Basispensioen garandeert waardigheid

di, 2017-08-29

Op haar jaarlijkse Zomerweekend pleitte Groen voor een basispensioen. Dat is een gegarandeerd pensioen voor elke oudere, aangevuld in functie van het aantal gewerkte jaren en het verdiende loon. Zo verzekeren we een waardige oude dag voor iedereen.

Wouter De VriendtFederaal parlementslid

Met ons voorstel krijgt het pensioenstelsel een absolute ondergrens. Elk pensioen begint te tellen vanaf de armoedegrens en niet meer vanaf nul. ‘Via een basispensioen garandeert Groen dat mensen na de pensioengerechtigde leeftijd niet onder de armoedegrens belanden. Te kleine pensioentjes om rond te komen, bijvoorbeeld bij zelfstandigen maar ook bij anderen, behoren dan tot het verleden’, stelt Kamerlid Wouter De Vriendt.

De ondergrens zou vastgelegd worden op 1.115 euro per maand voor een alleenstaande. Wie geen enkel jaar gewerkt heeft en samenwoont krijgt 835 euro. Het basispensioen krijg je op basis van burgerschap, zoals in Nederland, en niet op basis van de afgelegde loopbaan. Je moet een aantal jaren in België verbleven hebben voor je er recht op hebt. Enkel het basisbedrag is daarbij forfaitair. Dat wordt aangevuld met hetgeen men heeft opgebouwd doorheen de loopbaan. Iemand die veel heeft verdiend en 40 jaar heeft gewerkt, zal op die manier een hoger surplus krijgen dan wie minder heeft verdiend en ook 40 jaar heeft gewerkt. 

Het basispensioen betekent een enorme administratieve vereenvoudiging. Het bestaansmiddelenonderzoek bij de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) is niet meer nodig, net zo min als de complexe berekening van het minimumpensioen. De Vriendt: ‘Dankzij het basispensioen kunnen pensioenrechten op een zeer efficiënte manier automatisch worden toegekend. Zo kunnen gepensioneerden niet meer uit de boot vallen omdat ze hun rechten niet kennen.’ 

De meerkost van het basispensioen financieren we via de uitdoving van de gezins-, echtscheidings- en overlevingspensioenen, de afbouw van fiscale prikkels voor de derde pijler, de besparing op de administratie en het aftoppen van de pensioenen tot maximaal vier keer het bedrag van de armoedegrens.