17 jul 2015

Over landbouwers en vrijheid

Xavier Gellynck zegt in zijn opiniestuk in DS van 17 juli eigenlijk de “boer moet kunnen kiezen, dus volgt daaruit een exportmodel”. Onze stelling in DS van 13 juli was : “het model leidt er net toe dat de boer niet kan kiezen”.

Xavier Gellynck schetst de bittere realiteit: boeren zien dikwijls maar één strategie om te overleven in de heersende marktlogica - waarbij supermarkten, voedingsindustrie en de wereldmarkt steeds lagere prijzen bieden voor voedingsproducten: schaalvergroting. Hij is zo eerlijk te schrijven dat ook een keuze voor nabije landbouw leefbaar is.

Keuzevrijheid

De boer moet kunnen kiezen. Daarmee gaan we helemaal akkoord. De politiek moet niet dicteren aan onze landbouwers wat ze moeten doen.

Maar geeft de politiek, in casu de Vlaamse regering, wel de vrijheid van keuze die Gellynck doet uitschijnen? Zou een boer er echt voor kiezen om zijn melk met verlies te verkopen? Nochtans gebeurt dat regelmatig. Zouden landbouwers uit vrije wil hun soja in Brazilië inkopen om varkens te kweken bestemd voor Zuid-Korea? Wij betwijfelen het. Meer en meer landbouwers zeggen zelf dat ze een meer leefbare landbouw willen. Leefbaarder voor hun gezin, leefbaarder in financieel opzicht, leefbaarder voor de omgeving.
Vraag het aan de landbouwers zelf. De landbouwer heeft meestal geen keuze. Hij of zij wordt gedwongen door het agro-industrieel complex. Van dat complex maakt de Boerenbond deel uit, het is er een majeure speler in en drijft de boeren, hun leden, in die richting.

Vlaanderen is Canada niet

Met zijn neoliberale model van ondernemerslandbouw, met als enige doel winstmaximalisatie in de keten negeert Gellynck ook een elementair feit: Vlaanderen is geen groot land zoals Canada of de Verenigde Staten. Massieve boerderijen stuiten in onze dichtbevolkte streken al snel tegen de grenzen van wat onze ruimtelijke ordening, leefomgeving en leefmilieu aankan.

Mest en pesticiden komen onvermijdelijk in onze rivieren terecht. De aroma’s van de bemesting bereiken ongetwijfeld buren die vlakbij wonen. Ook op dat vlak zou een leefbaarder landbouw gericht op nabije consumenten voordelen opleveren. Weinigen zijn verheugd als ze een gigantische varkenskwekerijen zien oprijzen in hun achtertuin. Wat is de meerwaarde van zo'n model en wie wint erbij? Het dicht bevolkte Vlaanderen leent zich niet tot het industriële model dat Xavier Gellynck naar voorschuift.

Een nieuw evenwicht met een korte keten in Europa

Moeten alle landbouwers dan terug naar kleinschaligheid? Neen. Er moet een nieuw evenwicht gevonden worden. De Belgische markt met 11 miljoen inwoners is deels te beperkt voor de huidige landbouw. Maar we willen wel verduidelijken: met “korte-keten”, een kortere afstand tussen landbouwer en consument, bedoelen we niet alleen de consument in de streek. U mag die korte keten gerust grensoverschrijdend zien. Rijsel bijvoorbeeld is een stad met 1 miljoen inwoners en ligt op enkele tientallen kilometer van de West-Vlaamse boerderijen. Ook de consument vaart wel bij een kortere keten: de kwaliteit van de producten en de smaak als het vers van de boerderij komt is nog wat anders dan ingevroren producten die duizenden kilometers werden vervoerd.

Boeren zijn niet vrij in het “vrije”-marktmodel

Gellynck kiest voor een pseudo-vrije-marktmodel dat niet gecorrigeerd wordt of mag worden en waarin andere motieven zoals gezond voedsel, ecologie, transport geen rol spelen. Dat is zijn goed recht. Maar de feiten tonen aan dat de boeren niet vrij zijn in dit model. Vier op tien boeren stopten ermee sinds het jaar 2000. Meer en meer boeren worden noodgedwongen loonarbeiders.

Een toekomst als landbouwer blijkt ook steeds minder aantrekkelijk voor jongeren en starters. De afgelopen tien jaar is de gemiddelde leeftijd gestegen van 48 jaar tot 52 jaar.
57% van alle landbouwers met een standaardopbrengst boven €25.000 (zogenaamde professionele landbouwers) is ouder dan 50 jaar. Bovendien heeft slechts 13% van de landbouwbedrijven met een bedrijfshouder ouder dan 50 jaar een opvolger. Deze vergrijzingstrend zorgt ervoor dat de toekomst van deze sector zeer onzeker wordt.

Boeren kunnen vrijer en fierder worden in een leefbaar marktmodel

Xavier Gellynck doet alsof er geen overheidsbeleid mogelijk is . Nee, de overheid (Europees, Vlaams...) mag niet aan de kant staan. Het is perfect mogelijk om te kiezen voor een beleid dat het vrije-marktmodel corrigeert, op basis motieven als gezond voedsel, vergroening, gezonde lucht en water, intercontinentaal transport van voeders... Dat zijn argumenten waar elke consument gevoelig voor is.

Het vrije-marktmodel dat Gellynck blijft verdedigen zal in de feiten leiden tot een oligopolie van enkele machtige spelers van de agro-industrie, zoals we dit ook al zien in de voedingsindustrie. Enkel de echt grote spelers zullen overblijven: veevoedergiganten, zaadhuizen, veilinghuizen, diepvriesproducenten. Zij kunnen door het voordeel van schaal de kosten maximaal drukken. Maar in dit model hebben we nog amper landbouwers, alleen maar loonwerkers. Het blijft onze overtuiging dat in een leefbaarder model gericht op de korte keten de boeren zowel vrijer, als fierder, kunnen zijn.

Bart Caron, Vlaams Parlementslid Groen
Bart Staes, Europees Parlementslid Groen

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK