20 jul 2011

Kinderen willen spelen

Het hoort bij de vaste zomerthema’s: een vrederechter die een kinderopvang sluit wegens de overlast van het lawaai van spelende kinderen. Deze keer is het in Brugge, maar het kon net zo goed in Genk zijn of in Oudenaarde. Kinderen krijgen alsmaar minder ruimte – letterlijk - in de samenleving, en dat heeft grote gevolgen voor hun welzijn. Getuige daarvan is de steeds groter wordende instroom in de jeugdzorg.

De onverdraagzaamheid tegen ‘kinderlawaai’ groeit. Iemand die twintig jaar geleden naar de vrederechter stapte met een dergelijke klacht zou niet gehoord worden, en kreeg al helemaal geen gelijk. Vandaag wel. Heel wat buren reageren verontwaardigd op de sluiting: spelende kinderen, heet dat ook al lawaai? Maar voorlopig halen de klagers hun slag thuis.

CD&V ministers kunnen maar willen niet opkomen voor onze kinderen

In Duitsland en ook in Nederland heeft de overheid het probleem van de klagende buren aangepakt en de wet aangepast. Spelende kinderen kunnen daar niet meer misbruikt worden als reden om een klacht in te dienen wegens lawaaihinder. In ons eigen Vlaanderen wil dat maar niet lukken niet. In 2005 stelde ik een eerste maal een vraag aan toenmalig CD&V-minister voor Leefmilieu Hilde Crevits. Zij verwees me door naar haar collega voor Welzijn en Gezin, toen nog Inge Vervotte, ook CD&V. Die vroeg prompt een advies aan Kind en Gezin waar verder niets mee gebeurde.

Ondertussen werd in Nederland de wetgeving gewijzigd en werd Joke Schauvliege leefmilieuminister voor CD&V. Een aanpassing van de VLAREM- normen biedt volgens minister Schauvliege geen soelaas en dus hanteert ze de oude truc: ”Het is niet mijn bevoegdheid. Het Burgerlijk Wetboek moet daarvoor aangepast worden en dus is federaal collega CD&V justitieminister Stefaan De Clerck aan zet”. Die verwijst door naar de lokale besturen. De gezins- en kindvriendelijke partij die CD&V wil zijn heeft alle ministerposten in handen die er toe doen maar slaagt er niet in om te realiseren wat in Nederland en Duitsland wel kan: een sluitende regeling zodat kinderen ongestoord buiten kunnen spelen.

Veel rechten maar geen speelruimte

De klachten tegen spelende kinderen zijn symptomatisch voor een veel ruimer probleem. Nog nooit hadden kinderen zo veel rechten, maar nog nooit kregen ze zo weinig ruimte om kind te zijn. Onderzoek leert dat kinderen tussen 6 en 12 jaar ruim 52% van hun verplaatsingen doen op de achterbank van de auto. De actieradius van kinderen werd tussen 1971 en 1990 al gereduceerd met een factor 9. De afgelopen 20 jaar is die bewegingsvrijheid alleen maar verder beperkt.

Recent legde de commissie Jeugdzorg in het Vlaams Parlement haar conclusies neer. De commissie zocht één jaar lang naar het antwoord op de vraag hoe het komt dat steeds meer kinderen in de jeugdzorg en de jeugdpsychiatrie terecht komen. Ze hoorde hierover niet minder dan 52 wetenschappers, experts en mensen op het terrein. Iedereen was het erover eens dat opvoeden anno 2011 een enorme druk met zich meebrengt. Als een kind op straat wordt overreden, dan is dat de fout van de opvoeder. Kinderen horen immers niet op straat. Als een kind lastig of druk is, dan komt dit door een foute aanpak van de opvoeder.

Ouders vragen zich permanent af of ze het wel goed doen. Als een kind toch nog druk of onhandelbaar is, breekt er paniek uit en gaan de ouders professionele hulp zoeken. Als je kind dan het etiket ‘ADHD’ opgeplakt krijgt, is dat vaak een opluchting: oef, het ligt niet aan mij, het is het kind dat moeilijk is.

Rilatine of ravotten?

Het aantal kinderen dat vandaag Rilatine neemt, is intussen verduizendvoudigd. Ontluisterend zijn de eerste resultaten van een onderzoek dat het Kinderrechtencommissariaat momenteel voert en waarbij aan kinderen gevraagd wordt wanneer en hoe vaak ze Rilatine nemen. Sommige kinderen vertellen dat ze geen Rilatine nemen als ze gaan sporten of als ze naar de muziekschool gaan, omdat ze dan minder goed presteren. Zouden we die kinderen dan niet liever alle dagen laten sporten, rennen en musiceren, in plaats van hun die druppeltjes te geven?

Ik wil u een citaat van professor Stijn Vanheule (UGent) niet onthouden: ”Een probleem wordt veel sneller dan vroeger bestempeld als een stoornis. Je geeft aan kinderen dan ook de boodschap mee dat ze op een of andere manier gestoord zijn. Ik hou mijn hart vast voor de impact op de identiteitsvorming. Dit is de eerste generatie die zo intensief begeleid wordt en we weten nog niet wat het effect is. Al merk je nu al bij sommige jonge twintigers dat ze worstelen met het etiket dat ze vroeger opgeplakt kregen.”

De Nederlandse professor Mischa de Winter doet onderzoek naar kinderen die op jonge leeftijd het etiket ‘ADHD’ kregen. Hij gaat na of dat etiket bevestigd wordt aan het eind van hun puberteit. Bij slechts een jongere op de tien wordt de diagnose ADHD herbevestigd.

Geef openbare ruimte terug aan gemeenschap en haar kinderen

Een eerste manier om te voorkomen dat steeds meer kinderen met een ‘stoornis’ in de jeugdzorg terecht komen is kinderen terug kind laten zijn. Kinderen moeten terug de ruimte krijgen zodat ze op een veilige manier en in hun eigen omgeving hun belangrijkste opdracht kunnen waarmaken: spelen!

Dit oogt simpel maar de realisatie van deze droom vraagt een totale ommekeer van ons denken. We vinden het vandaag vanzelfsprekend dat we onze auto voor de deur kunnen parkeren om vervolgens met die auto 5 km te rijden naar een park waar onze kinderen veilig kunnen ravotten. Niet de auto op wandelafstand zou prioritair moeten zijn, wel de veilig bereikbare speelplaats voor kinderen.

Door de demografische evolutie neemt én het aantal kinderen én het aantal 65+ers toe. De kwaliteit van leven van deze bevolkingsgroepen wordt gegarandeerd via een aangename en veilige thuisomgeving waar sociaal contact mogelijk is. Vandaag wordt het openbaar domein in onze steden en dorpskernen nog steeds gedomineerd door de auto. De auto wordt gemiddeld 55 minuten per dag gebruikt. De overige 23 uur staat hij stil en benut de ruimte die zo broodnodig is voor de kwaliteit van leven voor kinderen, jongeren en ouderen…

Hoe we het openbaar domein terug aan de bewoners kunnen geven zodat kinderen opnieuw speelruimte krijgen en nieuwe verbondenheid kansen krijgt, is dan ook één van de belangrijkste uitdagingen voor het beleid van de komende jaren.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK