Europees Parlement wil institutionele hervorming van de EU

16 feb, 2017

De Europese Unie is in crisis. Het euroscepticisme groeit. Steeds meer mensen plooien terug op een eng-nationalistisch en protectionistisch gedachtengoed. Het is dus noodzakelijk na te denken over waar we met de EU heen willen. Het Europees Parlement stemde daarom vandaag het initiatiefrapport-Verhofstadt over de institutionele hervorming van de EU. Europees parlementslid Bart Staes, vindt dit een goede zaak: “Ook al ben ik het niet eens met alles wat in het verslag Verhofstadt staat, er staan goede voorstellen in richting een democratische herziening van de Verdragen, iets wat ik absoluut ondersteun."

Bart StaesEuropees parlementslid

Staes: “Ik ben uiterst kritisch over bepaald beleid van de EU en de richting die sommige mainstream partijen met de EU uit willen. Maar één zaak is duidelijk: we kunnen de financieel-economische crisis, de migratie- en vluchtelingenproblematiek, de grote sociale en ecologische uitdagingen en het terrorisme alleen succesvol aan door een gezamenlijke Europese aanpak. Het is dus goed dat het EP nadenkt over de toekomst van Europa.”

Het verslag Verhofstadt vormt een drieluik samen met 2 andere verslagen, één over de onderbenutte opties van het Verdrag van Lissabon en één over het pad naar een euro-begroting. Het voorstel van Verhofstadt wil een einde maken aan het “Europa à la carte”. Staes :”Ik ga akkoord dat een “Europa à la carte” waarbij de lidstaten enkel meewerken aan die onderdelen van Europees beleid als het hen uitkomt, niet wenselijk is. Ik ben het ook eens met de aanbeveling om de Europese Commissie af te slanken tot minder leden met 1 voorzitter en 2 vice-voorzitters verantwoordelijk voor Buitenlandse Zaken en Financiën. De Europese Commissie moet transformeren in het belangrijkste uitvoeringsorgaan.”

Staes ondersteunt ook het voorstel de maandelijkse verhuis van het EP naar Straatsburg te stoppen: “Ik zet mij al vele jaren in voor 1 zetel voor het Europees parlement.  De absurde en geldverslindende maandelijkse verhuis van het Parlement naar Straatsburg is incompatibel met zogenaamde leidersrol die Europa vertolkt op vlak van klimaat. Via deze maatregel kan het Parlement 20.000 ton minder CO2 uitstoten, wat gelijk staat aan 13.000 vluchten van Londen naar New York.” 

Verhofstadt stelt ook voor de Europese Raad en Raad van Ministers samen te voegen tot een Raad van Staten, wat in de toekomst de tweede Wetgevende Kamer moet worden. Ook zijn er nog andere voorstellen zoals de convergentiecode, die ervoor moet zorgen dat lidstaten op bepaalde vlakken naar elkaar toegroeien, en een eigen begroting voor eurolanden. Via deze institutionele hervormingen moet de EU in staat zijn in de toekomst efficiënter en effectiever te werk te gaan. Zeer positief noemt Staes het goedgekeurde groene voorstel om ook fiscale zaken zoals de strijd tegen belastingparadijzen en fiscale fraude op te nemen in het Europees verdrag.

Staes verwelkomt deze hervormingen, maar wijst er met klem op dat de hervormingsvoorstellen getuigen van een erg technocratische, wereldvreemde visie op de EU vanuit de ‘Brusselse bubble’. “De toekomst van Europa zal niet staan of vallen met het sleutelen aan structuren alleen. We zullen de burgers alleen voor Europa kunnen winnen met concreet beleid, met een wervende toekomstvisie én met overtuigende resultaten. Cruciaal daarbij is dat we af moeten van het ‘sluipend gif’ dat alle politieke beslissingen perverteert: de neoliberale ideologie. We moeten gaan voor een ander Europa, een Europa van Mens en Milieu, weg van Markt en Munt. Een Europa dat mensen beschermt, niet verdeelt. Gedaan dus met de steeds meer dominante neoliberale uitgangspunten van elk beleid. We moeten de participatie van burgers en de civiele samenleving vergroten, het recht op inspraak én meer transparantie over besluitvorming.”

Staes wijst nog op een ander probleem bij dit verslag: de voorgestelde discriminatie tussen Europarlementsleden onderling. Zo zouden bij beslissingen gelinkt aan de Eurozone, parlementsleden uit lidstaten die geen deel uitmaken van de Eurozone enkel een niet-bindend advies kunnen geven. Staes: “Dergelijk onderscheid tussen Europarlementsleden keur ik resoluut af. Wij als Parlementariërs vertegenwoordigen in eerste instantie alle EU burgers, en niet onze lidstaat. Op die manier creëer je een quasi negentiende-eeuwse situatie waarbij de verkozenen een bepaald kiesdistrict vertegenwoordigen.”