13 mei 2013

Milieukwaliteit platteland ondermaats volgens Natuurrapport 2012

Met de vogelstand op het platteland loopt het grondig mis. De achteruitgang van de weide- en akkervogels is blijkbaar niet meer te stuiten. Maar niet alleen de vogels hebben het moeilijk in de landbouwgebieden. Denk maar aan het verdwijnen van de botanische diversiteit en het verdwijnen van vele insecten (vlinders, bijen). Dat blijkt uit het recent verschenen Natuurrapport 2012 (INBO). Een onderdeel daarvan is de beleidsevaluatie van het natuurbeleid in het landbouwgebied. Naast de erosiebestrijding wordt ingezoemd op het vogelbeheer in landbouwgebieden. Op dit vlak meldt het rapport niets nieuws en bevestigt het alleen maar wat we al lang weten.

Deze signalen zijn veelzeggend en maken duidelijk dat de milieukwaliteit van het platteland er zeer slecht aan toe is. Het rapport geeft ook enkele beleidsaanbevelingen.Gelukkig wil ook Europa forser inzetten op de biodiversiteit op het platteland en wil Europa tegen 2020 effectieve resultaten. In de commissie landbouw vroeg Vlaams Parlementslid Dirk Peeters aan de Minister-president welke conclusies hij trekt uit het Natuurrapport 2012 op het vlak van de voorgestelde beleidsevaluatie en welke kansen hij ziet om met het nieuwe plattelandsbeleid tegemoet te komen aan de gestelde problemen rond de vogelstand op het platteland. Het antwoord van de minister-president was positief in die zin dat hij stelde dat we moeten werken in de richting van meer gebiedsgerichte visies. Dat was immers een van de aanbevelingen uit het rapport. Anderzijds moet het nieuwe plattelandsbeleid dat in de steigers staat, ook meer aandacht hebben voor meer continuïteit en rechtszekerheid voor de landbouwer. Bij de beheersovereenkomsten heeft men in het verleden immers toch wel wat fragmentarisch gewerkt. Sommige beheersovereenkomsten bestaan niet meer, sommige waren beperkt in de tijd, een deel is slechts geënt op een bepaald segment. Beter zou zijn te werken met beheersovereenkomsten per bedrijf. Als men kijkt naar gebieden en omgevingen waar landbouwers actief zijn, dan kan één beheersovereenkomst alle facetten behelzen. Nu gaat het alleen over water, dan over het botanische, dan over kleine landschapselementen, dan over akkervogels, dan over weidevogels. Een bedrijf in de polder is een ander bedrijf dan een bedrijf in de Kempen: dat spreekt vanzelf. Als men met gebiedsgerichte visies werkt, dan kan men de aandachtspunten van een bedrijf in zijn geheel beter daarin incorporeren. Dat biedt meer kansen. Als dat het nieuwe plattelandsbeleid wordt, dan ziet Groen ter zake wel kansen. Vlaams Parlementslid Dirk Peeters stelde zijn vraag bewust aan de minister-president als verantwoordelijk minister voor landbouw. De minister-president gaf uiteindelijk nog een sneer naar zijn collega voor milieu, Joke Schauvliege. Hij stelde letterlijk dat ”Minister Schauvliege natuurlijk een belangrijke bevoegdheid heeft in dezen.” Hij voegde er nog aan toe dat ”de continuïteit en de rechtszekerheid voor land- en tuinbouwers belangrijke punten zijn. Dat is terecht. Ik zal dat samen met u blijven bewaken. Mocht mijn collega daar niet voldoende aandacht aan besteden, dan zal ik haar daaraan herinneren.”

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK