen waar mensen elkaar tegenkomen. Daarvoor moeten we de gekende kaders achter ons laten, en zoeken naar nieuwe hybride vormen. De Zinneke parade in Brussel en de Reuzenstoet in Borgerhout bewijzen dat cultuur een zeer krachtige hefboom is in deze zoektocht. Als we ons niet kunnen uitdrukken, kunnen we niet communiceren. We moeten plaatsen creëren waar we samen nadenken om de buurt, de stad, de regio, het land te bedenken. Om verandering mogelijk te maken moeten burgers meer gefaciliteerd worden om zich te kunnen moeien: verder experimenteren met vormen met medebeheer en participatie.
En de overheid? Die moet ondersteuning bieden, niet alleen materieel of in centen maar ook moreel, aan elke vorm van zelforganisatie en verenigingsleven in welke vorm of met welke methode ze ook werken, in werkingen van korte of langdurige aard. Er zijn heus genoeg mensen die het heft zelf in handen nemen. Het komt erop aan hen niet te ont- maar aan te moedigen. Of het nu gaat om voedselbanken, burgerjournalistiek, etnisch-culturele werkingen, moskeeverenigingen, buurtcomités, verenigingen tegen armoede, voedselteams of wat dan ook. En stoppen met het verkokeren van ondersteuningsmechanismes en het uitrollen van inhoudelijke voorwaarden. Dat geldt op alle overheidsniveaus.

En toch is de verzuiling niet weg...
Tot slot. De verzuiling heeft natuurlijk ook een aantal kwalijke neveneffecten veroorzaakt. En, de verzuiling is niet verdwenen. Ze is meer dan ooit een factor van machtsvorming. Kijk maar aan de wijze waarop de gezondheidszorg of het onderwijs is gestructureerd en wie instaat voor de uitbating, de werking, de invulling. En wie financiert. Indertijd maakten de 'inrichtende machten' deel uit van het middenveld, via hun zuilen. Maar vandaag is dat geen middenveld meer, het heeft de verbinding tussen de leiding en de leden verloren. Middenveld bestaat alleen als er voor en achter ook spelers zijn. Het gaat nu vooral om 'macht'. En dan worden de deuren angstvallig gesloten gehouden. Een voorbeeld? Ik ben nooit gevraagd om lid te worden van een bestuur van een filosofisch geïnspireerde voorziening of een inrichtende macht van een school. Nochtans, ik heb enige politieke invloed en wil me graag inzetten voor de 'goede zaak'.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK