COP 23 Bonn: klimaatambitie mag niet verstommen

do, 2017-11-16

Scenario's en doelstellingen zijn bekend. Voor een doortastend klimaatbeleid ontbreekt nu vooral nog de politieke wil. Ons land maakte deze zomer het tussentijdse rapport met de geschatte uitstoot van broeikasgassen in 2016 over aan het secretariaat van het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Volgens de cijfers in dit rapport zou de uitstoot van broeikasgassen in 2016 met 0,6 procent gestegen zijn in vergelijking met het jaar 2015.

Johan DanenVlaams parlementslid

De uitstoot van broeikasgassen kende al enkele jaren een licht dalende verloop. Deze verhoogde uitstoot was dan ook een trendbreuk waarover Johan Danen de bevoegde minister, Joke Schauvliege, bevroeg tijdens de commissie leefmilieu. Tijdens deze commissie verklaarde de minister deze verhoogde uitstoot door een iets kouder jaar wat resulteerde in en verhoogde uitstoot door de verwarming van gebouwen. De verklaring ligt misschien in een iets kouder jaar, toch legt deze trendbreuk meerdere pijnpunten uit het gevoerde klimaatbeleid bloot.

Om te beginnen moet ‘iets kouder’ wat beter gekaderd worden. In 2015 bedroeg de gemiddelde jaartemperatuur 11,3 °C in België, in 2016 was dit 10,7 °C. Het normale jaargemiddelde bedraagt 10,5°C, wat betekent dat België ook in 2016 iets warmer was dan normaal. 

Een quasi normaal jaar op gebied van temperatuur resulteert dus in een verhoogde uitstoot van broeikasgassen omwille van de bijkomende gebouwenverwarming. Dit betekent dus dat de isolatiegraad van onze woningen nog steeds onvoldoende is. Alle renovatiepacten en andere goede bedoelingen ten spijt, blijft de isolatie van ons woningenpark dus een structureel probleem. Het studiebureau Kelvin Solutions berekende dat onze woning 53% zuiniger moeten zijn tegen 2050, als België af wil van stookolie en aardgas. 

De emissie van broeikasgassen was in 2015 al met 19,4 procent gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2005. De doelstelling voor 2020, 20 procent emissiereductie t.o.v. 2005, wordt ruimschoots gehaald. Toch? 

Niet helemaal! België zal als lidstaat in 2020 afgerekend worden op de emissiereductiedoelstellingen in de sectoren waar ze zelf voor bevoegd is: landbouw, transport, gebouwen en kleine industrie. Elektriciteitsproductie en zware industrie worden op Europees niveau geregeld. Voor de sectoren landbouw, transport en gebouwen werden niet afdwingbare doelstellingen opgesteld. Voor België betekent dit een reductie van 15 procent in deze drie sectoren en voor Vlaanderen zelfs 15,7 procent.

Vandaag stellen we vast dat de reductie in Vlaanderen slechts 2 procent bedraagt. Ver verwijderd dus van de afgesproken 15,7 procent. De minister rekent erop dat de geboekte reductieoverschotten tussen 2013 en 2016 zullen voorkomen dat België in 2020 op het Europees matje wordt geroepen! Het zal echter moeilijk worden om deze opgelopen achterstand in te halen tegen 2030, wanneer België de emissies met 35% moet doen dalen in deze sectoren.

De broeikasgasemissies dalen met ongeveer 1% per jaar. Europa verwacht tegen 2050 een daling van 95% (!). Dat betekent dat de emissies met 8 procent per jaar moeten verminderen. Anders gezegd, wij moeten 8 keer beter ons best doen dan vandaag. De federale overheid is zich hier ook duidelijk van bewust en gaf de opdracht aan VITO en Climact om een aantal scenario’s uit te werken die ons land moeten toelaten om de beoogde reductiedoelstellingen te bereiken.

De federale en Vlaamse regering zijn zich bewust van de grote klimaatuitdagingen. De scenario’s om de doelstellingen alsnog te halen zijn gekend. Het enige dat nog ontbreekt is een duidelijke visie en een doortastend klimaatbeleid. Vijf minuten politieke moed, moet volstaan om dit op te lossen, maar laat het net de besluitloosheid zijn waar de huidige regeringen in uitblinken!