03 apr 2013

Ons land blinkt uit in dubbelzinnigheid op vlak van wapenhandel

Het pas gestemd VN-wapenverdrag is een mijlpaal maar geen eindpunt, zo stellen Eva Brems en Bart Caron. Ook ons land heeft immers nog heel wat werk voor de boeg

Er is geschiedenis geschreven, gisteren 2 april. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemde een verdrag dat voor het eerst beperkingen oplegt aan de handel in conventionele wapens. Er waren al regels die bepaalde types van wapens uitbannen (antipersoonsmijnen, clusterbommen, chemische wapens...). Maar de 'gewone' wapens, waarvan wordt aanvaard dat ze mogen bestaan, maken veruit de meeste slachtoffers: gemiddeld sterft per minuut een mens door gewapend geweld. Meer dan een half miljoen doden per jaar dus. Het heeft dan ook bloed, zweet en tranen gekost om overeenstemming te bekomen over een tekst die duidelijke regels aan de internationale wapenhandel oplegt.

Vooraleer ze wapens kunnen exporteren, moeten staten vanaf nu een uitgebreide analyse maken. Er moeten garanties bestaan dat de wapens niet zullen gebruikt worden voor schendingen van de mensenrechten of het humanitaire recht, voor genocide of oorlogsmisdaden. Ook het risico op inbreuken op VN-embargo's en illegale doorvoer moet in rekening worden gebracht. Dat is een flinke stap vooruit in vergelijking met het complete gebrek aan regels tot nu toe.

Duivel in de details

Maar zoals wel vaker zit de duivel in de details. Nogal wat passages zijn vaag geformuleerd, en er zitten ook wat achterpoortjes in het verdrag, zoals uitzonderingen voor militaire samenwerkingsakkoorden. De meest problematische passage is wellicht dat landen mits "doorslaggevende redenen" toch een in principe verboden wapendeal kunnen laten doorgaan. Staten zouden bijvoorbeeld veiligheid of soevereiniteit kunnen inroepen als doorslaggevend argument. Daarom moet er druk komen voor een strenge interpretatie van het verdrag. Zowel de nationale parlementen als het maatschappelijke middenveld moeten hier in de toekomst nauw op toezien.

Wat betekent dit concreet? In Syrië, waar het conflict wordt opgestookt door wapens uit Rusland aan het Assadregime en van de golfstaten aan rebellen, zou een eerlijke risicoanalyse meteen een eind maken aan elke wapenlevering. Niet alleen het Assadregime begaat er immers wreedheden, ook de rebellen bezondigen zich er steeds vaker aan. Het ziet er echter niet naar uit dat Rusland het verdrag zal ratificeren. Ook de golfstaten lijken weinig enthousiast. Het verdrag is dus duidelijk nog geen eindpunt, maar een mijlpaal waarop de komende jaren moet verder worden gebouwd. Ons land moet daartoe bijdragen, maar kan het ook op korte termijn actie ondernemen?

De Europese regels zijn sterker dan die van het nieuwe verdrag. Op de wapenhandel uit België heeft het daarom weinig impact. Toch durven we hopen dat de dynamiek van dit langverwachte verdrag zich ook bij ons laat voelen. Want we kunnen nog wel wat stappen zetten om te voorkomen dat Belgische wapens gebruikt worden voor oorlogsmisdaden of schending van mensenrechten. Ons land blinkt uit in dubbelzinnigheid. Zo pleit België in de EU tegen wapenleveringen aan Syrische rebellen omdat er nog onduidelijkheid heerst over de eindbestemming. Ze kunnen in handen komen van groepen die oorlogsmisdaden begaan, en ook het risico dat ze conflicten in bijvoorbeeld Libanon of Irak voeden is reëel. In dat verband ligt de wapentrafiek uit Libië naar Mali nog vers in het geheugen.

Maar ondertussen hebben de regio's in dit land geen problemen met wapenleveringen aan golfstaten zoals Qatar en Saoedi-Arabië, die er geen geheim van maken Syrische rebellen te bewapenen. De Saoedi's en anderen letten wel op om de clausules inzake wederuitvoer van nieuwe wapens uit ons land te respecteren. In plaats daarvan doen ze oude stocks van de hand die niet gebonden zijn aan dergelijke clausules. Deze zomer nog berichtte persbureau Reuters over duizenden FN-geweren bij de rebellen. De herkomst is onduidelijk, maar gezien de verklaringen en de reputatie van de golfstaten moeten we wellicht niet te ver zoeken.

Versnippering

Vlaanderen noch Wallonië heeft wapenleveringen aan de golfstaten on hold gezet, zelfs niet nadat de Syrische opstand ontaardde in een slachtpartij. Zoals ook het Vlaams Vredesinstituut recent zei, stelt zich hier een probleem. Gezien het grote risico dat de regio's indirect wapenleveringen aan rebellen stimuleren, moet de verkoop van nieuwe wapens aan deze landen voorlopig bevroren worden.

In dat verband stellen wij ons grote vragen bij de gebrekkige samenhang tussen het federale buitenlandse beleid en het regionale beleid inzake wapenhandel. Met het nieuwe wapenhandelverdrag komt er eindelijk internationale afstemming op dit terrein. Wat ons betreft is dit verdrag ook een aanleiding om het debat over coherentie in eigen land opnieuw te voeren. We moeten dit doen omwille van de internationale geloofwaardigheid van ons land, maar nog meer uit bekommernis om de mensen in de vuurlijn in conflicten waarbij Belgische wapens betrokken zijn.

(Dit opiniestuk van Eva Brems en Bart Caron verscheen op 3 april 2013 in De Morgen)

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK