Lessen uit Optima: Belfius als spil van een relancebeleid

do, 2017-06-29

Het wordt weer een hete zomer in de politiek. De begrotingsoefening kondigt zich met een tekort van 4 miljard aan als bijzonder moeilijk, ons land torst nog steeds een torenhoge staatsschuld van 106% waar Europa argwanend naar kijkt en op Vlaanderen hoeft de federale regering ook niet te rekenen, nu de terechte schrapping van de Turteltaks de toch al wankele Vlaamse begroting verder in woelig water brengt.

Meyrem AlmaciPartijvoorzitster en federaal parlementslid

Misrekening na misrekening maakten van het begrotingsgat een heuse krater. Blinde ideologie moet het keer op keer afleggen tegen wat werkt: in plaats van gerichte maatregelen en een verschuiving naar eerlijker en groenere fiscaliteit. De weigering om fiscale achterpoortjes voor multinationals te sluiten, het verzet tegen Europa om de 700 miljoen euro onterecht toegekende belastingkortings van de excess profit rulings recht te zetten, de installatie van een kaaimantaks zonder tanden,  de blokkade van een financiële transactietaks - lees Tobintaks- op Europees niveau, … het lijstje spreekt boekdelen.

Met een complete patstelling in het debat over eerlijke fiscaliteit en een proportionele bijdrage van de grootste vermogens, zijn er weinig uitwegen om de begroting te saneren zonder opnieuw langs de reeds felgeplaagde gewone burgers met een gemiddelde portemonnee te passeren. 

Het beloofde evenwicht in 2017 en 2018 is ver weg. Het verleidde Kris Peeters afgelopen weekend tot een ballonnetje dat al vaker werd opgelaten: de verkoop van Belfius. 

De bank bestaat vandaag enkel dankzij de 4 miljard euro die we allemaal samen als Belgen hebben opgehoest om haar terug levensvatbaar te krijgen. In die 6 jaar is Belfius getransformeerd van een lelijk eendje in een mooie witte zwaan. De overheidsbank is daardoor vandaag de enige positieve noot in het verhaal van de financiële meltdown van de Belgisch-Franse bank Dexia. Haar gitzwarte pendant is de zombiebank Dexia waarvoor ons land nog voor tientallen jaren a rato van ongeveer 45 miljard euro borg voor moet staan.

Uit fiscale ruïnes van toen, is een overheidsbank ontstaan die terug stabiel is. Een bank met een sterke lokale verankering, en heel veel potentieel voor onze economie, voor onze gezinnen, bedrijven en lokale besturen. Maar helaas wordt dat potentieel al zes jaar onderbenut. Vandaag is Belfius voor onze regering louter een financiële melkkoe met jaarlijkse dividenden die enkel dienen om de begroting te stutten. Verder kijken we er niet naar om. De meerderheidspartijen maken die keuze op ideologische basis: die van de liberale visie van een ‘small government’, een beperkte overheid die dus geen overheidsbanken moet aanhouden. Ze trachten dit te verkopen aan hun achterban met het argument dat politici niet moeten bankieren, en dat de belangenvermenging moet worden beperkt. Dat laatste klopt natuurlijk: Dexia was een kluwen van belangenvermenging en dat was mede de reden dat het zo is kunnen ontsporen.

De top van de bank heeft maar 1 richtlijn: de bank verder saneren om ze aantrekkelijk te maken voor een overnemer. In dat vooruitzicht is het begrijpelijk dat de huidige CEO, Mark Rasiére, een gedeeltelijke privatisering door een beursgang verkiest boven het scenario volledig terecht te komen in handen van een grotere speler.

Maar au fond is dit een vals argument: het vaststellen van sociale en ecologische richtlijnen, in sé het instellen van een duidelijke maatschappelijke opdracht,  voor een 100% overheidsbank die binnen dat kader onafhankelijk en professioneel wordt bestuurd door experten kan bezwaarlijk gelijk gesteld worden aan zelf bankieren. En het wordt natuurlijk totaal schizofreen als dezelfde partijen die dit argument aanhalen tot op vandaag vrolijk verder gaan met politieke benoemingen, ook in de financiële sector.

Waarom maken we de keuze voor de toekomst van Belfius niet gewoon op basis van wat werkt? Van modellen die hun deugdelijkheid bewezen hebben? Het rapport dat Geert Noels en co schreven merkte terecht op dat bij de afweging niet enkel met de directe opbrengst voor de staatskas rekening mag houden, maar ook moet gekeken worden naar de maatschappelijke impact. Privatisering brengt immers na een initiële opbrengst als ‘one-shot’operatie ook andere gevolgen met zich mee.

Groen ziet een centrale rol weggelegd voor de overheidsbank Belfius als hefboom voor een relancebeleid, naar het voorbeeld van gelijkaardige buitenlandse overheidsbanken. Daarnaast kan een Belfius in overheidshanden, via haar unieke know-how, ook een bijzondere meerwaarde blijven betekenen voor de lokale overheden. 

En dat is nodig, ook vandaag nog. Het verhaal van Optima bank leverde verschillende lokale besturen na Dexia een tweede financiële kater op. De opvolger van Ethias Bank, die samen met de Gemeentelijke Holding & Arco aandeelhouder van Dexia was, ging ten onder aan exact dezelfde ingrediënten als de grootbanken tijdens de financiële crisis van 2008: zelfbediening en belangenvermenging. Of neem het verhaal van BNP Paribas van 2015, de nieuwe moeder van Fortisbank. Die slaagde erin vlak na de schrapping van duizenden banen in ons land een monsterdividend van 2 miljard uit te keren van de Belgische dochter aan het moederbedrijf in Frankrijk.

Ondertussen waarschuwt de Bank for International Settlement dat een nieuwe financiële crisis op uitbarsten staat in zogeheten ‘opkomende economieën’ als China. Ze voorspellen een nieuwe zware schok voor de internationale financiële sector. In een dergelijke context het enige stabiele instrument in onze Belgische financiële sector privatiseren, louter voor korte termijnwinsten getuigt van ontzettende kortzichtigheid. 

Download ons rapport over de Optimacommissie (.pdf)

Temeer daar zowel eigen land als in Europa de geesten ondertussen verder rijpen. Na jarenlange besparingsprogrammas brengt het plan Juncker nu eindelijk de broodnodige aandacht voor meer investeringen op de agenda. Belfius zou een unieke rol kunnen spelen als motor van dat beleid als duurzame investeringsbank en financiële partner van burgers, bedrijven en lokale overheden, en als een spil van een groen en contracyclisch investeringsbeleid. Gaan we echt een uniek, en duurbetaald instrument uit handen geven louter voor een kortetermijnwinst? Of durven we eindelijk de keuze te maken voor wat echt werkt, nu en op lange termijn? Het debat ligt open.