Welke 'truth' is 'inconvenient'?

31 okt, 2006

Naar aanleiding van de vertoning van de klimaatfilm 'An Inconvenient Truth' van Al Gore schreef Vera Dua een opiniestuk in De Morgen van 31 oktober 2006. Welke 'truth’ is 'inconvenient’?Gisterenavond zag het kruim van de Belgische politici in de bioscoop de klimaatfilm van Al Gore An Inconvenient Truth. Inconvenient is iets als 'ongelegen’. Bedoelt men hiermee dat de waarheid 'onaangenaam’ is, of 'ongewenst’? Want welke truth is er nu eigenlijk inconvenient? Dat er een probleem is, of dat er een oplossing is?

Vera Dua

An Inconvenient Truth begon als een powerpoint-presentatie, maar werd uitgewerkt tot een van de meest succesvolle documentaires van de voorbije jaren. De vroegere vice-president Al Gore trekt met deze film de wereld rond. In zijn film wijst hij op de mogelijk desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming, zoals smeltende ijskappen en gletsjers, met stijging van de zeespiegel, droogte, hittegolven en tornado’s; als gevolg. De film is geen louter deprimerende ervaring. Daarover zei filmrecensent Jan Temmerman (DM): ”Wat deze ecokrijger absoluut wil vermijden, is dat men van denial in één klap zou overschakelen naar despair.”

Het is merkwaardig dat zoveel politici elkaar nu ineens verdrongen om erbij te zijn. We kunnen natuurlijk alleen maar blij zijn als men over alle politieke grenzen heen eindelijk de ernst van de door de mens be&iumlnvloede klimaatverandering begint in te zien. Maar om dat te beseffen, hadden zij deze film niet nodig. Alle rapporten wijzen in dezelfde richting. De klimaatverandering tegenhouden kan al niet meer. Ons eraan aanpassen kunnen we nog wel. En voorkomen dat de klimaatverandering oncontroleerbaar wordt (een stijging van meer dan 2&degC), kan ook nog altijd. Maar wel alleen als we nu radicaal het roer omgooien. Als we dat niet doen, zal ook de economische kost immens zijn volgens het nieuwe Stern-rapport dat maandag gepubliceerd werd.

De voorbije weken lijkt er in de media zowaar een soort ‘groene golf’ te zijn. Wat de ecologisten al jarenlang wereldwijd zeggen, wordt nu met zoveel woorden door journalisten en opiniemakers bevestigd: de toestand is ernstig. Groene politici krijgen al evenlang het verwijt dat ze ‘irrealistisch’ zijn. Het tegendeel is waar. Elke dag wordt duidelijker dat het maken van ecologische keuzes een bewijs is van nuchter realisme. Als onze maatschappijen eerder en met meer overtuiging het ecologische pad hadden gekozen, dan zou het probleem nu minder groot zijn. De keuze die we nu nog hebben, is of de omgang met het klimaatprobleem zal leiden tot een rechtvaardige verdeling van levenskwaliteit tussen alle mensen of integendeel tot een keiharde strijd tussen rijk en arm op de klimaat-Titanic.

Het goede nieuws is dat het zover helemaal niet hoeft te komen. Een gevaarlijke klimaatchaos is geen noodlot, integendeel. Wie echter nu niet kiest voor een radicale koerswijziging in de aanpak van het klimaatprobleem, die kiest impliciet voor een doemscenario. En misschien is het feit dat er een uitweg is uit de ‘klimaatval’ wel de meest ongelegen komende waarheid…

De Belgische regering heeft het voorlopig nog niet begrepen, en probeert nog tijd te winnen. Bij de regeerverklaring kondigde de eerste minister zijn nieuwe ‘milieuheffing’ aan met een uitdrukkelijke verwijzing naar Al Gore. Het is echter niet omdat je je verbindt met een ondertussen al bijna hippe film, dat je voorgestelde oplossing ook volstaat. Als de ongelegen waarheid zo tot een verdwijntruc wordt herleid, dan zou dat bijzonder cynisch zijn.

Natuurlijk zijn wij grote voorstander van een fiscaal systeem dat de ‘energiewerkelijkheid’ van een product weergeeft, dat zou er nog aan mankeren. Maar als een maatregel - als hij al ooit wordt uitgevoerd - alleen tot gevolg zal hebben dat er geld in het laatje komt en niet dat het ecologisch gedrag van burgers écht wordt aangemoedigd dan is het een gemiste kans. Dat deze maatregel pas door een volgende regering zal worden omgezet, maakt het niet overtuigender. Als deze maatregel een onderdeel zou zijn van een ambitieus en radicaal klimaatplan, dan zouden wij de eersten zijn om hem toe te juichen.

Alle politici, van welke partij ze ook zijn, zouden moeten beseffen dat we de voorbije jaren onvoldoende de basis hebben gelegd voor een fundamenteel antwoord op de klimaatuitdaging. Proberen tijd te winnen is geen optie. De studie van het Planbureau stelt dat we Kyoto zouden kunnen halen, maar zegt ook dat voor een echte aanpak (en dat is het traject na 2012) alleen vrij drastische maatschappelijke veranderingen kunnen leiden tot vermindering van uitstoot van broeikasgassen met meer dan 50%. En zelfs Kyoto halen we niet, zo blijkt eens te meer uit een nieuw rapport van het Europees Milieu Agentschap.

De hoop die in de ecologische keuze schuilt, is dat we nu nog zélf onze toekomst kunnen vormgeven. De ongelegen waarheid is niet dat de klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt, dat wisten we al. De ongelegen waarheid is dat we op een totaal andere schaal en ambitieniveau over oplossingen moeten denken. Als de Belgische en Europese overheden nu op korte termijn scherpe doelstellingen opleggen die binnen een aantal jaar moeten gehaald worden door industrie en overheid, dan leidt dat tot een immense boost voor een ecologische innovatie. De overheid moet niet opleggen hoe bedrijven die doelstelling moeten halen, maar wel een heel helder ambitiekader formuleren. Dat is de enige weg die een sterke overheid volop combineert met een creatieve economie.

Dat klimaatverandering rechtstreeks over levenskansen gaat, is geen ongelegen waarheid, dat wisten we al. Dat de klimaatverandering wereldwijd de armsten treft, en b.v. tegen het eind van de eeuw verantwoordelijk zal zijn voor de dood van meer dan 182 miljoen mensen in Subsaharaans Afrika, wisten we al. Dat we dit rechtvaardigheidsvraagstuk niet kunnen oplossen door te proberen onze verantwoordelijkheid af te kopen door compensatie van onze CO2-uitstoot via projecten in het Zuiden is waarschijnlijk een ongewenste waarheid.

Als de succesvolle vertoning van An Inconvenient Truth enkel leidt tot retoriek die beter verhult dat we te weinig doen, dan is het gevolg niet een ‘leven in waarheid’, maar wel cynisme. Politici die naar een film gaan kijken, en nadien een groen toefje toveren op een tekortschietend beleid, dat haalt weinig uit. Als er integendeel vanuit een ecologische vastberadenheid een begin wordt gemaakt met een ambitieus klimaatbeleid dat beseft dat radicalisme en realisme in dit dossier elkaars bondgenoten zijn, dan komt die waarheid zeer gelegen. Een ecologisch pad in plaats van enkele groene accentjes maakt hier letterlijk een wereld van verschil…