29 jun 2010

Internationaal Cultuurbeleid: het ondergeschoven kind van Schauvliege

Hoe zou het gesteld zijn met ons internationaal cultuurbeleid? Ik probeer al een tijdje inzicht te krijgen in de intenties van de minister, maar het is niet eenvoudig. Een schriftelijke vraag naar de invulling van de allocaties en de vergelijking met vorig jaar bracht enig inzicht. Ik vulde het aan met een mondelinge vraag aan minister Schauvliege, in de commissie Cultuur, al was haar antwoord niet bepaald geruststellend, laat staan volledig.Het leerde vooral dat de internationale kredieten voor cultuur drastisch gedaald zijn in 2010. Met niet minder dan 42,9 procent. In 2009 was er een totaal budget hiervoor van 6.153.345 euro, in 2010 na begrotingscontrole en blokkeringen nog 3.511.440 euro. Vooral die blokkeringen die de minister vorige week besliste, duwen de cijfers nog sterk naar onderen.

Tot vorige week ontbrak precieze informatie over de gevolgen van de besparingen, over de motieven van de minister enz. Op geen enkel moment zijn de inhoudelijke opties en keuzes duidelijk gemaakt. Het was dan ook gissen wat de minister in de praktijk van plan is. Nu zijn er concrete cijfers en die tonen het drastische karakter van de ingreep nog sterker.
De blokkeringen in het internationaal cultuurbeleid zijn goed voor een bedrag van 1.122.000 euro, en dat op een origineel budget voor 2010 van 4.633.440 euro. Er gaat dus nog eens een kwart van af.
De minister heeft in feite de nog beschikbare middelen van de begrotingskredieten voor 2010 geblokkeerd, zeg maar geschrapt.
Als we dat in detail bekijken merken we enkele grote tendenzen.
Vooral de kunstensector wordt hard getroffen. De middelen worden gehalveerd. Zo zullen er velen de tegemoetkomingen in reis- en verblijfkosten voor de rest van het jaar geschrapt zien. De internationale kunstprojecten die nog geen aanvraag deden, bijv. zij die de tweede helft van het jaar gepland zijn, mogen het vergeten.
Het beleid inzake werkplaatsen en residenties zou volgens de minister uitgaan van continuïteit. De contracten en overeenkomsten worden opgevolgd. Of dit kan met dit gehalveerde krediet is hoogst twijfelachtig. Het is wel zo dat er in de Rijksakademie in Amsterdam en Jan Van Eyck Academie in Maastricht minder Vlaamse kandidaten zijn uitgenodigd.
Wat met de bilaterale samenwerkingsprojecten? Het 3-jarige transversale samenwerkingsproject met Zuid-Afrika werd opgestart en loopt in 2010 af. Met de Zuid-Afrikaanse partners is overeengekomen dat de uitgangspunten van deze samenwerking worden geëvalueerd en dat er een herijking komt met nieuwe accenten. Ook de samenwerking met Nederland wordt geëvalueerd. De minister wil samen met de nieuwe Nederlandse collega tot een nieuwe dynamische invulling van de samenwerking komen. Wat dat ook moge betekenen. Er blijft haast niks over, immers voor bilaterale werking is het bedrag gedaald van 803.500 naar 125.025 euro. Daarmee kunnen nog kleinere projecten worden gesteund, maar niks fundamenteels.
De overeenkomst met Bozar bepaalt dat de Vlaamse Gemeenschap voor 1 miljoen euro investeert in bepaalde projecten die in of door Bozar worden geprogrammeerd. Bozar is en blijft inderdaad één van de belangrijkste presentatieplekken in ons land en heeft ook een grote internationale uitstraling. De uitvoering van de overeenkomst wordt dus gerespecteerd en dat is goed.
De minister heeft bij de begrotingscontrole de afzonderlijke allocaties voor de samenwerking met de Franse Gemeenschap samengevoegd met andere posten. Een deel daarvan gaat naar Bozar, maar het andere krediet verdwijnt in de pot en wordt zeker niet meer besteed aan de samenwerking met onze Franse Gemeenschap. Jammer, zeker in deze tijd. De minister verklaarde dat zij i.f.v. een cultureel akkoord met de Franse Gemeenschap al verschillende formele en informele contacten heeft gehad met minister Laanan. Er is blijkbaar een bereidheid geuit om constructief verder te overleggen en te komen tot een culturele samenwerking tussen de gemeenschappen. We kijker er naar uit.
De middelen voor pop en rockmuziek, bedoeld voor internationale tours e.d. worden opgesoupeerd voor andere doelen. Of liever geblokkeerd. Het krediet daalt van 300.000 euro in 2009, naar 85.000 euro. Het door de vorige ministers aangezette beleid wordt langzaam versmacht.
Het is duidelijk dat de besparingen vooral de kunstensector treffen. Waarom toch? Als er iets is waarmee Vlaanderen internationaal renommee heeft, is het met zijn hedendaagse en historische kunst. Vlaanderen is in de wereld bekend omwille van zijn kunstenaars: van de Vlaamse primitieven tot de hedendaagse dans.
De besparingen zijn daarenboven zeer fors. Ze zijn veel harder en dieper dan in de andere middelen voor cultuur. Dat betreur ik uiteraard, want er waren al veel noden.
Ik wil eerst teruggrijpen naar de Beleidsnota van de minister. De intenties van de Beleidsnota staan haaks op het reëel gevoerde beleid. De zesde strategische doelstelling is 'Internationaal cultuurbeleid versterken'. Dit hoofdstuk bevat duidelijke ambities.
De minister wil een internationaal sectorbeleid voeren dat op een gediversifieerde manier ondersteuning biedt aan de internationale mobiliteit van de culturele actoren. Internationale projecten en uitwisselingen zorgen immers voor een constante kwaliteitsverbetering, innovatie en gezonde benchmarking. Met zowel punctuele, projectmatige als structurele middelen wil ze kansen creëren voor de culturele actoren (kunstenaars, organisaties, collecties, culturele werkers…) om zichzelf te ontplooien en actief bij te dragen tot de internationale zichtbaarheid en uitstraling van Vlaanderen. Klinkt mooi, maar is dus theorie, in werkelijkheid een leugen.
Op mijn vraag welke dan haar prioriteiten zijn voor 2010 verwees ze naar haar beleidsnota. Tja, die staat haaks op het gevoerde beleid. Hoe kan een minister daarmee wegkomen? Zijn er geen kritische stemmen binnen de meerderheid? En moet de brede cultuurwereld dat zomaar slikken?

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK