De hakbijl, de kaasschaaf of de verrekijker

24 feb, 2012

Het meest fundamentele debat in de politiek is dat over de begroting. Als de begrotingstabellen op tafel komen, valt de retoriek weg en worden de echte keuzes gemaakt. En dus zijn de begrotingsdebatten ook van de moeilijkste. Zeker als er geld te weinig is.

Wouter Van BesienVlaams parlementslid

Dat debat is nu volop aan de gang in de federale regering. We lazen deze week de voorstellen van N-VA. Ongegeneerd haalt de partij de hakbijl boven. De N-VA kiest voor lagere lonen (de automatische indexering van lonen wordt afgeschaft) en schrapt drastisch in de werkloosheid en in de gezondheidszorgen. De instroom in brugpensioen en in wachtuitkeringen voor schoolverlaters wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. De N-VAvoorstellen zullen pijn doen, en nog geen klein beetje. De last wordt gelegd bij mensen met lage lonen (en daar komt het koopkrachtverlies het hardst aan), bij jonge mensen, bij mensen met uitkeringen. 

Voor N-VA maakt het allemaal geen fluit uit. N-VA’ers zijn al lang geen ‘volksnationalisten’ meer die voor alle mensen opkomen, ze komen op voor een rijke bovenlaag. En de rest van de Vlamingen maken ze wijs dat ze door keihard te werken ook tot die rijke bovenlaag zullen toetreden, als Vlaanderen maar van Wallonië (en Brussel?) zou af raken. 

N-VA maakt bovendien een economische blunder. Wie op 1 jaar tijd 1,4 miljard op lonen wil besparen en 580 miljoen minder uitkeringen toekent - zoals het begrotingsplan van N-VA stelt - pleegt niet alleen een holdup op de koopkracht maar zuigt ook een dodelijke 2 miljard euro weg uit de binnenlandse vraag. N-VA zegt het pad richting Duits Wirtschaftswunder in te slaan, maar leidt ons in werkelijkheid regelrecht naar een Grieks rampscenario. 

Ondertussen maakt ook de federale regering met CD&V, OpenVLD en sp.a zich klaar voor een extra begrotingsinspanning. Vice-premier Vande Lanotte (sp.a) kondigt aan dat de regering de kaasschaaf zal bovenhalen: ‘geen grote maatregelen met veel effect, wel ‘bijeenplaatsen van kleinere maatregelen.’ Dat is de keuze van de status-quo en van het schrappen van een budgetje hier en het innen van een kleine belasting daar. Er zit noch visie achter, noch moderniseringen om het model beter te maken. Zelfs rond de werking van de overheidsdiensten zelf, werd het inspiratieloze werk van de regeringspartijen voorbijgestoken door de ambtenaren, die nog 50 miljoen extra ruimte zagen voor afslanking en modernisering. De kaasschaafmethode heeft enkel als effect dat er geen ruimte komt om te investeren en de lasten niet eerlijker verdeeld worden. Het perspectief op nieuwe en duurzame economische groei en op meer rechtvaardigheid is ver weg. Als formateur lanceerde Di Rupo de doelstelling van 250.000 nieuwe jobs. Als regering tonen socialisten, christendemocraten en liberalen geen enkele ambitie meer op dit vlak. 

Misschien is het beter om de hakbijl in het tuinhuis en de kaasschaaf in de keukenkast te laten liggen en de verrekijker boven te halen. Dan kunnen we iets verder kijken dan de toevallige horizon van december 2012. Deze begroting heeft immers effecten op hoe ons economisch bestel er de vele jaren na 2012 zal uitzien.

Gezaghebbende economen, internationale en federale instellingen, allemaal geven ze vrijwel dagelijks dezelfde goede raad om uit deze crisis te raken. Verlaat het heilloze pad van het steeds harder besparen, van de eenzijdige focus op het begrotingstekort, bezweren ons in koor economen Stiglitz, Krugman, De Grauwe, Schoors,… Op 20 januari deden elf internationale instellingen (waaronder IMF, Wereldbank, Wereldhandelsorganisatie, OESO) een uitzonderlijke gezamenlijke oproep aan regeringen wereldwijd om te kiezen voor beleid dat jobs creëert, de economie vergroent, investeert in infrastructuur en de ongelijkheid terugdringt. De enigen die deze raad niet horen zijn de klassieke partijen in de regering en de N-VA. 

Dit land heeft nood aan investeringen. Niet om het even welke investeringen, maar diegene die de economie in een duurzame richting duwen. Investeringen die ons energieverbruik verminderen en vergroenen, die ons woningbestand verbeteren en die de innovatie in onze industrie aanzwengelen. Dat zijn de veranderingen die ons jobs zullen opleveren en die onze bedrijven competitief maken in de wereldmarkt. Investeringen ook die de armoede en ongelijkheid verminderen door bijvoorbeeld alle uitkeringen boven de armoedegrens te brengen. En dus zullen we niet alleen geld moeten vinden om de begroting op een tekort van 2,8% van het Bruto Binnenlands Product te doen afklokken, we zullen nog meer geld moeten vinden. En ook daar weer: niet om het even waar. 

Die inspanning moet gebeuren door een einde te maken aan de totale belastingsvrijstelling voor grote bedrijven, de supervermogens veel rechtvaardiger te laten bijdragen, onverantwoorde speculatie sterker te belasten, de loonkost voor lagere lonen te doen dalen en te verschuiven naar lasten op milieuvervuiling.Intussen kan de overheid best zorgen dat ze zelf ook slanker en performanter wordt. Bijvoorbeeld door haar steunmaatregelen aan bedrijven te vereenvoudigen en orde te scheppen in het onontwarbare kluwen van steunmaatregelen rond jobcreatie en innovatie. Dat spaart meteen ook een pak ambtenaren. Dat is een begrotingsbeleid dat zuurstof geeft aan de economie en zorgt voor meer rechtvaardigheid. Dat is het begrotingsbeleid waar ons land vandaag nood aan heeft.