13 nov 2012

Ontwikkelingssamenwerking niet klaar voor 21e eeuw

Dinsdag 13 november werd in de Kamer het wetsontwerp nieuwe basiswet ontwikkelingssamenwerking besproken. Als het van de regering van socialisten, christendemocraten en liberalen afhangt, wordt de unieke focus van de Belgische ontwikkelingssamenwerking op de bestrijding van armoede verlaten. De middelen van ontwikkelingssamenwerking moeten volgens de meerderheidspartijen evengoed gebruikt worden om economische groei te realiseren. Herverdeling als doelstelling ontbreekt. Betrokkenheid van het parlement en transparantie worden onvoldoende in de basiswet verankerd. De basiswet is bovendien een gemiste kans om coherentie tussen ontwikkelingssamenwerking en andere beleidsdomeinen (zoals handel) te verzekeren.

De bestaande wet op Internationale Samenwerking (1999) is dertien jaar oud. Sindsdien kwamen er heel wat nieuwe inzichten en raakten oude praktijken afgeschreven. De wet was dus aan een actualisering toe waarbij de nieuwe beginselen wettelijk verankerd worden.

De ontwikkelingslanden krijgen meer verantwoordelijkheden en België engageert zich om meer beroep te doen op het lokale overheidsapparaat - als die een risicoanalyse doorstaan. Mensenrechten worden een rode draad doorheen de ontwikkelingssamenwerking. In lijn met de geleerde lessen uit de Arabische Lente verdeelt de Belgische regering haar aandacht tussen de overheid van het ontwikkelingsland het lokale middenveld en het parlement. Humanitaire hulp, dat al met middelen uit ontwikkelingssamenwerking betaald werd, valt eindelijk onder de koepel van de wet. De concentratie van de hulp wordt verder gezet. Het Wetsontwerp betonneert het aantal partnerlandenlanden waar we bilateraal aan ontwikkelingssamenwerking doen, op 18. In de wet van 1999 waren dat er nog 25, maar in de praktijk hanteren we al jaren 18 partnerlanden.

In het wetsontwerp staan ook goede eerste stappen om tot meer coherentie ten voordele van ontwikkeling te komen tussen acties de verschillende overheidsdepartementen. Dit is essentieel want ontwikkelingshulp blijft een druppel op een hete plaat als andere ministers van de Belgische regering tegengestelde doelstellingen nastreven, zoals oneerlijke vrijhandel of een protectionistisch Europees landbouwbeleid. Minister Magnette wou van coherentie zijn nalatenschap op het departement maken. De bepalingen in het wetsontwerp vallen echter heel mager uit. De impactanalyse die minister Magnette voorschrijft, deelt niet meer dan een speldeprikje uit. De wettelijke verankering van coherentie is absoluut onvoldoende.

De verwijzing naar de kwantiteit van de middelen die vrijgemaakt moeten worden is niet meer dan windowdressing. Er komt immers geen juridisch afdwingbare minimuminspanning in termen van percentage van het BNI zoals die er wel was in de paarsgroene programmawet. Een link naar die programmawet ontbreekt bovendien, zodat de 0,7%-doelstelling de facto aan gewicht verliest.
Het voorstel van de regering heeft enkele opvallende tekortkomingen.

De aandacht voor economische groei overschaduwt de doelstelling die ontwikkelingssamenwerking zou moeten nastreven, namelijk de strijd tegen armoede en ongelijkheid. Doel (armoedestrijding) en middel (duurzame, inclusieve groei met aandacht voor herverdeling) worden verward. En de herverdeling als cruciale flankerende maatregel bij groei ontbreekt. Groei zonder herverdeling is niet voldoende om de armoede en ongelijkheid aan te pakken, zo leert onderzoek. In ontwikkelingslanden die fragiel zijn, de meerderheid van onze partnerlanden, moet extra waak met het groei-instrument omgesprongen worden, omdat herverdeling een voldoende sterke overheid en correcte inning van belastingen vereist.

Groen waarschuwt ook voor een te grote focus op de internationale vrijhandel. Vrijhandel werkt namelijk vernietigend voor premature economiën van de ontwikkelingslanden. Zo wijst onderzoek uit dat de economische groei van landen van Sub-Sahara Afrika negatief (-0,7%) was in de jaren 80 en 90 ten tijde van de liberale Structurele Aanpassingsprogramma’s;, terwijl die regio wel een groeicijfer van 1,6% neerzette in de jaren 60 en 70. Dat cijfer is groter dan het groeicijfer van het rijke Westen tijdens de Industriële Revolutie (tussen de 1 en 1,5%).

De hulp aan de private sector is onvoldoende afgebakend in het wetsontwerp. Nochtans is de kans op uitwassen reëel, zo bleek nog dit jaar uit een vernietigend onderzoeksrapport van 11.11.11. over de Belgische Investeringsmaatschappij BIO die met middelen van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking actief is. De jacht naar rendement kan de ontwikkelingsrelevantie teniet doen.

De wet houdt bovendien onvoldoende rekening met de klimaatsverandering en de inzichten van de top rond duurzame ontwikkeling van Rio 20+ . De noodzakelijke transitie naar duurzame economieën ontbreekt in de bepalingen rond economische groei.

Hoewel mensenrechten de rode draad vormen, worden de rechten van vrouwen en gendergelijkheid vergeten in het wetsontwerp.

In de hele wet wordt het belang van transparantie slechts een keer erkend, in functie van transparant overleg met de verschillende Belgische actoren. Nochtans is transparantie een noodzakelijke voorwaarde om het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking bij de belastingbetaler te behouden. Bovendien moet er ook transparantie zijn naar de bevolking en de parlementen van de ontwikkelingslanden toe.

De rol van het parlement en adviesorganen wordt teruggedrongen. Zij krijgen minder impact op de inhoud van Strategische nota’s; en de marsrichting van ontwikkelingssamenwerking. De rapportageplicht aan het parlement moet daarom uitgebreider en cijfers bevatten over de kwantiteit van de geleverde hulp, de mislukkingen en uitdagen van onze ontwikkelingssamenwerking en de situatie op het vlak van de mensenrechten in onze partnerlanden.

Tot slot, de Raad Van State was vernietigend over het voorstel van wetsontwerp dat de minister aan hun bezorgde. Wij zijn van mening dat de minister de bekommernissen van de Raad Van State te snel van tafel heeft geveegd in het wetsontwerp dat hij aan het parlement bezorgde.

Enkele passages uit het advies van de Raad Van State:

”Voorts valt op te merken dat de tekst die aan de Raad van State is voorgelegd, geconcipieerd en gesteld is in bewoordingen die over het algemeen geen minimum aan helderheid, nauwkeurigheid en consequentie bieden zoals een wet die vereist” (p. 53)

”… talrijke bepalingen niet gesteld als echte rechtsregels, maar eerder als loutere intentieverklaringen, waaruit niet kan worden afgeleid wat de exacte juridische draagwijdte ervan is of zou kunnen zijn” (p.53)

”… verscheidene machtigingen die het voorwerp aan de Koning beoogt te geven, veel te ruim zijn. Dat geld meer in het bijzonder voor de machtigingen in de artikelen 26, 27, 29, §3, 30§1, 31 en 35. ” (p 54)

Groen en Ecolo stonden de voorbije jaren in de bres voor onze ontwikkelingssamenwerking. De resultaten van ontwikkelingssamenwerking zijn er. Uiteraard is vooruitgang mogelijk en is kwaliteit van hulp essentieel.

Daarom heeft Groen op al de verbeterpunten die hierboven opgesomd staan, amendementen voorbereid om de minister van Ontwikkelingssamenwerking een krachtiger wapen te geven om op het terrein in de ontwikkelingslanden nog betere resultaten te boeken ten voordele van duurzame menselijke ontwikkeling en armoedebestrijding. Groen hoopt op een constructief debat over het kwalitatieve luik en wenst de onderhandelaars aan de begrotingstafel veel moed om de factuur van de crisis niet naar de meest kwetsbare bevolkingen door te schuiven.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK