Met kennislift kan kloof tussen hoogopgeleiden en anderen echt verkleind worden

vr, 2017-06-30

Voor Groen zijn de armoedecijfers van de FOD Sociale Zekerheid een zoveelste alarmbel. De kloof tussen hoogopgeleiden en de rest van de bevolking wordt steeds groter. Volgens Evita Willaert (kamerlid Groen) zorgt het beleid van de federale regering er niet voor dat die kloof krimpt, integendeel.

Evita WillaertFederaal parlementslid
Imade AnnouriVlaams parlementslid

“De regering moet dit heel serieus nemen. Een gericht arbeidsmarktbeleid is een belangrijke hefboom voor het verlagen van de armoedekloof. Deze kloof kost de samenleving handenvol geld, en er gaat zoveel talent verloren.” Groen lanceert het voorstel van een kennislift, gericht op competenties en kennisdeling tussen werknemers.

 

In België staan jongeren en ouderen zwak op de arbeidsmarkt. Jongeren kunnen amper ervaring opdoen, oudere werknemers blijken al te vaak het grootste slachtoffer van herstructurering. Groen lanceert een oplossing voor die problematiek: “Via de kennislift kunnen we twee dingen tegelijk doen: de inzetbaarheid van ouderen versterken en jongeren aan het werk zetten. Actieve mensen kunnen, op vrijwillige basis, hun carrière onderbreken voor ten minste een jaar om studies te hervatten, terwijl de ontvangen compensatie gelijkaardig is aan de werkloosheidsuitkering. Werkgevers moeten zich dan engageren om deze mensen te vervangen door het inhuren van werkloze jongeren”, legt Imade Annouri (Vlaams Parlementslid Groen) uit.

 

In Zweden was dit een groot succes: in drie jaar tijd nam 10% van  de actieve beroepsbevolking deel aan dit programma, vooral laagopgeleiden en vrouwen. Het systeem, gedecentraliseerd op gemeentelijk niveau, bood maximale flexibiliteit bij de keuze van de studies. “De regering staat voor de uitdaging om de kloof echt te verkleinen. Dit kan door een doelgericht arbeidsmarktbeleid. Groen reikt voorstellen aan om echt iets te veranderen. Hopelijk neemt de meerderheid onze uitgestoken hand aan, zodat we echt werk maken van gelijke kansen op de arbeidsmarkt”, besluiten Willaert & Annouri.