17 feb 2014

Ontwikkelingssamenwerking via Belgische ambassades

Op voorstel van onze ambassades kunnen lokale organisaties in onze partnerlanden door de Belgische ontwikkelingssamenwerking gefinancierd worden. Dit bestaat sinds 2001 maar werd in 2011 stopgezet omwille van een gebrek aan financiële controle. Toch werd in totaal al zo’n 47 miljoen euro via deze weg besteed. Hoewel er nog geen evaluatie van de financieringsprogramma’s en de problematische financiële opvolging werd uitgevoerd, overweegt de regering om dit opnieuw op te starten. Groen is een koele minnaar van deze vorm van ontwikkelingssamenwerking. Kamerlid Wouter De Vriendt vreest versnippering en een gebrek aan controle. “Groen wil het totale budget van Ontwikkelingssamenwerking zo snel mogelijk optrekken tot 0,7%. Een welvarend Zuiden is immers ook in ons belang. Maar de besteding ervan moet efficiënt gebeuren.”

Kamerlid Wouter De Vriendt (Groen) vroeg meer informatie op bij Minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille (PS). Hij stelde hierover twee schriftelijke parlementaire vragen.

De mogelijkheid tot rechtstreekse financiering van organisaties in onze partnerlanden kadert in een procedure waarbij de Belgische ambassade met de lokale actoren voorstellen uitwerkt en deze voorlegt aan de minister. Deze mogelijkheid startte in 2001, maar nieuwe financiering werd in 2011 stopgezet omwille van een gebrek aan financiële controle. Het Rekenhof voerde in 2011 een audit uit en stelde toen vast dat de ambassades in feite niet uitgerust zijn voor deze vorm van ontwikkelingssamenwerking. Het Rekenhof spreekt over volgende tekortkomingen: gebrek aan budgettaire transparantie, gebrek aan terreincontroles, onvoldoende garantie van neutraliteit van plaatselijke boekhoudkantoren, laattijdige externe financiële audit van de projecten,… In die periode besteedde ons land nochtans zo’n 46 miljoen euro aan deze vorm van ontwikkelingssamenwerking. Zuid-Afrika, Congo en Rwanda kregen de grootste hap uit het budget.

De minister geeft toe dat er nog geen formele evaluatie heeft plaatsgevonden. Toch werd de mogelijkheid tot rechtstreekse financiering opnieuw vastgelegd in wet ontwikkelingssamenwerking van 19/03/2013 (art.28). Uitvoeringsrichtlijnen en een KB zullen worden opgesteld om de procedures, de selectie van de organisaties en de financiële opvolging vast te leggen. Wouter De Vriendt: “Gedurende tien jaar hebben we 46 miljoen euro besteed zonder financieel opvolgingsmechanisme en dus zonder te weten wat er met het geld is gebeurd. Dat is een pijnlijke vaststelling want elke euro die naar ontwikkelingssamenwerking gaat is belangrijk.”

Groen stelt zich vragen bij deze vorm van ontwikkelingssamenwerking. “Waarom is het nodig om via onze ambassades enkele miljoenen euro per jaar te besteden aan organisaties in partnerlanden, los van de andere bestaande financieringskanalen? Waarom is het nodig hiervoor een hele administratie op te zetten?”, vraagt De Vriendt zich af. Het is zeker zinvol om lokale organisaties te ondersteunen, maar dit gebeurt al via de Belgische NGO’s die 130 miljoen euro krijgen in 2014, of de multilaterale samenwerking via internationale organisaties zoals de VN die 500 miljoen euro krijgen. Grote NGO’s hebben de expertise en de ervaring in de landen ter plaatse. Bovendien vermijdt een samenwerking tussen de civiele samenleving in het Noorden en deze in het Zuiden (op basis van gelijkheid), politieke manoeuvres tussen overheden. Voor de Belgische overheid is het immers niet altijd vanzelfsprekend om organisaties te steunen die kritisch staan ten opzichte van het regime.

Kamerlid Wouter De Vriendt zal in het parlement aandringen op garanties over een efficiënte controle op de uitgaven, voordat de directe financiering via ambassades opnieuw opgestart wordt.

Een artikelt hierover verscheen op zaterdag 15 februari in De Morgen.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK