Meer resultaat met minder geld

wo, 2017-07-26

Het afgelopen werkjaar 2016-2017 kreeg ik meermaals de vraag of er eigenlijk nog wel een toekomst is voor de provincies? Gaat de Vlaamse regering van NV-A, CD&V en Open VLD de provincies niet afschaffen? Hoe zit dat nu precies? Zijn ze echt zo overbodig als we denken? En gaan we met de afschaffing van de provincies echt zoveel geld besparen?

Tie RoefsGedeputeerde

Europese hervormingsijver

Om te beginnen is de institutionele hervormingsijver van deze Vlaamse regering geen origineel of uniek gedacht. In heel Europa zoekt men momenteel naar een betere organisatie van de overheid. Zo vervingen in Denemarken vijf regio’s de dertien provincies. De Deense regio’s zijn bevoegd voor gezondheidsbeleid. De rechtstreeks verkozen provincieraden werden vervangen door getrapt samengestelde raden waarin de gemeenten vertegenwoordigd zijn. Ook in Italië is er een hervormingsgolf. Sinds 2015 worden verschillende provincies er omgevormd tot ‘metropolitane steden’ die de bevoegdheden van de voormalige gemeentelijke en provinciale overheden combineren.

Bij haar aantreden in 2014 stelde deze Vlaamse regering op haar beurt verschillende verregaande functionele hervormingen voor de provincies voor. Vanaf 2018 zouden de provincies alleen nog maar bevoegd zijn voor zogezegde ‘grondgebonden bevoegdheden’, denk aan ruimtelijke ordening, leefmilieu en landbouw. Vlaanderen zou de activiteiten en het personeel van de provincies voor persoonsgebonden bevoegdheden zoals jeugd, cultuur, welzijn en sport overnemen. Vlaams-Brabant zou na de verkiezingen van 14 oktober 2018 nog maar 35 in plaats van 72 provincieraadsleden en nog maar vier in plaats van zes gedeputeerden tellen.

Verdommenishoekje

Het is niet de eerste keer natuurlijk dat er in ons land nagedacht wordt over de hervorming van het institutionele landschap, tot frustratie van menig burger. Voor de grote staatshervormingen van de jaren ’70 – ‘80 kende België een drieledige bestuursopbouw met gemeenten, provincies en het centrale niveau. In de jaren ‘70 kregen de provincies echter concurrentie van de nieuwe bestuurslaag op regionaal -in casu Vlaams- niveau. Tegelijkertijd werden steden en gemeenten groter en sterker. Ze organiseerden zich in tal van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de intercommunales. De rol van de provincies kwam in deze context in de verdrukking . Voor burgers is het veel minder duidelijk dan vroeger welke (potentiële) meerwaarde provincies hebben.

Zoden aan de dijk?

Dat legt waarschijnlijk ook uit waarom de huidige hervorming van de provincies zo weinig wordt bekritiseerd? Waarom wordt zo weinig de vraag gesteld of de hervorming wel zo functioneel is als ze wordt bedoeld? Zal ze leiden tot betere resultaten met minder geld?

We moeten er niet flauw over doen. Het grote geld zal niet gevonden worden in de som van de maandelijkse zitpenningen van verkozen provincieraadsleden. Bovendien stelt Vlaanderen nog altijd dat het niet zal besparen op de activiteiten en het personeel dat het op vlak van jeugd, cultuur, sport en welzijn van de provincies overneemt. Er is nu zelfs sprake van de creatie van Vlaamse provinciale fondsen voor de genoemde sectoren waardoor we weer terug bij af zijn. Want waarin zit dan de besparing? Wie gaat aan de slag met die provinciale fondsen? De voormalige provinciale ambtenaren toch?

Ik heb de hervorming het afgelopen jaar intensief opgevolgd, vooral als bestuurslid van de Vereniging voor Vlaamse Provincies (VVP). Onder voorzitterschap van gedeputeerde Luk Lemmens (NV-A) staat de hervorming van de provincies bijna maandelijks op de agenda. Niet zelden wordt de vraag gesteld: “Wat wíl de Vlaamse regering nu eigenlijk?”. Ook door collega-gedeputeerden die behoren tot de partijen die in deze Vlaamse regering de hervorming van de provincies doorduwen. Meermaals laten ze horen niet tevreden te zijn met de hervorming van de provincies. Wat is bijvoorbeeld de zin van de uitsluiting van de provincies uit intergemeentelijke samenwerkingen? Wat wil de Vlaamse regering ermee bereiken?

Bestuurlijke verrommeling

Vlaanderen telt heel veel intergemeentelijke samenwerkingen of intercommunales. Voor Groen zijn de talrijke intercommunales, veel meer dan de provincies, oorzaak van de ‘bestuurlijke verrommeling’ in Vlaanderen. Als meestal nog wel duidelijk is wie in de besturen van de intercommunales zetelt, dan is het besluitvormingsproces dat veel minder. In de provincies verkiest de burger de bestuurders rechtstreeks. De partijen die niet tot de meerderheid behoren, onderwerpen het gevoerde provinciale beleid aan democratische controle. In intercommunales komen burgemeesters of schepenen samen. Ze nemen er beslissingen zónder directe democratische controle door de oppositie. Ik vind dat minstens even erg als dat diezelfde burgemeesters een zitpenning zouden ontvangen voor de bijgewoonde vergadering. Ik hou er niet van dat dingen boven mijn hoofd worden besloten. Niet als burger en niet als politica.

Van provincies naar stads- en streekgewesten

Afgelopen werkjaar juli 2016-2017 hebben we veel nagedacht over de zin en de onzin van een bovenlokaal bestuursniveau. Binnen de partij ontwikkelden we onder leiding van Groen Vlaams parlementslid Ingrid Pira een voorstel om de provincies gefaseerd om te bouwen tot stads-en streekgewesten. Tegen 2030 moeten ze volgens ons de provincies vervangen.

Als Groen geloven we in de zin van een territoriale hervorming. We geloven in streekbesturen die, georganiseerd rond sterke steden, dicht bij de noden en de beleving van de burgers staan. Die streekbesturen zijn uiteraard rechtstreeks door de burger verkozen. Wij zouden hierbij de opsplitsing tussen ‘grondgebonden’ en ‘persoonsgebonden’ bevoegdheden niet maken. Die opsplitsing vinden we onlogisch. Ook op het vlak van persoonsgebonden bevoegdheden kan een regionaal bestuur een belangrijke rol uitoefenen. De functie van de streekbesturen zou volgens ons moeten gaan over economie, milieu en wonen, maar ook over jeugd, sport, cultuur en welzijn. Een groot deel van de intercommunales zou opgaan in de streekbesturen. Dat zou een pak op de borrel schelen. En dat zou de democratie en transparantie ten goede komen. Een streekraad, samengesteld uit leden van meerderheid en oppositie, zou immers controle uitoefenen op de inhoudelijke gang van zaken. Ongehoorde vergoedingen zouden zo niet meer aan het oog ontsnappen.

Een gefaseerde ombouw van de provincies tegen 2030 tot stads-en streekgewesten kan volgens ons wél leiden tot meer efficiëntie en meer effectiviteit. Met andere woorden: met minder geld meer maatschappelijk gedragen resultaat bewerkstelligen! Wij zijn er alvast helemaal klaar voor.