Circulaire economie - Eindelijk bindende doelstellingen voor voedselverspilling

14 mrt, 2017

Terwijl de bedrijfswereld, consumenten, de lidstaten en het Europees Parlement vragen om een duidelijk wetgevend kader dat komaf maakt met de vervuiling van onze planeet, toonde de Commissie Juncker zich opnieuw weinig ambitieus. Dat blijkt uit het afvalluik binnen het pakket circulaire economie, dat vandaag gestemd werd. “De wegwerpmentaliteit van de jaren ’80 zat er duidelijk nog in maar ik ben blij dat we eindelijk ernstig beleid gaan voeren over voedselverspilling” zegt Bart Staes, Europarlementslid voor Groen.

Bart StaesEuropees parlementslid

Een aspect van afvalvermindering betreft voedselverspilling. De milieucommissie - die de oorspronkelijke voorstellen al aanscherpte - wou dat de lidstaten hier preventieve maatregelen nemen en de verspilling met 30% verminderen tegen 2025 en met 50% tegen 2030. Het totaal aan voedselverlies en nevenstromen in Vlaanderen bedraagt elk jaar ongeveer 2 miljoen ton.
Staes: “We moeten echt zorgzamer omspringen met onze natuurlijke grondstoffen, met de bodem, het watergebruik, het verslepen van voedsel over vele kilometers. De economische impact is gigantisch, maar ook de milieuschade en de ethische kant van de zaak roepen vragen op. De groenen stelden samen met de sociaaldemocraten voor om deze doelstellingen bindend te maken en ik ben ontzettend blij dat die het gehaald hebben. Je kunt het vandaag niet meer verantwoorden dat zoveel voedsel wordt weggegooid.”

Het Parlement maakt met deze wetgeving ook duidelijk wat voedselverspilling precies inhoudt. Zo omsluit dit het hele productieproces en hoort ook (soms onvermijdelijk) voedselafval hier bij.
Staes: “Het belangrijkste is dat deze definitie beleidsmakers in staat stelt duidelijke oorzaken te detecteren, hoeveelheden te meten, resultaten te vergelijken en een gezamenlijke strategie te bepalen en dit doorheen de ganse keten.”
Uit cijfers blijkt dat de voedingsindustrie de grootste verspiller is.

“We moeten daarom nadenken over de nevenstromen, of voedsel dat niet langer voor menselijke consumptie geschikt is, misschien kan dienen voor dierenvoeding, of als grondstof voor iets anders. Compostering bijvoorbeeld, en de cirkel rond maken. Precies hetgeen circulaire economie vooropstelt. Het parlement stemde alvast in met de idee dat organisch afval apart zou moeten opgehaald worden.”

Naast voedselverspilling omvat het pakket uiteraard meer voorstellen, het integreert namelijk vier wetten rond afval. Staes is vooral te spreken over de vrijwel volledige uitfasering van het dumpen van afval. “In 2030 mag nog maar vijf procent van ons huishoudelijk afval in stortplaatsen verdwijnen. Dat is ambitieus. Helemaal omdat het gecombineerd is met een hogere doelstelling voor het recycleren van afval (70 procent). Zo voorkom je dat lidstaten al het afval gaan verbranden. Het storten van afval is echt niet meer van deze tijd. Het zit boordevol grondstoffen die opnieuw kunnen gebruikt worden.”

Andere maatregelen:

  •     Van al het afval van verpakkingsmateriaal moet in 2025 70% en in 2030 80% gerecycleerd worden. En er moet werk gemaakt worden van de plastieksoep in zee.
  •     Afval dat gesorteerd werd, mag niet meer verbrand worden.
  •     EU-landen worden verplicht zich aan de afvalhiërarchie te houden: voorkomen, hergebruiken, recyclen, verbranden, storten.
  •     Er komt een sterke nadruk op het voorkomen van het ontstaan van afval, onder andere door geplande veroudering aan te pakken
  •     EU-landen moeten meer gaan doen om hergebruik van materialen te stimuleren, bijvoorbeeld door statiegeldsystemen verder uit te breiden

Het Parlement heeft nu het mandaat om met de Raad (de lidstaten) en de Commissie te onderhandelen over de finale wetteksten.